nieuws

Europees aanbesteden bevalt Rijksgebouwendienst slecht

bouwbreed

De Rijksgebouwendienst (RGD) heeft tot nu toe slechte ervaringen met Europese aanbestedingsrichtlijnen. Dat blijkt uit een evaluatie die de dienst heeft laten uitvoeren. Huurverplichtingen tot 2002 en interne vernieuwing leiden tot beperkte investeringsruimte van de dienst.

De RGD heeft haar aanbestedingsbeleid voor onderhoudscontracten van de afgelopen jaren geevalueerd. De belangrijkste conclusie is dat “het onduidelijk is hoe EG-aanbestedingsrichtlijnen geinterpreteerd moeten worden als het gaat om installatie-onderhoud”. In juli 1995 zijn alle onderhoudscontracten die toen afliepen opnieuw aanbesteed in de vorm van clusters. Naar aanleiding daarvan hebben de technische brancheorganisaties Uneto, VNI (installateurs) en VLR (liften) bezwaar aangetekend. Zij stelden dat door de Europese aanbestedingsprocedures de midden- en kleinbedrijven steeds vaker buiten spel stonden. Naar aanleiding van deze kritiek heeft de RGD besloten tot een evaluatie.

Naast de onduidelijkheid over de interpretatie van de regels zijn veel installatiebedrijven bovendien te laat op de hoogte van de eisen die de RGD stelt.

Spelregels onduidelijk

Verder heeft de RGD behoefte aan een zo efficient mogelijke toepassing van die EG-richtlijnen waarbij vooral veel onduidelijk is over de ‘spelregels’ tussen bouwers en opdrachtgever. Een andere conclusie van de evaluatie is dat kwalificatie van bouwbedrijven een bijdrage kan leveren aan verlaging van de transactiekosten en verbetering van de kwaliteit van aanbesteden.

Door het beleid tot nu toe is sprake van schaalvergroting en het aantal bedrijven dat meedingt naar opdrachten is al drastisch gereduceerd, terwijl de hoeveelheid onderhoudswerk niet is verminderd.

De RGD vindt dat zij “maar zeer beperkte ruimte heeft om nieuwe projecten in uitvoering te nemen”.

Zeggenschap

Dit heeft direct te maken met de vernieuwing binnen de dienst. Het is niet de bedoeling dat de gebouwendienst als zelfstandig lichaam gaat functioneren, maar in het nieuwe stelsel zal de RGD wel als huisbaas fungeren voor de departementen. Vanaf januari 1999 krijgen de departementen zelf zeggenschap over hun huisvestingsbudget. Volgend jaar komt de RGD met een vijfjarenplan. Hierin komen onderwerpen aan de orde als stedelijke vernieuwing, duurzaam bouwen, architectuur, monumenten en beeldende kunst. Verder zal de dienst jaarlijks een bedrijfsplan opstellen waarin per ministerie een kosten/batenplaatje wordt geschetst.

De beperkte investeringsruimte is ook het gevolg van (huur)verplichtingen die doorlopen tot 2002 en door onvermijdelijke veranderingen in projecten die al in het Overzicht Meerjarenraming Rijkshuisvesting (OMR) 1997-2001 waren opgenomen.

Maar in de periode van 1998 tot 2002 valt nog altijd f. 120 miljoen te verdelen. Zo wordt f. 30 miljoen gestoken in nieuwbouw en renovatie van het automatiseringscentrum van de Belastingdienst te Apeldoorn. Verder wordt er miljoenen gestoken in de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW) te Zoetermeer, Binnenlandse Zaken, Justitie en Buitenlandse Zaken. Rijkswaterstaat in Delft kan rekenen op f. 4,7 en het Korps landelijke Politiediensten in Driebergen krijgt f. 11,2 miljoen voor de tweede fase van zijn nieuwbouwproject.

Dit voorjaar heeft de ministerraad de RGD ook extra budgetten gegeven voor andere acute problemen zoals het cellentekort van jeugdigen. Ook de Tweede Kamer, en de ministeries van Verkeer en Waterstaat, van Binnenlandse Zaken en van Justitie profiteren van dit extra geld.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels