nieuws

Patijn: ‘Aanmeldingsprocedure bizar en kostbaar’ Rijksbouwmeester hekelt rol adviseurs

bouwbreed

De aanmeldingsprocedures die adviesbureaus opleggen aan architecten in het kader van (Europese) aanbestedingen zijn bizar en vooral kostbaar. Bovendien leiden ze bijna nooit tot een opdracht. Ontwerpen is fundamenteel ongeschikt voor een administratieve en cijfermatige aanbesteding.

Rijksbouwmeester prof. ir. Wytze Patijn hekelt op deze wijze de rol die adviesbureaus spelen bij aanbestedingen volgens de Europese regels.

“Incidentele en daardoor minder ervaren opdrachtgevers, die zich gesteld zien voor de opgave om een ontwerper te kiezen, laten zich geregeld bijstaan door adviesbureaus. De praktijk leert dat deze bureaus veelal advertentieteksten opstellen waarin een groot aantal minimumeisen is geformuleerd met vele en onnodige verklaringen en weinig informatie wordt gevraagd over architectuurvisie en -praktijk. Een dergelijke aanpak leidt tot een grote administratieve rompslomp, waarbij voorbij wordt gegaan aan primaire criteria. Noch opdrachtgevers noch opdrachtnemers zijn daarbij gebaat. Architecten ervaren de aanmeldingsprocedure meer en meer als een bizarre en vooral kostbare inspanning die bijna nooit tot een opdracht leidt”, aldus Patijn.

Voorbeelden

Hij staaft zijn mening met een aantal voorbeelden waaruit blijkt dat de ontwerpkundige kwaliteiten voortdurend naar het tweede plan worden gedrongen.

Zo leggen geformuleerde minimumeisen een te zwaar accent bij de financieel-economische kant van een opgave en schenken nauwelijks aandacht aan de kwalitatieve aspecten die spelen bij de keuze van een ontwerper. Ook wordt in zijn ogen onnodig zwaar specifieke ervaring op ontwerpgebied gevraagd. “Belangrijker is dat een ontwerper in staat is een goed geformuleerd programma van eisen in zijn discipline vorm te geven. Bij specialisatie op een bepaald terrein kan juist het gevaar van herhaling en vervlakking spelen. Een zekere mate van oorspronkelijkhied in het ontwerp zal verrijkend werken”, zo is zijn mening.

Patijn verwijst daarbij naar de Nota Architectuurbeleid van 1991 waarin een beleid wordt geschetst met als doel gunstige voorwaarden te scheppen voor architectonische kwaliteit. Daarbij speelt de rijksbouwmeester bij overheidsopdrachten, “maar ook daarbuiten” een actieve rol.

Hij pleit daarom voor een bewuste aanpak bij de keuze van ontwerpers. “De bedoeling van de Europese richtlijn om over een ruimere keuzemogelijkheid te ke beschikken, is helder, de middelen waarmee en de manier waarop is gediend met eenvoud.”

Anders

Dat het ook anders kan bewijst de procedure die de Rijksgebouwendienst zelf sinds enige tijd hanteert. Daarin volstaat een selectieprocedure voor een groot aantal poen.

De RGD publiceert in deze procedure in een keer de voorgenomen bouwwerken die Europees moeten worden aanbesteed. Ontwerpers die in aanmerking willen komen voor een of meer opdracht en, ke zich daarvoor opgeven.

In de praktijk betekent dit dat bureaus zich maar eenmaal de voor de selectie belangrijke gegevens behoeven aan te leveren. Per po worden dan minimaal vijf geselecteerden voor inschrijving uitgenodigd.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels