nieuws

VROM staat al jarenlang milieubederf door vuil dakgrind toe

bouwbreed

“De ambtenaren van VROM gaan al tien jaar voorbij aan milieubederf door dakgrind. Men heeft regels bedacht en gaat ervan uit dat alles goed is geregeld. Maar jaarlijks verdwijnt 16.000 ton gevaarlijk afval, afkomstig van dakgrind. Dat materiaal komt voor het overgrote deel terecht in puin- en asfaltbrekers. De aanbieders boeken daarmee flinke financiele voordelen wat ze weer aan de klanten ke doorberekenen. Wassen, milieutechnisch de beste oplossing, komt mede door de kosten en de vele regels nauwelijks van de grond.”

“Bij ‘regels’ valt bijvoorbeeld te denken aan de vergunning”, zegt directeur C. van der Nagel van het Schiedamse P. v.d. Kooij Transport. “Een onderneming mag alleen doen wat op dat papier staat. Daarmee ontneem je een bedrijf elk initiatief om het werk beter te doen. Temeer omdat je voor jaren aan die vergunning vastzit. Ook anderszins wordt er nauwelijks iets ondernomen om bijvoorbeeld de gang van zaken rond dakgrind beter te regelen. Tien jaar geleden dachten de beheerders van stortplaatsen dat dakgrind gelijk stond aan chemisch afval. Daar is toen een grindwasser voor ontwikkeld. Deze machine schuurt het grind en de stenen worden schoon. Het rendement bedraagt 99 procent. De materiaalstroom bestaat uit grind, neerslagstoffen uit de lucht en resten dakbedekking. Bij elkaar zit er nogal wat afval aan dakgrind omdat het materiaal filtert. Eenmaal gewassen kan het grind opnieuw worden gebruikt.”

“De handhavers zagen in dat wassen een proces”, licht Van der Nagel toe. “Het residu dat daarbij vrijkwam moest worden verbrand. Elke ton dakgrind bevat 10 procent residu en de verbranding daarvan vergt f. 60. Met onderzoek probeerden we te bewijzen dat je dat materiaal niet moet verbranden omdat het te gevaarlijk is. In de tussentijd kwam er een dwangsomregeling omdat er teveel residu op het terrein lag. Vervolgens mochten we storten tegen f. 145 per ton. Er zat dus al f. 14,50 kosten op het bergen van het residu. Nu kun je dat materiaal ook bij een puin- of een asfaltbreker brengen. En daar wordt het gewoon opgemengd. In Nederland wordt hooguit 40.000 ton dakgrind gewassen. Stel je de jaarlijkse hoeveelheid op 200.000 ton, dan houdt dit 20.000 ton residu in waarvan dan 16.000 ton verdwijnt.”

“Als wij grind wassen kost dat zo’n f. 40 per ton: geen probleem,’ vindt Van der Nagel. ‘Maar wel een probleem als de concurrent bij de breker niet meer dan pakweg f. 20 kwijt is. En zeker een probleem als het bedrijf jaarlijks 30.000 tot 40.000 ton dakgrind verwerkt. Want dan praat je over zo’n f. 700.000. Dat kun je niet aan de klanten doorberekenen. De goedwillende bedrijven nemen maatregelen maar daar wordt niet op gecontroleerd. En zo loopt de beunhaas met het werk weg. Daarmee verdwijnt er ook een forse berg PAK-houdend materiaal in het milieu.”

Kamervragen

“Binnenkort stelt de Tweede Kamer daar voor de derde keer vragen over omdat de minister tot nog toe slechts nietszeggende antwoorden gaf”, stelt Van der Nagel. “Volgens de minister ligt de verantwoordelijkheid voor dakgrind bij de provincies. Mede om die reden kan de landelijke overheid ook niet aangeven in welke mate bitumenhoudend grind vervuild is. Dat wil dus zeggen dat er geen aandacht voor is, of dat het opmengen van 16.000 ton residu gewoon is toegestaan. Die lakse houding kan verstrekkende gevolgen hebben. Want meng je dakgrind via de breker met puin en verwerk je dat granulaat bijvoorbeeld in terreinverharding, dan vervuil je de grond. Als dat aan het licht komt wordt de eigenaar gesommeerd te saneren omdat de hoeveelheid pak’s boven de norm ligt. Het blijft een vraag of de overheid dan recht van spreken heeft wanneer hij kan aantonen dat opmengen al die tijd blijkbaar mocht.”

“De provincie Zuid-Holland heeft, onder druk van sluiting van de installatie en aansprakelijk stelling, besloten dat het milieu niet erg is gebaat bij deze aanpak”, zegt Van der Nagel. “Puinbrekers mogen het dakgrind niet meer in ontvangst nemen omdat het nu te boek staat als gecontamineerd afval. Dat besluit vergroot het zicht op de mogelijkheid van wassen en dus van hergebruik. Na wassing kun je het grind zonder bezwaar weer opnieuw op daken leggen. En daarmee bespaar je weer fors op de inzet van nieuw grind. Het lijkt er echter op dat het onderhouden van de papierwinkel zwaarder weegt dan het voorkomen van milieuschade. Daar komt bij dat de handhaver na het wassen al snel vraagt ‘hoe schoon is het nu geworden?’ Voor de volle 100 procent krijg je het niet schoon; er kan wel eens een stukje bitumen aan een kiezel blijven zitten.”

Malafide

“Daar komt ook bij dat je moeilijk kunt vaststellen of het om bitumen gaat of om teerhoudende mastiek”, weet Van der Nagel. “Het laatste staat door de grote hoeveelheid pak’s te boek als gevaarlijk afval, het andere valt onder de noemer pak-arm. Door voor te schrijven dat al het niet-schone dakgrind moet worden gewassen ben je van dat probleem af. En neem je de malafide bedrijven de wind uit de zeilen. Zodra iedereen aan dezelfde regels moet voldoen kun je de naleving ook veel beter controleren. Daar ligt een taak voor de betrokken organisaties in de bedrijfstak die daarvoor niet zonder de steun van de overheid ke. Echter: die steun ontbreekt tot nog toe!”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels