nieuws

‘Brussel’ wijst Japan op voordelen Europese bouwmaterialen

bouwbreed Premium

“Als iemand met een rol behang onder zijn arm ons kantoor binnenstapt en zegt ‘Japan, daar wil ik wel verkopen’, dan wijzen we hem niet meteen de deur. Wel zullen we hem ervan overtuigen dat export wat meer vraagt dan alleen een artikel waarin de producent heilig gelooft.” Soms moet je mensen tegen zichzelf in bescherming nemen, vindt projectmanager Jan Meurs van de stichting Trade Promotion the Netherlands-Asia (kortweg Asia House). Hij zoekt bedrijven voor het export-programma Gateway to Japan van de Europese Commissie. ‘Brussel’ bevordert daarmee onder meer de uitvoer van Europese bouwmaterialen naar Japan.

De Kamers van Koophandel beheren in Nederland samen met Asia House Gateway to Japan. Sinds 1996 houdt de Europese Commissie de voordeur naar Japan open. Het programma is bedoeld voor kleine en middelgrote bedrijven. Die kunnen door middel van de regeling de kansen benutten die Japan volgens velen biedt.

Kansen bestaan volgens projectmanager Meurs niet uitsluitend op papier. In Japan voltrekken zich momenteel heel wat veranderingen. Die hangen voor een deel samen met dat wat globalisering heet. Japanse afnemers kijken niet meer uitsluitend naar wat de eigen markt biedt. Al zoekend komen zij bijvoorbeeld in Europa terecht. Daar ontdekken ze technologisch hoogstaande middelgrote en kleine ondernemingen. Deze sector vormt in Meurs visie de ruggengraat van de Europese economie. Japan gaat dezelfde richting op. “De grote conglomeraten boeten aan belang in. Daar komt bij dat het in Japan momenteel niet zo denderend gaat. Men moet dus ook over de grens kijken om kosten te verlagen en concurrerend te werken.”

Toegang

‘Brussel’ wil door middel van Gateway to Japan het middelgrote en kleine bedrijf toegang tot de Japanse markt verschaffen. “Die is nogal gesloten en dus moeilijk te bewerken”, zegt Meurs. “Subsidies en andere ondersteuning geven de benodigde duw in de rug.” Het gaat dan om een bijdrage aan de reis- en verblijfkosten. In het geval van een beurs komt er een gedeeltelijke vergoeding van de standkosten. Subsidie ligt ook gereed voor tolken, marktonderzoeken en allerlei additionele diensten. De Europese vereniging van Kamers van Koophandel Eurochambre laat plaatselijke promotie doen en bespreekt de inhoud van het programma ook met de betrokken Japanse ministeries.

‘Brussel’ vergoedt maximaal f. 2700 van de reis- en verblijfkosten. In het geval van tentoonstellingsruimte beloopt de bijdrage 75 procent met een maximum van f. 11.250. De bijdrage aan de andere te subsidieren uitgaven verschilt per geval. De deelnemer moet de uitgaven zelf voorschieten. “Na terugkomst is het bonnetjes inleveren waarna binnen drie maanden terugbetaling volgt,” aldus Meurs. “Tegelijk met de factuur moet de deelnemer ingevulde vragenlijsten opsturen. Het programma voorziet ook in de ‘nazorg’. Deelname verplicht niet tot het opzetten van handelsactiviteiten met Japan. ‘Brussel’ heeft daar geen belang bij.” Meurs benadrukt dat ‘Brussel’ slechts een deel van de kosten vergoedt. “Met de reis is gemiddeld zo’n f. 2000 gemoeid. Daar komt nog zo’n bedrag voor overnachtingen bij want Tokio is een dure stad. Het eten is dus ook duur. Over het geheel genomen kost een Japan-reis om en nabij f. 10.000 per persoon.”

Aanvragen

Doorgaans zijn er meer aanvragen dan mogelijkheden om mee te gaan. Maximaal 40 procent van het totaal aantal deelnemers mag uit een land komen. De Europese Commissie bepaalt uiteindelijk wie mee gaat, op een wachtlijst komt of wordt afgewezen. Meurs: “Vorig jaar deden geen Nederlanders mee aan de handelsmissie voor de bouwmaterialen. Wel waren er twee geselecteerd. Van de anderen die wel gingen deed ruim een derde al zaken met Japan. De deelnemers boekten verkopen van gemiddeld f. 1,5 miljoen. Veel Duitsers en Fransen gingen mee. Ook Oostenrijk is uitermate actief. De vraag is waarom. Alle landen selecteren op dezelfde wijze. De oorzaak ligt mogelijk in een bilaterale Kamer van Koophandel. Nederland heeft die niet in Japan. De ambassade vangt dat gemis zo goed mogelijk op. Een ambassade werkt evenwel anders dan een KvK. Mede daardoor is het van het grootste belang de aanvragen op de voorgeschreven wijze in te dienen. Inmiddels hebben zich vier gegadigden gemeld.”

Bij bouwmaterialen gaat het niet zozeer om afzonderlijke producten als bijvoorbeeld dakpannen. Japan toont bijvoorbeeld veel interesse voor milieutechnische voorzieningen als isolerende wandbedekkingen. Te denken valt verder aan efficiente verwarmingen, waterzuiveringen, zonnecollectoren en aan ramen/kozijnen uit hoogwaardige materialen. Ook voorgefabriceerde woningen trekken de aandacht in Japan.

Onder druk van de concurrentie en het buitenland neemt de aandacht voor kostenverlaging toe. “Japan loopt wat dat betreft minder voorop dan het Westen denkt,” zegt Meurs. “En een heleboel dingen levert Japan niet. Milieuvoorzieningen tref je bijvoorbeeld niet zoveel aan. Sinds enkele jaren groeit de vraag daarna. Hetzelfde geldt voor producten waarmee de Japanners op een meer westerse wijze kunnen leven. Dat schept bijvoorbeeld ruimte voor westers sanitair.”

Keuringen

Functionarissen van de Nederlandse ambassade houden zich bezig met certificeringen en keuringen. Die onderwerpen komen pas in een later stadium aan de orde. Deelnemers aan andere missies ondervonden daar voor zover bekend geen hinder van. Meurs: “Dit soort programma’s is in de eerste plaats bedoeld om de markt te verkennen en om na te gaan of er inderdaad behoefte bestaat aan wat de deelnemers aanbieden. De markt- en sectorrapporten gaan uitgebreid in op de geldende normen. In dat opzicht kijkt de organisatie er niet van op dat een deelnemer na afloop constateert dat export naar Japan niet tot de mogelijkheden behoort.”

Import

De Japan External Trade Organisation (JETRO) bevordert met steun van het Japanse ministerie voor internationale handel en industrie (MITI) de import. De organisatie werkt in dit geval ook samen met het Europese gateway-programma. Verder is JETRO financieel betrokken bij een Japan-programma van de Nederlandse EVD. JETRO houdt kantoor in het Amsterdamse WTC en levert op verzoek informatie over de Japanse markt voor bijvoorbeeld bouw(verwante) materialen.

De functieverandering die dit instituut in de afgelopen jaren onderging onderstreept volgens Meurs het belang dat Japan aan de import hecht. Aanvankelijk begeleidde de JETRO alleen de Japanse export. De organisatie dient daarmee de Japanse industrie omdat de invoer bijvoorbeeld nieuwe technologie het land binnenhaalt waarmee de eigen bedrijven hun voordeel kunnen doen.

“Vroeger nam men ontbrekende voorzieningen op de koop toe omdat het toch goed ging met het land en men over ruime marges beschikte,” weet Meurs. “Het feit dat het momenteel economisch gezien wat minder gaat met Japan wil niet zeggen dat de afnemer de spullen niet kan betalen. Het gemiddelde inkomen ligt ruim boven dat van Nederland. In 1994 voerde het land voor om en nabij f. 10 miljard aan bouwmaterialen in.”

Agenten

De distributie is doorgaans in handen van agenten. In Japan is de verdeling erg verticaal opgezet. Als buitenlander kom je daar moeilijk tussen en krijg je nauwelijks contact met de eindverbruiker. De meeste bedrijven werken met plaatselijke vertegenwoordigingen.

Het programma biedt de gelegenheid met die mensen in contact te komen. Eurochambre beveelt onder meer vervoerders aan die de Japanse gang van zaken kennen. Als je alles goed voorbereidt kan het niet gebeuren dat de douane je kratje op de kade vasthoudt.”

De handelsdelegatie voor de promotie van Europese bouwmaterialen bezoekt Japan van 16 tot en met 20 november. De inschrijving sluit op 19 juni. Nadere inlichtingen verstrekt programmabeheerder Meurs via telefoon 020-6766686, fax 020-6737801 en e-mail asia.house0513pi.net. Meer informatie is ook te vinden op www.eu-gateway-to-japan.be.

Jan Meurs: “Japan loopt minder voorop dan het Westen denkt.” Foto: Dick Vader

Reageer op dit artikel