nieuws

Minister slaat autolobby om de oren met tolcijfers Rekeningrijden blijkt in Noorwegen een politiek succesje

bouwbreed Premium

Vervolg van pagina 1 den haag – Het liefst gaat VVD-Kamerlid Hofstra zo snel mogelijk persoonlijk kijken in Noorwegen en Singapore om met eigen ogen te zien of de elektronische apparatuur voor tolheffing daar functioneert. De VVD’er is nog altijd voor rekeningrijden, maar stelt zich uitermate kritisch op. Zijn partij beslist in feite over het lot van de plannen van minister Netelenbos om vanaf 2001 in de ochtendspits tol te heffen rond de vier grote steden. PvdA en D66 zijn voor en het CDA is een uitgesproken tegenstander.

Vorige week nog schrok Hofstra enorm van Noorse cijfers die het ochtendblad De Telegraaf publiceerde. Van de 700.000 gefotografeerde nummerborden zouden er maar 36.000 herkenbaar zijn. Minister Netelenbos moest zich volgens het dagblad schamen dat ze Noorwegen durfde te noemen als voorbeeld van een land waar ze goede ervaring hebben met rekeningrijden.

De brief die Netelenbos begin deze week naar de Tweede Kamer stuurde, stelt hem weer wat gerust. (“Dat zijn wel even heel andere gegevens. Ik hoop dat ze kloppen!”) Netelenbos brengt daarin cijfers van The Norwegian Public Roads Administration, waaruit blijkt dat alleen het in de Telegraaf genoemde aantal foto’s van 700.000 feitelijk klopt. De automobilisten zijn gefotografeerd in Trondheim, een kleine stad waar al in 1990 is begonnen met tolheffing. Niet met de bedoeling files te bestrijden, want die hadden ze helemaal niet. Het ging er de Noren om, geld te innen voor de aanleg van nieuwe infrastructuur. De tol wordt ook niet alleen in de spits geheven, maar van ’s ochtends zes tot ’s avonds zes uur. Van enige overeenkomst met de Nederlandse plannen ter bestrijding van de fileproblematiek in de Randstad is dus geen sprake, of het moet gaan om de apparatuur die wordt gebruikt voor de inning van de tol.

Automatisch

Die apparatuur maakt foto’s van de kentekens van auto’s die niet beschikken over het speciale kastje achter de voorruit. Dat kastje kunnen Nederlanders straks ook aanschaffen. Beschikt een auto over zo’n kastje met smartcard dan zorgt de tolpoort ervoor dat het bedrag automatisch wordt afgeschreven. Is er geen kastje aanwezig en betaalt de bestuurder niet bij een van de tolloketten (in Nederland komen die er niet) dan krijgt de automobilist de rekening achteraf thuisgestuurd.

Van de auto’s die geregeld in Trondheim moeten zijn, bezit 95 procent het kastje. De inning van de tol loopt in die gevallen dus gesmeerd. Nog eens 1,8 procent van de automobilisten betaalt de tol contant aan de loketten die bij enkele belangrijke passages zijn aangebracht. Alle overige passerende auto’s, die 700.000 dus, worden gefotografeerd.

Al dat geflits leidt inderdaad tot een naheffing voor slechts 36.000 automobilisten, zoals ook De Telegraaf al publiceerde. Maar dat wil volgens minister Netelenbos niet zeggen dat de apparatuur de overige nummerplaten niet herkenbaar registreert. In haar brief aan de Tweede Kamer legt ze uit dat in 420.000 gevallen (1,9 procent van alle transacties) niet tot invordering van het tolbedrag wordt overgegaan, omdat het betreffende voertuig is vrijgesteld (bijvoorbeeld motoren) of omdat het systeem een auto met aanhanger dubbel heeft geregistreerd.

Abonnement

In 224.000 van de gevallen (1 procent van alle transacties) wordt het kenteken wel herkend, maar blijkt achteraf dat de automobilist een abonnement had, maar vergeten was de zogenoemde transponder te plaatsen, waardoor de apparatuur de abonnee herkent.

Dan resteren nog 56.000 gevallen (0,25 procent van alle transacties) waarbij formeel sprake is van doorrijden zonder betalen. Het merendeel (36.000) van dezer automobilisten wordt herkend en krijgt een naheffing. Dat lukt in 20.000 gevallen niet. Vaak is dat het gevolg van juridische regels die de private tolmaatschappij verbieden een persoon meer dan eenmaal per week een boete op te leggen. In acht procent van de gevallen gaat om niet herkenbaar gefotografeerde nummerplaten.

Kortom, volgens minister Netelenbos is er met de herkenningsapparatuur in Noorwegen niet zoveel mis. Slecht in 0,64 procent van de gevallen waarbij is gefotografeerd, gaat het mis. Daarbij tekent minister Netelenbos aan dat de Noorse apparatuur al weer wat ouder is en Nederland het nieuwste van het nieuwste krijgt, waarbij auto’s aan twee kanten worden gefotografeerd. Bovendien kent Noorwegen met extreem slecht weer in de winter en perioden met extreem veel stof, veroorzaakt door de spijkerbanden waarmee tot april wordt gereden. Die omstandigheden maken het moeilijker de auto’s te herkennen. Echter, de Noren vinden de foutmarge zo gering dat ze niet van plan zijn te investeren in nieuwe apparatuur.

De cijfers van minister Netelenbos lijken de autolobby die zich massaal heeft gekeerd tegen rekeningrijden, de wind iets uit de zeilen te nemen. Zowel de VVD als het CDA reageerden fel na de publicatie in De Telegraaf, waarin werd gesuggereerd dat het Noorse systeem volstrekt zou falen. Nu is echter nog eens duidelijk gebleken dat het ochtendblad deel uitmaakt van de lobby en moedwillig gegevens achterhoudt, die rekeningrijden of het functioneren van de systemen in een iets gunstiger daglicht plaatsen.

Hoe kan het anders dat de krant de gedetailleerde informatie over de gefotografeerde auto’s in Noorwegen achterwege liet en ook niets schreef over een onderzoek in Trondheim waaruit blijkt dat het gedrag van automobilisten wel degelijk te beinvloeden is doormiddel van tolheffing (zie kader).

Onder de indruk

VVD-Kamerlid Hofstra, woordvoerder op het gebied van rekeningrijden, zegt na een eerste lezing onder de indruk te zijn van de cijfers die Netelenbos heeft gepresenteerd. Al vindt hij wel dat de minister zou moeten nalaten steeds incidenteel te reageren. “Ze kan beter alle aandacht steken in het beantwoorden van de ruim vierhonderd vragen die de Kamer schriftelijk heeft ingediend”.

Om helemaal goed geinformeerd te raken zou de Kamercommissie voor Verkeer en Waterstaat volgens Hofstra eigenlijk in Noorwegen en in Singapore, waar met vergelijkbare apparatuur wordt gewerkt, moeten gaan kijken. “Mogelijk doet die gelegenheid zich in mei voor. Dan staat een reis naar Amerika op het programma, maar die zal waarschijnlijk vervallen als gevolg van de behandeling van de Bijlmer-enquete. Het zou een goed idee zijn dan naar Noorwegen en Singapore te gaan”.

De proefopstelling van tolpoorten voor het rekeningrijden over de A12 bij Harmelen. Foto:ANP

Tol leidt tot ander gedrag automobilist

Het gedrag van automobilisten is wel degelijk te beinvloeden met tolheffingen. Een praktijkproef in het Noorse Trondheim heeft dat uitgewezen. Weliswaar lieten automobilisten hun auto niet of nauwelijks staan, maar ze kozen er wel voor op andere tijdstippen (met een lager toltarief) te vertrekken.

Trondheim kent al sinds 1990 tolheffing. Bij de praktijkproef is bekeken of het heffen van hogere bedragen op bepaalde drukke tijdstippen ertoe leidt dat automobilisten kiezen voor alternatieven. Aangetoond is dat bij scherpe prijsverschillen er verandering van gedrag optreedt.

In Trondheim kregen 176 automobilisten een budget. Slaagden ze erin geld over te houden door slim gebruik te maken van de tarieven op verschillende tijdstippen of alternatieven te kiezen, dan mochten ze dat houden.

Tijdens de proef, die gedurende enkele weken in 1997 werd gehouden in de ochtendspits, bleek dat ongeveer eenderde van de groep vastzat aan afspraken en dus het rijgedrag niet aanpaste. De anderen konden dat wel.

Van de automobilisten die hun gedrag aanpasten, vertrok 31,7 procent vroeger, 35 procent later, ging 6,7 procent carpoolen, stapte 16,7 procent over naar het openbaar vervoer en ging 1,7 procent fietsen of lopen.

Overigens is in Trondheim door invoering van tolheffing het weggebruik met vijf tot tien procent afgenomen. In Oslo is het sinds 1990 (eveneens met tolheffing) met 15,2 procent gestegen, mede door de aanleg van een tunnel onder het stadscentrum.

Reageer op dit artikel