nieuws

Dudoks studentenhuis in Parijs verdient restauratie

bouwbreed

Onder de vele scholen die dit jaar op Open Monumentendag de aandacht trekken zijn er diverse van Dudok. Sommige staan er slecht bij. Dat laatste is ook het geval met het Nederlandse studentenhuis van Dudok in Parijs, dat aan restauratie toe is.

Het is begrijpelijk dat in het Hilversumse openluchtmuseum voor architectuur van Dudok niet iedere school er spic en span bij staat. Op de indrukwekkende hoogniveau-restauratie van het stadhuis lopen verschillende scholen ver achter. Sommige gebouwen zijn hard aan restauratie toe, andere haalden restauratie-technisch gezien niet het niveau dat de authentieke architectonische kwaliteit recht doet. In Parijs staat Dudoks Pavillon Neerlandais op de Cite Universitaire er echter ook weinig florissant bij.

Het gebouw, dat ondermeer woonruimte biedt aan Nederlandse studenten en studieruimten, kwam in 1931 gereed. Het staat op het grote universiteitsterrein tussen een rijke variatie aan architectuur. Het gebouw van Le Corbusier voor Braziliaans studenten, opgeleverd in 1959, vraagt wel wat onderhoud. Het er vrijwel naast staande Zwitserse studentengebouw uit 1930 verkeert in perfecte staat, en wordt nauwkeurig onderhouden: een juweeltje van moderne architectuur. Opvallend contrastis de bijna traditionele neo-architectuur van talrijke andere universitaire gebouwen.

Trekpleister toeristen

Dudoks studentenhuis kan men kenschetsen als belangrijk Nederlands jong monument op buitenlands grondgebied. Tussen ambassades en enkele andere overheidsgebouwen zoals Rietvelds beeldenpaviljoen in Venetie, neemt het een belangrijke plaats in. Er komen architectuurtoeristen uit heel de wereld langs, individueel of groepsgewijs.

De vleugels van het a-symmetrische gebouw liggen rond een wat dieper ontgraven binnenhof. De bouwhoogte varieert van drie tot zes verdiepingen. Het is opmerkelijk dat het voor Dudok karakteristieke metselwerk van gele dunne baksteen met een schaduwvoeg hier ontbreekt. Hij koos bij uitzondering voor pleisterwerk. Plaatselijk zijn de gevelkozijnen van staal met karakteristieke slanke profilering.

De architectuur sluit aan bij het Nieuwe Bouwen uit de jaren twintig. De kozijnvormen en a-symmetrische rangschikking van rechthoekige bouwvolumen zijn karakteristiek voor Dudok. De architectonische kwaliteit doet niet veel onder voor die van de beide gebouwen van Le Corbusier.

Het is beschamend dat het onderhoud niet aansluit bij die kwaliteit. De gevels vertonen scheuren en plaatselijk laat de bouwtechnische staat van de gevelkozijnen veel te wensen over. De uitspringende ramen brengen ook nogal wat problemen met zich mee, waarbij vervuiling nog het minst destructief is, maar wel het meest zichtbaar.

Architectuurgidsen

Het interieur is verrassend. Rond de binnenplaats met een blauw betegelde vijver, die overigens droog staat, liggen verschillende publieke ruimten zoals een grote centrale hal en het auditorium. Royale glaspuien zorgen voor veel daglicht, aangevuld met dakramen op plaatsen waar de laagbouw buiten de hoger opgaande verdiepingen steekt.

In het oeuvre van Dudok is dit buiten het land gelegen gebouw minder bekend. Internationaal staat het raadhuis in Hilversum het hoogste aangeschreven, maar wordt het gebouw in Parijs veel genoemd. Daarom is wat meer aandacht voor de bouwkundige staat van dit jonge monument in Parijs wenselijk. Restauratie zou recht doen aan de plaats die het gebouw in de architectuurgidsen van Parijs nog altijd bezet.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels