nieuws

Bouwopgave vraagt integrale aanpak

bouwbreed

Zonder een geintegreerde aanpak zal het nauwelijks mogelijk zijn de grote hoeveelheid werken op de markt te brengen, die een gevolg is van de nabije investeringsgolf. Bovendien vergt de traditionele manier waarop bouwwerken tot stand komen te veel geld. Dat is de mening van prof.dr.ir. H.A.J. de Ridder van de TU Delft.

De traditionele manier: eerst een ontwerptraject, gedomineerd door opdrachtgevers, poontwikkelaars en ingenieursbureaus, gevolgd door een uitvoeringstraject, gedomineerd door aannemers en onderaannemers, levert alleen al in de aannemingssfeer meer dan een miljard gulden aan inschrijvingskosten op, waarvoor men verder niets krijgt, aldus De Ridder.

Hij is onder meer voorstander van de integratie van probleemoplossers. Consortia van onderzoeksinstituten, ingenieursbureaus, aannemers en leveranciers moeten poen gezamenlijk aanpakken omdat geen enkel probleem adequaat door meerdere partijen met de daarbij behorende belangentegenstellingen kan worden opgelost.

Bij een dergelijk geintegreerd handelen gaan begrippen als risicoverdeling, contractvormen, commercie, risicomanagement en cooperatie een centrale rol spelen.

We moeten volgens hem ook af van het opsplitsen van een probleem in deelproblemen, waarvoor deeloplossingen worden ontwikkeld, die vervolgens weer worden samengevoegd, waarna een langdurig aanpassingsproces uiteindelijk tot een min of meer bevredigende totaaloplossing leidt.

Nieuw UAR

Ook de aanbestedingsvormen moeten op hun efficiency worden bekeken. Het lijkt voor de overheid aantrekkelijk om zo aan te besteden dat de concurrentie voor een uitgeknepen prijs zorgt. Maar op de lange termijn betaalde samenleving toch de kosten, aldus De Ridder. Zo’n tien procent van de aanbestedingssom wordt door marktpartijen aan kosten gemaakt.

Volgens AVBB-voorzitter Brinkman is de uitvoerende bouw juist daarover met overheidsopdrachtgevers in gesprek. Er dienen evenwichtige afspraken te komen over wederzijdse rechten en plichten bij aanbestedingen.

“Eind deze maand gaan onze bestuurders om de tafel zitten om de voorlopige afspraken over een nieuwe Uniform Aanbestedingsreglement plus (UAR+) op een goudschaaltje te wegen.

Concreet gaat het dan onder meer om: verlaging van transactie- en inschrijvingskosten, een tegemoetkoming in de inschrijvingskosten, een terugtrekmogelijkheid, afspraken over onderhandelingen en een anti-leurbeding, financiering van collectief onderzoek en selectiecriteria”.

Een dergelijk reglement zou wellicht in de plaats ke treden van de Algemene Inschrijvings Voorwaarden, die nu nog in concept bij de EG in Brussel ter goedkeuring liggen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels