nieuws

‘Overheid bepaalt beleid; wij doen de rest’ Infra-bouw eist prominente rol

bouwbreed

Bouwondernemers eisen bij de totstandkoming van grote ingewikkelde infrawerken een plaats op de voorste rij. Zij zijn tot meer in staat dan waartoe ze doorgaans door de overheid worden uitgedaagd. Drie bouwgiganten gaan de discussie aan. Zij pleiten voor het toepassen van in het buitenland gebruikte contractvormen. “Angst om afhankelijk te raken van een beperkt aantal grote ondernemingen is nergens voor nodig.”

De huidige aandacht voor de infrastructuur brengt een groot aantal problemen met zich mee. Een van de zaken die snel nader moet worden bekeken, zijn de huidige contractvormen. Deze zijn te traditioneel. Ze laten geen danwel onvoldoende ruimte om kennis en kunde van de aannemers in te brengen. Blijven opdrachtgevers – over het algemeen zijn dat overheden – werken zoals ze nu werken dan is een ding zeker; de aanleg zal traag gaan en files zullen snel verder groeien. Want de opdrachtgever is in de oude opzet veel tijd en (menselijke) capaciteit kwijt met de voorbereiding, selectie van de partijen en de procesbegeleiding.

Dit gegeven was aanleiding voor Ballast Nedam Beton en Waterbouw, Van Hattum en Blankevoort (KVWS), Hollandsche Beton- en Waterbouw (HBG) en Andersson Elffers Felix een groep te vormen die met de politiek een discussie over dit onderwerp aanging. Daarnaast bezoekt men in de nabije toekomst ambtenaren van NS Railinfrabeheer en Verkeer en Waterstaat.

Flipje

De vier, zij hebben hun groep de ludieke naam Flipje gegeven, geven aan twee nieuwe contractvormen de voorkeur: de opdrachtnemer ontwerpt (mee), coordineert en voert uit op basis van een heldere opdracht; de opdrachtnemer neemt de volledige verantwoordelijkheid voor het ontwerp, de bouwcoordinatie, de uitvoering en het onderhoud. “De eerst vorm veronderstelt dat de opdrachtgever zijn pragmatische eisen scherp formuleert, terwijl de tweede vorm er van uit gaat dat de opdrachtgever producteisen stelt. De tweede vorm biedt de meeste mogelijkheden om de genoemde prestaties te leveren”, aldus de aannemers.

Het toepassen van nieuwe contractvormen die in het buitenland goed functioneren, te denken valt aan vormen van ‘private finance initiative’, ‘build operate transfer’ of ‘design en build’, hoeven volgens het drietal niet in strijd te zijn met het Brusselse aanbestedingsrecht. “Bestudering leert dat er geen belemmeringen zijn om te komen tot modern publiek opdrachtgeverschap. Het staat de opdrachtgever vrij om in de selectieronde niet alleen te selecteren op prijs of om te gaan onderhandelen met een of meerdere aanbieders van interessante, vernieuwende oplossingen. Deze laatste wijze leent zich het beste om tot moderne of nieuwe contractvormen te komen.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels