nieuws

Bonn moet overmacht van natuur erkennen

bouwbreed

“De natuur is de baas en is altijd verrassend. De regering in Bonn en het bestuur van de deelstaat Brandenburg moeten dat erkennen en vaart zetten achter de aanpak van de Oderdijken.

Brandenburg draagt verantwoording voor het waterbeheer en moet dus geld krijgen om de noodzakelijke verbeteringen te kunnen aanbesteden. Rond het einde van het jaar moet daar meer duidelijkheid over komen. De uitvoering kan dan in het voorjaar van 1998 beginnen”, verwacht voorzitter W. Lubberhuizen van de VBKO.

“Over de status van de Oder als beschermd natuurgebied wordt al jaren gediscussieerd”, zegt Lubberhuizen.

“Iets dergelijks zag je ook in Nederland. Hier zouden de rivierdijken in 1977 op hoogte zijn. Verenigingen als Natuur en Milieu haalden echter alles uit de kast om de werken tegen te houden. Daarmee zeg ik niets ten nadele van zulke organisaties maar het oponthoud werkt wel de onveiligheid in de hand. De politiek vindt dat prachtig want op die manier blijft het geld in de portemonnee. Met als gevolg dat in 1995 zo’n 200.000 mensen voor het dreigende water moesten wijken. Na de bijna-ramp kwam er een nooddeltaplan voor de rivierdijken en werd binnen twee jaar ruim 200 kilometer waterkering verbeterd. Waarna iedereen riep: wat fantastisch.”

Komberging

“Zo ging het ook in Duitsland met het gevolg dat noodzakelijke werken uitbleven en de Oder langzaam aan dichtslibde”, legt Lubberhuizen uit.

“Momenteel doen zich rampen voor en komt er meer aandacht voor verbeteringen. Het is zaak dat die aandacht blijft bestaan en dat na het wegtrekken van het water daadwerkelijk de aanzet tot verbetering komt. Er zal ook weinig anders opzitten omdat het water wekenlang tegen de dijken stond die daardoor verweken en dus gaan lekken. Er moet beduidend meer gebeuren dan alleen dijkverbetering. Het profiel van de Oder moet verruimd en er moet een grotere komberging komen. De rivier loopt heel langzaam af. Als ergens in de bovenloop buitensporig veel regen valt merk je dat over de hele lengte.”

Wrijvingen

Volgens Lubberhuizen is het noodzaak dat de Duitse overheid gelden beschikbaar stelt.

“Nederlandse bedrijven kunnen bij de voorbereiding en uitvoering van de werken helpen. Sommige Nederlandse bedrijven kunnen daarvoor Duitse vestigingen en dochterbedrijven inzetten. Wrijvingen tussen Nederlandse en Duitse bedrijven zal dat niet geven. Vestigingen van Nederlandse bouwbedrijven in de bondsrepubliek lijden net als de Duitse aannemers onder de economische malaise, de hoge werkloosheid en de verminderde uitgaven van de overheid voor bouwwerk. De ernst van de toestand leent zich overigens ook niet voor discussies over wie dat werk nu mag doen. Daarbij hoort Europa een geheel te zijn zodat de nationaliteit van bedrijven van ondergeschikt belang is.”

“In elk geval staat er voldoende materieel en bedienend personeel gereed om vol-continue te kunnen werken”, vervolgt Lubberhuizen

“Daar komt bij dat het overgrote deel van de werken machinaal gebeurt. Ook ligt er ter plaatse genoeg materiaal voor de dijkopbouw. Niet overal komt de kwaliteit ervan overeen met de eisen die de dijkenbouw stelt maar je kunt grondsoorten vrij eenvoudig opmengen tot de gewenste samenstelling. Duitsland beschikt zelf over afdoende kennis om een plan van aanpak op te stellen. Als in Duitsland de Oderdijken worden aangepakt moeten tegelijkertijd aan de Poolse zijde de werken beginnen. Anders blijft de bondsrepubliek bij een volgend hoogwater droog en stroomt Polen onder. Polen heeft geen geld om dergelijke grootschalige projecten te bekostigen. Nu het land met veel ceremonie de NAVO is binnen gehaald ontkomt ‘de wereld’ er niet aan om Polen financieel bij te staan. In elk geval moet ‘Brussel’ bijspringen.”

De regeringen van de Oder-landen moeten de overmacht van de natuur erkennen en op korte termijn maatregelen treffen, die de bewoners van de aanliggende gebieden beschermen tegen het watergeweld.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels