nieuws

‘Bonn’ herziet recht gunning publiek werk

bouwbreed

De Duitse bondsregering herziet onder druk van ‘Brussel’ het gunningsrecht voor openbare aanbestedingen. De Europese Commissie verwijt ‘Bonn’ dat inschrijvers op Duitse publieke werken tot op heden geen gerechtelijk gegarandeerde rechtszekerheid genieten. De desbetreffende EU-richtlijn stelt deze zekerheid verplicht.

Sinds december werkt het bondsministerie van Economische Zaken aan een voorstel om de Wet op de concurrentiebeperkingen (GWB) met een zesde paragraaf uit te breiden. Op grond van deze aanvulling moeten bond en deelstaten een zogeheten gunningskamer oprichten. Die ziet er desgevraagd op toe dat opdrachtgevers zich houden aan de garanties die de belangen van de inschrijvers beschermen. De nieuwigheid zit in de gerechtelijke maatregelen die de inschrijver kan laten treffen wanneer de aanbesteder zich volgens hem niet aan de bepalingen houdt. De besluiten van de gunningskamers krijgen de status van bestuursakten. Gespecialiseerde senaten van het gerechtshof controleren de tekst. Het ligt in de bedoeling dat de akten binnen vijf weken een spoedbeslissing opleveren.

Contraproductief

De Duitse Maatschappij voor Bouwrecht (DGB) meent dat de voorgestelde zesde paragraaf de toestand aanmerkelijk verbetert. Het effect van de regeling neemt echter toe wanneer de aanbesteding van openbare werken in een aparte wet wordt verwerkt. Het huidige voorstel kan contraproductief uitvallen omdat het beroep mogelijk maakt tegen de controle door het gerechtshof en tegen bestuursrechtelijke uitspraken. Daarbij kan de inhoud van paragraaf 6 botsen met die van de rest van het GWB. De DGB beschouwt concurrentie en gunning als zelfstandige rechtsregelingen. Dezelfde mening deelt het Bondsverbond van de Duitse Industrie (BDI). Het Duitse Industrie en Handels Overleg (DIHT) meent daarentegen dat het voorstel duidelijk aangeeft dat het gunningsrecht onder het burgerlijke recht ressorteert.

Problemen

DIHT en BDI zien rond de bezwaarschriftregelingen voor het gerechtshof evenwel forse problemen rijzen. Weliswaar volgt binnen vijf weken een spoedbeslissing; de daarop volgende behandeling van de kwestie kan beduidend langer duren. De DGB voegt daaraan toe dat de betrokken bedrijven na de aanname van paragraaf 6 subjectieve en gerechtelijk opeisbare rechten inzake de gunningsbepalingen ke laten gelden. Echter: die rechten worden niet nader omschreven zodat het gerechtshof van geval tot geval een besluit neemt. Oftewel: in het verlengde van meer rechtszekerheid ligt ook meer rechtsonzekerheid.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels