nieuws

Komatsu 180 LC legt een stukje geschiedenis bloot

bouwbreed

De contrasten zijn groot in een archeologische put in de binnenstad van Alphen aan den Rijn. In een hoek peuteren professionele en amateurarcheologen met schopjes en troffeltjes in de kleibodem terwijl in een andere hoek een Komatsu 180 LC grommend zijn graaf- en schaafwerk doet. Het doel is informatie te verkrijgen over het uit de Romeinse tijd stammende castellum Albanianae.

De komende jaren gaan veel planologische ingrepen in het Nederlandse landschap gebeuren. Dit gebeurt in het kader van stadsuitbreiding en wegaanleg. Daardoor worden tal van archeologische objecten van internationale allure bedreigd. Waar mogelijk proberen archeologen op zulke ontwikkelingen in te spelen.

Bij archeologisch onderzoek komen geregeld opzienbare zaken aan het licht. Zo besteedden de verschillende media in oktober 1996 ruimschoots aandacht aan de vondst van een Romeins gezichtsmasker in de polder Roomburg bij Leiden. Deze bijzondere vondst werd gedaan tijdens het onderzoek naar de resten van het Romeinse grensfort Matilo en het daarbij gelegen kanaal, dat door de Romeinse veldheer Corbulo is aangelegd. Direct na de ontdekking kreeg het bronzen masker de bijnaam ‘Gordon’, vanwege zijn gelijkenis met gezicht van deze populaire zanger.

Door de aandacht van de media werd het publiek nadrukkelijk geconfronteerd met de aanwezigheid van Romeinse soldaten in Nederland in de eerste eeuwen van onze jaartelling. Wat veel mensen echter niet weten, is dat de vondst van dit Leidse gezichtsmasker niet op zichzelf staat. Het maakt deel uit van een grote groep belangwekkende vondsten en unieke overblijfselen die op verschillende plaatsen zijn aangetroffen aan de ‘limes’, de voormalige Romeinse rijksgrens in Nederland.

Limes

Romeinse troepen drongen in het jaar 12 voor Christus het Benedenrijn-gebied binnen. De Romeinse keizer Augustus had het plan opgevat om het hele Germaanse gebied, waarvan de Lage Landen deel uitmaakten, tot aan de Elbe te verover-en. Het opperbevel van het expeditieleger gaf hij aan zijn schoonzoon Drusus. Het Nederlandse rivierengebied diende als uitvalsbasis. De talrijke waterwegen in dit gebied boden goede mogelijkheden voor het transport van manschappen en goederen. Vooral de legerplaatsen in Nijmegen en Vechten vervulden daarbij een belangrijke rol.

De operaties verliepen aanvankelijk voorspoedig, waarbij men zelfs dacht aan het inrichten van een Romeinse provincie Germania. De tegenstanders bleken te sterk. De Romeinse legers werden in het jaar 9 na Christus in het Teuteborgerwoud in een hinderlaag gelokt en vervolgens afgeslacht. Na deze verpletterende nederlaag werden nog enkele pogingen gedaan het verloren gegane gebied te heroveren. Maar in 47 na Christus werd definitief afgezien van de verovering van Germania. De rijn, dat wil zeggen de Oude, de Kromme en de nederrijn werd ingericht als noordgrens van het Romeinse Rijk.

Versterkingen

In ons land werden op de zuidoever van de Rijn, tussen Katwijk aan Zee en Lobith, ruim twintig grote en kleine militaire versterkingen gebouwd. Deze werden onderling verbonden door een weg. Deze grenslinie, de Limes ad Germanium inferiorum, of kortweg ‘limes’ genoemd, deelde lange tijd het huidige Nederland in tweeen. Aan de noordzijde strekte zich het vrije Germanie uit terwijl de gebieden aan zuidzijde tot het Romeinse Rijk behoorden.

Dit duurde ongeveer tot aan het einde van de tweede eeuw. Vanuit het noorden en het oosten van de Rijn staken Germaanse invallers, later Franken genoemd, regelmatig de Rijn over , waarbij talrijke grensforten vernietigd werden. En toen kort na het midden van de vijfde eeuw de Romeinse provinciehoofdstad Keulen in vijandelijke handen viel, kwam er een einde aan de directe bemoeienis van de Romeinen en met onze streken.

De komende jaren wordt aan beide zijden van de voormalige ‘limes’ een groot aantal ingrepen in het landschap gedaan. Grondwerkzaamheden zullen worden uitgevoerd op plaatsen waar zich in de bodem belangrijke vindplaatsen uit de Romeinse tijd bevinden.

Tussen Katwijk en Nijmegen komen in de nabije toekomst verscheidene overblijfselen van de ‘limes’ onder druk te staan. Zo dreigen waardevolle Romeinse vindplaatsen door grootschalige woningbouw aangetast te worden bij Katwijk, Noordwijk, Valkenburg (ZH), Leiden, Zwammerdam, Alphen aan den Rijn, Woerden, Vleuten – de Meern, Vechten Houten, Tiel en in het gebied tussen Arnhem en Nijmegen.

Bovendien lopen de geplande traces van een snelweg, de HSL en de Betuwelijn dwars door de waardevolle archeologische locaties. Verder zal een zandwinningsproject bij Maasbommel de daar aanwezige vindplaatsen vernietigen en ook op tal van plaatsen in het voor- en achterland van de grenszone worden Romeinse overblijfselen direct bedreigd door grondwerkzaamheden.

Hoewel er geprobeerd wordt om zoveel mogelijk waardevolle locaties te behouden en te beschermen tegen vernietiging door graafwerk, is dit bij veel vindplaatsen niet mogelijk. Deze laatste groep moet dus onderzocht worden voordat de bouwwerkzaamheden van start gaan. Alleen dan kunnen de archeologische resten in de grond op adequate wijze gedocumenteerd worden.

Alphen aan den Rijn

Niet bekend

De naast de Adventskerk gelegen supermarkt van grootgrutter Hoogvliet was dringend aan verbouw en uitbreiding toe. Dit betekende dat een vrij groot terrein enige tijd beschikbaar was voor opgravingen, zoals de ROB deze uitvoert. Snelheid is bij dit soort projecten een zaak van primair belang omdat de grond tijdens deze opgravingen geen rendement oplevert. Waar vroeger al het graafwerk handmatig werd verricht kan nu een belangrijk deel worden overgenomen door bijvoorbeeld een graafmachine, zeker waar het de aangeslibde toplagen betreft.

Graven en schrapen

Voor het productiegraven werd de hulp ingeroepen van de plaatselijke aannemer STC de Bruin. Deze huurde voor deze put een Komatsu 180 LC in. Als machinist trok hij freelancer Cor van Noord aan uit Den Haag, niet alleen een ‘verwoestend’ sloper maar ook een machinist voor het fijne, uiterst precieze werk dat in deze put verricht diende te worden.

Nadat de bovenste kleilagen verwijderd waren diende de grond laagje voor laagje ontgonnen te worden. Voor dit werk werd een 2,13 meter brede grondbak gemonteerd. Met behulp van deze bak schaafde Cor van Noord, op aanwijzing van de projectleider, uiterst dunne laagjes grond zuiver horizontaal af. Door deze werkwijze konden de medewerkers van de ROB exact de contouren vastleggen van bepaalde onderdelen van het vroegere castellum aan de hand van kleurverschillen in het grondoppervlak. Een castellum bestond indertijd uit een legerplaats voor een vijftigtal soldaten die hun onderkomen hadden in tenten of soms wat armetierige gebouwtjes. Dit kampement werd als regel omgeven door een stelsel van grachtjes en greppels. Inmiddels zijn reeds een aantal palen uit die tijd in de grond aangetroffen.

Daarnaast worden nog regelmatig scherven van Romeins aardewerk aangetroffen terwijl vorige week nog een vrijwel gave schaal uit die periode blootgelegd kon worden.

Op deze wijze kan een belangrijk deel van de Nederlandse historie worden bijgeschreven.

Het werk in Alphen aan den Rijn moet echter binnen niet al te lange tijd worden stilgelegd om de bouwer zijn werk te laten doen. In dit geval was er toch al ruime medewerking van de grootgrutter, die zelfs een deel van de onderzoekskosten voor zijn rekening nam. Dit soort donaties zijn nu nog op vrijwillige basis. Inmiddels zijn er vorig jaar bij het verdrag van Malta tussen de ministers van de Europese lidstaten afspraken gemaakt om over enige tijd een stelsel in te voeren waarbij de koper van onroerend een bepaald percentage van de koopsom wettelijk verplicht is te storten in een fonds van waaruit dit soort archeologisch onderzoek verricht kan worden.

Zeker binnen de bebouwde kom, is een archeologisch onderzoek aan nauwe tijdslimieten gebonden. De hydraulische graafmachine zal meer en meer een belangrijk hulpmiddel zijn om een stuk geschiedenis bloot te leggen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels