nieuws

Geen noodwet tegen bouw varkensstallen

bouwbreed

Landbouwminister Van Aartsen vindt het niet nodig tot reparatiewetgeving over te gaan om de ongebreidelde bouw van varkensstallen in de noordelijke provincies een halt toe te roepen. Van Aartsen antwoordt dit op vragen van kamerlid Remi Poppe (SP). De SP neemt geen genoegen met de beantwoording. Woordvoerder Paulus Janse: “Wij vinden dat de minister laconiek met de problematiek omgaat.”

“Kent u het bericht ‘Varkenspest slaat om in bouwkoorts’ (in Cobouw van 14 augustus, red.)?”, vraagt Poppe aan de minister van landbouw. En: “Is het waar dat de genoemde bouwaanvragen voor varkensstallen in de noordelijke provincies geen betrekking hebben op een normale ontwikkeling van de bedrijfstak, maar afkomstig zijn van rijke varkensboeren, veevoederfabrikanten en gehaaide zakenjongens die op een slimme manier gebruik maken van mazen in lokale bestemmingsplannen om snel geld te verdienen?”

Van Aartsen schrijft de berichtgeving in Cobouw te kennen en vervolgt: “Veel bouwaanvragen zijn afkomstig van varkenshouders uit Zuid-Nederland. Daarnaast dienden tussenpersonen aanvragen in. Ook noordelijke agrariers hebben aanvragen ingediend”, laat de minister in het midden of het om meer of minder gehaaide ondernemers gaat en wat de intenties van de aanvragers zijn. Of het zou de mededeling moeten zijn dat “het veelal gaat om stallen met een bovengemiddelde grootte”, waarbij mag worden aangenomen dat het eveneens om bovengemiddelde verdiensten gaat.

Mazen in wet

Van Aartsen heeft zijn eigen, bedekte manier om toe te geven dat er gebruik gemaakt wordt van ‘mazen in de wet’: “De aanvragen zijn vooral ingediend bij gemeenten met een relatief oud bestemmingsplan, en/of een bestemmingsplan waar middels ‘bouwstroken’ relatief ruime bouwmogelijkheden aanwezig zijn.”

Op de vraag of het waar is dat de aanvragers de mer-plicht systematisch ontwijken door meerdere aanvragen in te dienen die per stal juist onder de mer-grens van 5000 varkens blijven, antwoordt de minister dat sommige aanvragers weliswaar meerdere aanvragen voor eenheden kleiner dan 5000 vleesvarkens hebben ingediend, maar hij heeft niet de indruk dat systematisch het mer-besluit wordt ontweken omdat er evenveel aanvragen zijn voor aanvragen groter dan 5000 varkens.

Zo ontwijkt Van Aartsen de concrete beantwoording van de vraag of de ontwikkeling in het noorden haaks op het overheidsbeleid staat. In het wetsvoorstel dat binnenkort wordt aangeboden, zullen concrete eisen worden gesteld aan het verhandelen van de in te stellen varkensrechten, kondigt de landbouwminister aan. Mestproductierechten die na 9 juli van dit jaar zijn verhandeld, tellen niet mee bij het toekennen van varkensrechten aan individuele varkenshouders. De eisen zullen bovendien worden verankerd in het Structuurschema Groene Ruimte. Al deze maatregelen zullen volgens Van Aartsen geen ruimte laten voor ongewenste ontwikkeling van de varkenshouderij in het noorden.

Ongewenst

De SP stelt zich op het standpunt dat elke vorm uitbreiding van de varkensstapel per definitie ongewenst is. En constateert dat de maatregelen van Van Aartsen ruimte bieden voor grondgebonden nieuwe vestigingen, d.w.z. nieuwbouw van stallen blijft toegestaan indien de varkensboer de mest op eigen land kwijt kan. De SP vindt dit strijdig met de voorgenomen inkrimping van de varkensstapel met 25 procent.

Tijdens het eerstvolgende overleg van de minister over de varkenshouderij – mogelijk op donderdag 25 september – zal kamerlid Poppe op de antwoorden van de minister terugkomen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels