nieuws

Architectuur draait niet om functie maar om verleiding

bouwbreed

In het Haarlems architectuurcentrum ABC bieden de architecten Baneke en Van der Hoeven met 35 maquettes en 560 dia – s een waarlijk caleidoscopisch beeld van hun werk. De presentatie maakt op slag duidelijk dat zij meeslepende architectuur willen maken. Allicht gebouwen die goed functioneren, maar die bovenal verleidelijk zijn. Een gesprek met Van der Hoeven over de architectuur van een nieuwe generatie.

Eind jaren zeventig behoorden Casper van der Hoeven (1951) en Guus Baneke (1952) tot een nieuwe generatie afstudeerders in Delft. De jaren daarvoor had het onderwijs in het teken gestaan van sociologie, politiek en psychologie – alles behalve architectuur. De architect moest als actievoerder op de bres staan voor bouwen voor de buurt, of als therapeut zorgen voor gezelligheid in de stad. Aan de TU-Delft voerde prof. Carel Weeber campagne tegen deze opvattingen. Baneke en Van der Hoeven leerden van hem dat sociaal beleid de verantwoordelijkheid is van politici, dat psychologen moeten zorgen voor therapie en dat architecten hun eigen beperkte taak hebben: de analyse en materialisatie van een programma van eisen.

Na de praktijk te hebben geleerd op verschillende bureaus hebben ze sinds 1984 een eigen bureau in Amsterdam. Met ongeveer tien medewerkers voeren zij projecten uit in binnen- en buitenland. Voor een textielfirma wordt een kantoor in Hongkong en een fabriek in China gebouwd; ander werk (ook in de textielbranche) is er in Seoul, Londen en Kopenhagen.

Zij hebben een oeuvre ontwikkeld met een eigen handschrift. Zij tonen demonstratief dat voor hun generatie architectuur weer verleidelijk en prikkelend mag zijn – een kunst op zich, met eigen regels.

Betoverende caleidoscoop

Daags na de opening van de tentoonstelling door Weeber stemt Casper van der Hoeven in met de openingswoorden van hun voormalige professor – inderdaad, architectuur moet meeslepend zijn, hun werk draait om verleidingskracht. Dat wil niet zeggen dat zij kunstenaars zijn die louter op hun gevoel koersen. Zij voelen zich ingenieurs die in hun – werkplaats – bij elke opgave opnieuw analyseren wat de beste aanpak is.

Van der Hoeven: – Van Weeber en andere docenten, zoals Van Duin en Risselada, hebben wij geleerd hoe je een programma van eisen uit elkaar kan halen en de onderdelen elk op een specifieke manier vorm kan geven. Ook de circulatie is een belangrijk onderdeel. We halen de delen uit elkaar, om ze daarna op een nieuwe manier met elkaar te confronteren. Die confrontatie moet de verbazing prikkelen, verleidingskracht uitstralen. Die aanpak gaat veel verder dan alleen maar te laten zien hoe een gebouw werkt, in elkaar zit. Een gebouw moet adequaat functioneren, allicht. We hebben veel laboratoria gebouwd en die moeten gewoon kloppen. Maar de functie van een gebouw is niet het belangrijkste voor de architectuur – het gaat om de verleidingskracht. –

Ook de tentoonstelling is gericht op verleiding. De muziek, 560 dia – s met teksten, gebouwen en details en de 35 maquettes, die in een goudkleurige – trommel – zijn opgehangen, werken als een verleidelijke etalage. De collage is niet gericht op feitelijk inzicht. Of het een kantoor, villa, flat of bedrijfsgebouw is, en in welke omstandigheden gerealiseerd, is niet de belangrijkste informatie. De caleidoscoop moet betoveren. Dat het zu verleidelijk moet zijn, op het behaagzieke af, onderscheidt het Amsterdamse duo overigens duidelijk van hun veel sardonischer Rotterdamse leermeester.

Programma – s manipuleren

Waartoe het manipuleren van een programma kan leiden illustreert hun (niet uitgevoerde) voorstel voor een nieuw stadskantoor in Enschede het duidelijkst. Het publieke deel met loketten hebben ze radicaal gescheiden van de werkkamers van de ambtenaren. Voordeel van deze scheiding boven versnippering van loketten over het hele gebouw is, dat verandering in de kantoorindeling geen invloed heeft op de plaats waar, en de manier waarop de gemeente het publiek ontvangt. Het programma werkt als katalysator voor de vormgeving: het publieksdeel vormt een kleurig en representatief front, de scheiding met de – ambtenarenmachine – is zichtbaar gemaakt met een grote vide met luchtbruggen en de kantoorvleugel staat op een plint waarin het archief is ondergebracht.

Op analoge manier, legt Van der Hoeven uit, amendeerden ze het programma voor een laboratorium. Een laboratorium is een werkplaats waar allerlei vindingen worden uitgedacht, in elkaar gezet en beproefd. – Maak dan een echte denktank, en een aparte fabriek – , is het idee van Van der Hoeven.

Architect zorgt voor elan

In die vaardigheid in het ontleden van programma – s en werkprocessen en het leggen van nieuwe relaties ziet Van der Hoeven een van de sterke punten van architecten. – Op die wijze kan architectuur zorgen voor een nieuw elan in maatschappelijke processen, architectuur kan nieuwe mogelijkheden tonen – . Als voorbeeld uit eigen praktijk kan de inrichting van het kantoor van een consultancy firma dienen, momenteel in aanbouw nabij het Amsterdamse Hilton. Het kantoor is een ontwerp van de Engels/Amerikaanse firma SOM. De consultants wilden niet zelf hun eigen werkwijze ontleden, maar vroegen daarvoor Baneke en Van der Hoeven.

Van der Hoeven: – Het kantoor functioneert als front office en als thuisfront; het eigenlijke werk vindt in den lande plaats. Het is een soort oppep-centrum en servicegebouw en moet zoveel ruimtelijke kwaliteit hebben. Het moet zo verleidelijk zijn, dat medewerkers er regelmatig naar toe willen komen en dan tegen elkaar aan lopen. Niemand heeft er een eigen plaats, maar de werknemers krijgen daar veel voor terug. Meer dan bij Interpolis in Tilburg, waar het voornamelijk een ruimer middengebied met duurder meubilair is. Hier zijn de onderdelen niet in een structuur geperst, maar heeft alles een eigen verschijningsvorm. Het gebouw moet als motor van het werkproces functioneren. –

In die nadruk op programmatische aspecten van architectuur vertonen Baneke en Van der Hoeven dat ze niet alleen van Weeber, maar ook van Koolhaas hebben geleerd. Duidelijk is dat ook te zien aan de plannen voor verbouw van het voormalige winkelpand van Huf dat Van den Broek en Bakema in de jaren vijftig neerzetten op de hoek van Binnenwegplein en Karel Doormanstraat in Rotterdam. Het is een grotendeels glazen doos waarin een veelomvattend fitness-centrum komt. In de doos leggen Baneke en Van der Hoeven met vloeiende hellingbanen relaties tussen onderdelen van het programma – vergelijkbaar met de manier waarop Koolhaas in het bibliotheekplan voor Jussieu (Parijs) de vloeren knipte, vouwde en plooide om een continue ruimte te scheppen in plaats van afzonderlijke verdiepingen.

– In ons werk treedt een verschuiving op: minder nadruk op de vormen en kleuren, meer op de ruimte zelf. Maar die ruimte wordt nooit steriel of abstract – het moet meeslepend blijven. – , zegt Van der Hoeven, terwijl hij wijst naar de maquette van een kleine villa. Door middel van grote dakoverstekken is het huis ogen0schijnlijk groter gemaakt dan het strikt functionele programma. De overstekken maken het ook donkerder. Dat stelde de architecten in staat om door middel van lichthappers op het dak in het interieur opvallend lichte plekken te maken. Het licht valt via kokers van gestraald hardglas naar binnen; die kokers lichten op als edelstenen. Licht valt ook door ronde gaten in de overstekken her en der naar binnen. Het tamelijk gesloten bouwwerk heeft slechts aan de kant waar het uitkijkt over een moeras een geheel glazen pui. Zo zorgen licht en ruimte voor de orientatie en het onderscheid in plekken in het huis.

Regels leiden tot inventies

Over de toekomst van de architectuur is Van der Hoeven niet somber.

– Architectuur wint aan belang, merken wij. Iedereen wil architectuur. Het gevaar is dat men slechts – namen – wil. In de Randstad moeten het internationale architecten zijn, in de provincie moeten het architecten van nationaal belang zijn die ze aan hebben getroffen in tijdschriften. De valkuil is dat op die manier architectuur een politieke trucendoos wordt, die modisch wordt bepaald. –

En de toenemende complexiteit van de bouw, baart die zorgen?

Van der Hoeven: – Europese aanbestedingen kosten alle partijen veel geld en leveren veel beslommeringen op. Maar met alle normen en voorschriften hebben wij geen moeite. Hoe meer er zijn, hoe meer je ermee kan spelen. Net zoals een beperkt budget tot inventies kan leiden, al zit daar natuurlijk een ondergrens aan. Het geklaag daarover, bijvoorbeeld over de steeds striktere normen voor energiegebruik, is onverantwoord. Iedereen moet zuinig zijn met energie – waarom zouden architecten uitgezonderd zijn? – – baneke, van der hoeven architecten – – expositie t/m 16 maart in ABC, Groot Heiligland 47, Haarlem. Geopend di. – za. 12 – 17 uur, zo. 13 – 17 uur.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels