nieuws

Over ‘de opzet’ en de computer

bouwbreed Premium

Een onderwerp waarmee ook Cobouw zich in de loop der jaren vaak heeft bezig gehouden was het zogenoemde mededingingsbeleid. Dat haalde keer op keer de voorpagina. De aannemer had in consumentenkringen bepaald niet zo’n goede naam vanwege het systeem van ‘de opzet’. Het was aan Cobouw om ten behoeve van zijn lezers daar uitleg over te geven, alhoewel dat niet altijd gemakkelijk was. Zeker niet ten aanzien van de bouwende lezers.

Jaren was het de gewoonte dat aannemers – voor de eigenlijke aanbesteding plaats vond – samen kwamen om elkaars ‘prijs’ te vergelijken, opdat geen verkeerde calculaties werden gemaakt.

Soms vergat men bepaalde onderdelen te berekenen. Zo kwam mij het verhaal ter ore, dat een aannemer uit het Westland de bouw van een kerk in zijn dorp moest berekenen en daarbij vergat de bakstenen als kostenpost op te voeren. De goede man, zo wil het verhaal, ging failliet. Waar of niet, dit verhaal tekent wel de situatie waar men als aannemer mee te maken kan krijgen.

Aanbestedingstoerisme

Dat vooroverleg was er ook om zgn. ‘opzetovereenkomsten’ te maken. Kort en goed betekende dit, dat de aannemer aan wie het werk was gegund, zich tegenover andere inschrijvers die het werk niet hadden gekregen, verplichtte daarvoor een uitkering te betalen. Met het totaal van deze uitkeringen verhoogde de aannemer zijn oorspronkelijk beoogd inschrijvingscijfer. Dit bedrag zette hij op het oorspronkelijke cijfer en daarmee was de opzetovereenkomst gesloten.

Vaak moest een aannemer meerdere keren rekenen en inschrijven voor hij werk kreeg. Het gebeurde wel, zo kregen de redacteuren van Cobouw ‘in de wandelgangen’ te horen, dat sommige aannemers nooit een werk maakten, maar het land doortrokken om een rekenvergoeding in de wacht te slepen.

Dat werd gekscherend ‘aanbestedingstoerisme’ genoemd. In 1952 kwam de overheid in het geweer om tegen dat euvel in te gaan. De aannemers stelden dat het slechts een verweermiddel tegen de uitwassen van het aanbestedingssysteem was. Zij hadden – en daar heeft Cobouw heel wat woorden aan gewijd – te maken met leurende opdrachtgevers, die de aannemers wat de prijs betreft tegen elkaar uitspeelden en daarmee prijsbederf veroorzaakten.

Toelaatbaarheid

Jaren later, in 1971, vroeg de overheid een groep betrokkenen, die de Commissie Economische Mededinging (CEM) werd genoemd, haar te adviseren over de toelaatbaarheid van de mededingingsregelingen. In 1976 publiceerde de commissie haar rapport. Daaruit bleek, dat ze “wilde opzetpraktijken” wenste te elimineren. Tevens adviseerde de CEM tot een permanent overleg tussen overheid en aannemers te komen. Onderwerp van gesprek: de problematiek van de aanbestedingsregelingen.

In aannemerskringen werd daarop de zgn. Commissie Aanbestedingswezen en Prijsvorming (CAP) ingesteld, ter voorbereiding en begeleiding van het overleg met de overheid over ordening en mededinging. Dit overleg, zo was in Cobouws kolommen en commentaren te lezen, verliep niet erg vlot. De weerbarstige materie verdeelde voor- en tegenstanders. Uiteindelijk zou pas eind 1986, in de vorm van een Algemene Maatregel van Bestuur, het besluit Mededingingen in de bouwsector tot stand komen.

Toen deze problematiek dus eindelijk was opgelost, vermeldde Cobouw met grote koppen dat de hierop gebaseerde aanbestedingsregeling door de Europese Commissie werd verboden. Aan de prijsregelende organisaties werd een boete opgelegd van niet minder dan ….. 52 miljoen gulden.

Via een kort geding wist de Vereniging van Prijsregelende Organisaties in de Bouwnijverheid (SPO) enkele onderdelen van de aanbestedingsregeling overeind te houden en wel in afwachting van de bodemprocedure, die werd aangespannen bij het hof van Justitie van de Europese gemeenschappen in Luxemburg.

Aan dit onderwerp is in Cobouw altijd ruimschoots aandacht besteed omdat het in feite al via een prijsvormingsbesluit vanaf 1941 actueel is geweest. Toen werd het maken van ‘opzet’-contracten verboden. Het was, om het plastisch uit te drukken, voor Cobouw steeds een ‘vette kluif’.

Computer

Een ander belangrijk onderdeel bij het werk in de bouwnijverheid, maar ook bij Cobouw, was de verschijning van de computer. Klaas Stuut, mijn opvolger als hoofdredacteur bij Cobouw, kreeg er volop mee te maken. Nadat de computer eerst op bescheiden schaal was ingevoerd, drong deze sinds de tweede helft van de tachtiger jaren op vele terreinen door bij het bouwbedrijf. Zo scheelt het gebruik ervan veel rekenwerk, vooral bij het berekenen van een aanneemsom en bijvoorbeeld voor ingenieursbureaus bij het uitkienen van ingewikkelde berekeningen.

Zo is ook met dat doel de Stichting Rationalisatie en Automatisering Wegenbouw (RAW) opgericht. Bestekken worden door Rijkswaterstaat gestandaardiseerd aangeleverd. Ook elders gebeurt dat in toenemende mate.

Bij de redactie van Cobouw werden de journalisten naast hun normale taak ook de ‘zetters’ van hun kopij. Hun ‘zetsels’ gaan direct naar de opmaakafdeling en daarna naar de drukkerij in Apeldoorn. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de Cobouw-correspondent in de Verenigde Staten, die zijn artikelen ‘panklaar’ aflevert.

Wie daar bij het schrijven van de geschiedenis van Cobouw even bij stil staat, die bemerkt al gauw dat in de afgelopen honderdveertig jaar, met name in de laatste decennia van de twintigste eeuw, erg veel is veranderd.

Voor met de bouw van bijvoorbeeld woningen werd begonnen, kwam er nog al eens een ‘opzet’ aan te pas.

Reageer op dit artikel