nieuws

Boortunnels op ware grootte beproefd

bouwbreed Premium

delft – TNO-Bouw en de TU-Delft gaan samen onderzoek doen naar de krachtenverdeling in boortunnels. In het Stevinlab wordt een grote proefopstelling gebouwd, waar tunnelringen op ware grootte beproefd kunnen worden. Want vooral tijdens de bouw krijgen die constructies het flink te verduren.

Vorige week werden in het stadhuis van Delft de handtekeningen gezet onder de samenwerkingsovereenkomst. Voor de som van 3,5 miljoen gulden zullen de TU en TNO een testopstelling bouwen en metingen verrichten op ware grootte aan segmenten van de Botlek-spoortunnel. Haast is geboden, want de boor draait al sinds begin april en heeft inmiddels 25 meter afgelegd. Over negen maanden zal de eerste tunnelbuis voltooid zijn. Voor de detaillering van de tweede tunnelbuis kunnen de uitkomsten van het onderzoek volgens projectleider Piet van Staalduinen nog wel degelijk gevolgen hebben.

Belangrijke financiers van het onderzoek zijn de managementgroep Betuweroute en hsl-zuid. In het Stevin-laboratorium van de faculteit Civiele Techniek van de TU Delft wordt, voor een belangrijk deel op hun kosten, een enorme proefopstelling gebouwd met een diameter van wel zeventien meter. Meer dan honderd vijzels kunnen daar de krachtverdeling simuleren die onder de grond op de tunnelwanden inwerkt.

Ook de krachten tijdens het boren kunnen op ware grootte worden nagebootst. De boorkop zet zich immers af op de zojuist geplaatste tunnelsegmenten, die het daarbij flink te verduren krijgen. Zeker wanneer de verschillende segmenten niet helemaal goed op elkaar aansluiten, kunnen er lokaal flinke piekspanningen optreden. Dat gevaar is nog groter wanneer de boor plaatselijk van richting moet veranderen en zich tegen sommige segmenten harder moet afzetten dan tegen andere.

Begin juni wordt in Delft de reactiewand geplaatst; een immense staalconstructie die de tegenkrachten moet opvangen. In de zomermaanden wordt die voorzien van de hydraulische vijzels en uitvoerige meetapparatuur. In september worden dan de eerste segmenten getest van de Botlekspoortunnel. In totaal worden drie complete tunnelsegmenten van elk anderhalve meter lang beproefd. Via een webcam in de laboratoriumhal kunnen geinteresseerden de activiteiten in het Stevinlab via Internet volgen.

Eind oktober moeten de meetresultaten bekend zijn. Projectleider Van Staalduinen hoopt daarna op meer onderzoeksopdrachten voor andere geboorde tunnels, maar die zijn nog niet binnen. De betrokken partijen hebben in ieder geval al wel grote interesse getoond.

Fundamenteel

De omstandigheden in de Nederlandse bodem zijn volgens Van Staalduinen specifiek, maar ook weer niet in die mate dat buitenlandse ervaringen met boortunnels helemaal niet relevant zouden zijn voor Nederland. De Elbetunnel die onlangs in Hamburg werd gebouwd, is door een vergelijkbare bodem geboord.

Niettemin zijn de Duitsers volgens Van Staalduinen wel degelijk nieuwsgierig naar de uitkomsten van het Delftse onderzoek. Het is niet zo dat daar het wiel opnieuw wordt uitgevonden. Volgens de projectleider zijn de oosterburen door schade en schande wijs geworden, maar ontberen ze soms de fundamentele kennis die met de proeven in Delft moet worden opgebouwd. Van Staalduinen: “Dat is het voordeel van de achterstand die Nederland heeft met dit soort technieken. Dat geeft ons de kans de zaken fundamenteel aan te pakken, zodat we eens weten wat er nu precies aan de hand is.”

Reageer op dit artikel