nieuws

Hoge Raad beknot werk klusbedrijven SBAB Noord blij met jurisprudentie

bouwbreed Premium

De door de Stichtingen Bevordering Aannemersbelangen georganiseerde strijd tegen de beunhazerij in de bouw heeft voor het eerst geleid tot een cassatiezaak bij de Hoge Raad der Nederlanden. Uit het arrest blijkt dat zogenaamde klussenbedrijven met de uitvoering van eenvoudige werkzaamheden toch al heel snel het Vestigingsbesluit Bedrijven overtreden. De door de SBAB Noord-Nederland gewonnen zaak heeft daarmee voor derden jurisprudentie op het hoogste niveau met zich meegebracht.

Het klussenbedrijf Bleeker uit Beilen vocht in eerste instantie de uitspraak aan van de rechtbank Assen van mei 1996 en later het vonnis van het Gerechtshof Leeuwarden in hoge beroep van november van dat jaar. Vergeefs, zo blijkt uit het recente arrest van de Hoge Raad.

SBAB Noord-Nederland is blij met het arrest van de Hoge Raad omdat er nu op het hoogste niveau jurisprudentie is ontstaan over de vraag wanneer er kan worden gesproken van ‘het uitoefenen van een bouwbedrijf’ en wanneer een vergunning is vereist ook als slechts werkzaamheden worden verricht, die niet kunnen worden gerangschikt onder de term ‘van bouwkundige aard’.

Bedrijfsmatige aanpak

Aan de hele rechtsgang lag een betrekkelijk eenvoudige zaak ten grondslag. Volgens de SBAB Noord-Nederland werkte het klussenbedrijf aan de uitbreiding van een woning. Volgens het klussenbedrijf beperkte zich de werkzaamheden tot het metselen van niet-dragende muren, het vervangen van kozijnen en het leggen van ‘broodjes’. Bovendien zou het gaan om een eenmalige zaak, zodat er niet van het uitoefenen van het bouwbedrijf gesproken zou kunnen worden.

Tot op het hoogste niveau werd vastgesteld dat het werk bedrijfsmatig werd aangepakt en dat er dus sprake is van het uitoefenen van het bouwbedrijf.

Uitbesteding ook fout

Minstens zo belangrijk is het feit dat de Hoge Raad het verweer van het klussenbedrijf weerlegde dat hij uitsluitend de niet bouwkundige werkzaamheden uitvoerde en het overige werk door een onderneming liet doen (of kon laten doen, dat is niet duidelijk – red.), zodat er van overtreding van het Vestigingsbesluit geen sprake is.

Letterlijk stelt de Hoge Raad: “Volgens het besluit is de ondernemer, die het bouwbedrijf uitoefent, dat wil zeggen bouwwerken of verbouwingswerkzaamheden uitvoert of doet uitvoeren, vergunningplichtig. Anders dan in het standpunt van het klussenbedrijf besloten ligt, is dit niet anders wanneer die ondernemer zich daarbij zelf beperkt tot het verrichten van die werkzaamheden, die ieder afzonderlijk volgens het besluit zonder vergunning verricht mogen worden, en die ondernemers het uitvoeren van het bouwwerk of de verbouwingswerkzaamheden voor het overige laat verrichten door anderen, die wel de daartoe vereiste vergunning bezitten.”

Hiermee is vastgesteld dat personen of bedrijven, die zelf niet beschikken over een vergunning voor het uitoefenen van het bouwbedrijf, dus niet mogen optreden als hoofdaannemer om vervolgens een deel of het geheel der werkzaamheden uit te besteden aan een aannemersbedrijf dat wel over de nodige papieren beschikt.

Reageer op dit artikel