nieuws

Vervoerscentra aan de grens moeten meer samenwerken

bouwbreed

Overheden en instanties aan beide zijden van de Nederlands-Duitse grens willen dat de vervoerscentra meer oog krijgen voor samenwerking. De huidige sterke onderlinge concurrentie laat daarvoor nauwelijks ruimte over. De Subcommissie Zuid van de Nederlands Duitse Commissie Ruimtelijke Ordening maakt zich daarover zorgen. Deze commissie bestaat uit vertegenwoordigers van overheden en instanties in Nederland en Noordrijn-Westfalen.

De onderlinge concurrentie zal door een nauwere samenwerking niet verdwijnen, meent secretaris drs. M van Ginderen van de Subcommissie. De centra hebben er echter allemaal baat bij wanneer ze proberen elkaars activiteiten aan te vullen en strategische allianties aangaan. Anders gezegd: de centra moeten elkaar niet in de wielen rijden. Ook de overheden spinnen daar goed garen mee. Een faillissement van een vervoerscentrum betekent immers vernietiging van het kapitaal dat in de bijbehorende infrastructuur is geinvesteerd.

Het vervoerscentrum van Duisburg moet om die reden aansluiten op de komende activiteiten in het vervoerscentrum Valburg. Mede daardoor wordt de infrastructuur rendabel gebruikt. De centra moeten er vooral voor zorgen dat de binnenvaart meer vracht vervoert zodat het wegvervoer minder beslag op de infrastructuur legt. In het verlengde daarvan wordt het transport als geheel volgens Van Ginderen ook efficienter.

Nederland telt momenteel met Venlo, Born en straks Valburg drie grote vervoerscentra. Duitsland kent eveneens enkele grote vervoerscentra. Van een overcapaciteit is volgens Van Ginderen nog geen sprake. De centra moeten echter meer doen dan zorgen dat vracht van A naar B gaat.

Te denken valt aan assemblage en verpakking. Een voorbeeld daarvan bieden de activiteiten van transporteur Frans Maas in Venlo.

Verbetering

Rond de Nederlandse vervoerscentrum ligt een basisinfrastructuur. Die vergt evenwel verbetering. In Venlo wordt daar inmiddels een begin mee gemaakt. Het centrum krijgt op termijn de beschikking over havenvoorzieningen. Het ligt ook in de bedoeling Venlo een betere spoorverbinding met Keulen te geven. Deze lijn bestaat al en wordt ook gebruikt. Enkele tracedelen vergen evenwel aanpak. Sommige delen moeten worden verdubbeld, andere verdrievoudigd. Discussies aan Duitse zijde vertragen volgens Van Ginderen echter de werken.

De oorzaak van die discussies ligt in het meningsverschil tussen de deelstaat Noordrijn-Westfalen en de bondsregering. De deelstaat verwacht een te fors verkeersaanbod. De komende Betuwelijn en de hogesnelheidslijn naar Keulen komen bij Zevenaar op een punt samen en gaan vanaf daar verder het Duitse Ruhr-Rijngebied binnen. Noordrijn-Westfalen meent dat het net daardoor overbelast raakt.

Het bestuur van de deelstaat in Dusseldorf wil dat het doorgaande verkeer niet via Zevenaar maar bijvoorbeeld via Twente Duitsland binnen komt. De bond gaat daarmee niet zonder meer akkoord omdat Bonn het overgrote deel van de investeringen moet betalen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels