nieuws

Impasse dreigt bij zandwinning

bouwbreed

Het vaststellen van nieuwe taakstellingen per provincie in de periode 1999-2008 voor de winning van beton- en metselzand dreigt in een impasse te geraken. In de Landelijke Commissie Coordinatie Ontgrondingen hebben Flevoland, Noord-Holland en Zuid-Holland een voorbehoud gemaakt. De overige provincies kunnen zich wel vinden in de taakstelling, maar alleen als alle provincies meedoen.

Noord- en Zuid-Holland en Flevoland hebben binnen de Landelijke Commissie Coordinatie Ontgrondingen (LCCO) laten weten de taakstelling niet te kunnen uitvoeren als die betekent dat voor primaire winningen nieuwe locaties moeten worden aangewezen. Noord- en Zuid-Holland zitten op de lijn dat secundaire winningen, aangevuld met een hoger gebruik aan secundaire grondstoffen, voldoende is om in de behoefte aan beton- en metselzand te voorzien. Ook winning in de Noordzee zou meehelpen.

Een EIB-onderzoek heeft echter aangetoond dat zij daar voorlopig niet al te sterk op hoeven rekenen.

Door de houding van de drie provincies dreigt de zandwinning in een impasse te raken, aangezien de andere provincies hebben laten weten de taakstellingen alleen te accepteren als alle provincies zich eraan verplichten.

Het Interprovinciaal Overleg (IPO) zoekt nu naarstig naar een oplossing. Dit in verband met het overleg op 27 november met minister Jorritsma.

Taakstellingen

Binnen de LCCO is wel een puur technisch berekende taakstelling voor de provincies berekend. In totaal komt die iets lager uit dan de taakstellingen die in 1994 waren afgesproken. Dat heeft te maken met een groter aandeel van Rijkswaterstaat in de winning van zand.

De LCCO is begonnen de behoefte aan beton- en metselzand te ramen. In tegenstelling tot praktisch alle prognoses is zij van mening dat de bouw de komende 10 jaar een forse groei zal doormaken ten opzichte van de afgelopen twee decennia. Dat betekent dat de provincies uitgaan van een gelijkblijvende behoefte aan beton- en metselzand, 220 miljoen ton in 10 jaar.

Vervolgens is gekeken naar het aandeel secundaire grondstoffen. Het gebruik daarvan bedraagt momenteel 0,2 miljoen ton per jaar. De LCCO verwacht echter dat dit vanaf 2001 zal toenemen tot 1,4 miljoen ton per jaar. De behoefte van primair zand komt daardoor op ruim 200 miljoen ton.

Im- en export van zand zullen ook de komende jaren in evenwicht zijn, zodat daar noch positieve noch negatieve effecten van te verwachten zijn.

De provincies vinden echter dat het gebruik verder zal moeten stijgen, evenals de import. Bovendien zal er zuiniger met zand moeten worden omgegaan. Dit levert volgens de LCCO nog eens een korting van 10% op de behoefte op.

Rijkswaterstaat wordt geacht 30 miljoen ton zand te leveren in de komende tien jaar. Daardoor blijft er voor de provincies nog een taakstelling van 160 miljoen ton te verdelen.

Verdeling provincies

Provincie Absoluut (mln. ton) percentage Groningen 4 2,1 Friesland 0 0 Drenthe 4,5 2,4 Overijssel 14 7,6 Flevoland 2 1 Gelderland 66 34,7 Utrecht 5,5 2,9 Noord-Brabant 24 12,6 Limburg 31 16,2 Noord-Holland2 1 Zuid-Holland10 5,2 Zeeland 0 0

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels