nieuws

Ook controle op ziektekiemen bij verplaatsen van ophooggrond

bouwbreed Premium

groningen – De provincie Groningen werkt aan richtlijnen voor transport en gebruik van ophooggrond. Daarbij gaat het niet alleen om de gangbare schone-grondverklaring, maar ook om ziektekiemen voor landbouwgewassen.

Aanleiding is het verspreiden van aardappelmoeheid (am) door het ophogen van 35 kilometer wegberm van de N363 tussen Ranum en Roodeschool vorig jaar. “De grond kwam uit de veenkolonien en die is in de regel vergeven van aardappelmoeheid”, reageert H. ter Velde van de Noordelijke Land- en Tuinbouworganisatie. De weg loopt echter door een pootaardappelteeltgebied, en bij besmetting van een perceel door aardappelmoeheid wordt die teelt onmogelijk.

Onderzoek van het H. L. Hilbrandslaboratorium uit Assen toonde aan dat de wegberm matig tot zwaar besmet is met aardappelmoeheid. Ook een aantal voorheen am-vrije percelen is intussen besmet, waarschijnlijk doordat grond met aardappelmoeheidscysten van de berm naar het perceel gewaaid is. Om verstuiving verder te voorkomen wordt de berm extra zwaar ingezaaid met gras en inritten naar percelen bestraat.

Ontsmetten

Provincie en NLTO raden boeren bovendien aan op de eerste vijftig meter perceel langs de berm dit jaar geen aardappelen te telen, de grond ontsmetten en dat vervolgens voorafgaand aan de teelt van pootaardappelen te herhalen. “Dat kost veel geld. Er zijn boeren die tweehonderd meter langs de weg hebben liggen. Dan praat je dus over een bunder. Die boeren derven vijftienduizend gulden aan inkomsten, terwijl het ontsmetten nog eens duizend gulden per hectare kost”, redeneert Ter Velde.

De provincie stelde verder richtlijnen op om herhaling in de toekomst te voorkomen. Zo zal bij nieuwe werken geen schrale grond meer worden gebruikt maar gebeid eigen grond, of schoon zand.

Reageer op dit artikel