nieuws

Ervaren juristen bij gemeente met kaarsje te zoeken

bouwbreed Premium

Het is maar goed dat we in Nederland onafhankelijk sprekende rechters hebben. Bij hen kun je altijd nog terecht als je door ‘de politiek’ onrechtvaardig bent behandeld. Het zijn immers politieke bestuurders, die aanvankelijk beslissen over verzoeken tot schadeloosstelling van hen die door een gemeentelijke bestuursdaad schade hebben geleden.

Erg scheutig plegen onze gemeenten niet met dat soort verzoeken om te gaan en het beroep, dat de gedupeerde op een negatieve beslissing van het college bij de gemeenteraad kan instellen, heeft vrijwel nooit werkelijke zin.

Wij zijn in ons overgereguleerde land zover doorgeschoten in regeldrift, dat we een beslissing van een dagelijks bestuur, dat het college van B en W is, eerst nog eens laten bekijken door de voltallige gemeenteraad, voordat echte deskundigen om een oordeel wordt gevraagd. Staatsrechtelijk bezien is dat wel juist, want het zijn niet burgemeester en wethouders die het laatste woord in een gemeente hebben, maar de gemeenteraad. In praktisch opzicht is het echter meestal gewoon geld- en tijdverspillerij. Want welke raadsfractie heeft nu de deskundigheid in huis, om met meer gezag over een min of meer ingewikkeld juridisch probleem een beslissing van B en W om zeep te helpen? Als zij hulp vragen van gemeenteambtenaren komen zij bij precies dezelfden terecht, die B en W hun (verkeerde) beslissing lieten nemen.

Taxibedrijf

Zo iets gebeurde enige tijd geleden ook weer in Tiel. Toch een gemeente van ruim boven de 20.000 inwoners, wat de benedengrens zou zijn voor het hebben van een echt goed bestuursapparaat. Maar ook bij veel gemeenten boven deze bewonersomvang zijn ervaren juristen met een kaarsje te zoeken. De gemeentelijke rechtskundigen hebben dan ook vaak niet voldoende ‘gezag’ om te voorkomen dat gemeentebesturen in twee instanties een inwoner te kort doen. Dikwijls moet de rechter er aan te pas komen om foutieve beslissingen te corrigeren.

Zoals toen Tiel twee keer in de fout was gegaan. Eigenaar Krebaum, die al sinds 1983 het huis aan de Bommelweg 12 in Wadenoyen bewoont, deed in het voorjaar van 1993 een beroep op de schaderegeling in de Wet R.O. omdat hij vond dat door het bestemmingsplan van 1991 door hem schade was geleden. Voor die tijd gold het bestemmingsplan van 1983, waarin een agrarische bestemming was vastgesteld. Niet alleen voor zijn perceel, maar ook voor dat van zijn buurman op nummer 10. Die begon daar een taxibedrijf, wat natuurlijk helemaal niet kon.

Maar toen Krebaum in 1985 aan de gemeente vroeg om daaraan met toepassing van bestuursdwang een einde te maken, kreeg hij nul op het rekest ! Zijn daarna ingediende bezwaarschrift werd door de gemeenteraad afgewezen. Dus moest de rechter worden ingeschakeld, en die vernietigde prompt de gemeentelijke beslissing. Dat was in december 1988.

Geen probleem voor onze bestuurders in Tiel. Er werd snel een procedure in gang gezet die moest leiden tot een zodanige wijziging van het bestemmingsplan, dat het taxibedrijf daarmee in overeenstemming zou zijn. Door dat nieuwe bestemmingsplan werd dus de juridische voorwaarde vervuld voor een schadeloosstelling, zo redeneerde Krebaum. Het veranderde immers de bestemming van het gebied zodanig, dat er nu ook een taxibedrijf in gevestigd kon zijn.

Dat kon hij niet meer verhinderen, want het nieuwe plan was in februari 1986 onherroepelijk geworden. Dus bleef alleen de mogelijkheid van een schadeloosstelling over.

Bouwmassa

Maar ook daartoe was Tiel niet bereid. Slimmeriken op het gemeentehuis waren in de jurisprudentie gedoken en hadden uitspraken gevonden, dat in gevallen waarin de schade niet is veroorzaakt door een (gewijzigd) bestemmingsplan, maar door een gebruik dat in strijd was met zo’n plan, het schadevergoedingsartikel (49) niet van toepassing is. Bijna nog slimmer was de motivering van hun afwijzing dat door het nieuwe plan geen planologisch nadeliger situatie was ontstaan ‘waar het de bouwmassa betreft’.

Waar ze dat vandaan haalden, mag Joost weten. De rechter maakte korte metten met die vondst. Zowel de rechtbank als de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State leerden Tiel de les: “bij de beoordeling van een verzoek om planschadevergoeding moet tevens uitdrukkelijk worden vastgesteld of de situering van de onder een nieuw planologisch regime toegestane bebouwing voor de betrokkenen een planologische verslechtering betekent. Men mag dus niet volstaan met het bezien van datgene wat ter plaatse feitelijk tot stand kan komen: een gebouw. Ook de manier waarop het mag worden gebruikt moet daarbij in ogenschouw worden genomen.”

Dat was ook de overweging van de rechtbank geweest en de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarbij de gemeente daarna in beroep ging, was het daar helemaal mee eens. De eerste had beslist dat Tiel zich ten onrechte geen rekenschap had gegeven van het feit dat niet alleen de bouwmassa’s moeten worden vergeleken, maar dat ook de situering van de bebouwing meegenomen had moeten worden. De vernietiging van de gemeentelijke beslissing om geen schadevergoeding te geven aan Krebaum, bleef dus in stand. De gemeente moest daarom een nieuwe beslissing nemen. We hebben geinformeerd hoe die is uitgevallen, maar na negen maanden bleek men op het gemeentehuis nog niet verder gekomen te zijn dan het vragen aan een adviesbureau of Krebaum wel schade had geleden.

Er zijn natuurlijk wel een paar idiote dingen gebeurd in Tiel. Men laat een taxibedrijf in strijd met het geldende bestemmingsplan in stand; de burger die om handhaving van het plan vraagt wordt het bos ingestuurd; na de correctie door de rechter begint men met het voorbereiden van een nieuw bestemmingsplan dat het taxibedrijf legaal moet maken; een verzoek om vergoeding van de schade, die door dat nieuwe plan mogelijk wordt, wordt categorisch afgewezen.

Irritant

Als dan de rechtbank dat besluit vernietigt legt men nog niet het moede hoofd in de schoot. Tiel gaat tot het gaatje en probeert toch nog zijn ongelijk in een gelijk om te zetten. Tevergeefs: de rechter werkt aan dit soort praktijken niet mee.

Het geeft ook een gevoel van bevrediging, dat – mits de burger maar actie neemt – in zulke gevallen altijd een correctie wordt verricht. Het is alleen nogal irritant, dat het zo’n jaar of vijf moet duren voordat eindelijk de goede beslissing wordt genomen. Alleen Tiel probeert in dat opzicht blijkbaar Nederlands kampioen te worden.

Als de mensen op onze gemeentehuizen eens wat meer hun gezonde verstand zouden gebruiken en wat minder proberen te sjoemelen met de regelgeving en de daarop verschenen jurisprudentie, dan zou er wat meer vertrouwen in de politiek kunnen ontstaan en veel geld en tijd bespaard kunnen worden door onze laagste overheid.

(BR 1999 p.441)

Mr. Math Verstegen

Reageer op dit artikel