nieuws

Allochtonen in de bouw

bouwbreed Premium

Vrouwen en allochtonen worden nadrukkelijk uitgenodigd te solliciteren. Er wordt gestreefd naar een groter aandeel van deze groepen in het personeelsbestand. Overheden en aanverwante organisaties gebruiken woorden van deze strekking nogal eens in personeelsadvertenties. Van bouwbedrijven heb ik dit soort teksten nog nooit in een advertentie aangetroffen. Sterker, je ziet eigenlijk maar weinig personeelsadvertenties van bouwbedrijven.

De laatste tijd wordt wat meer geadverteerd. Uiteraard in regionale bladen. Het duidt op een zekere schaarste aan personeel. Bij een op peil blijvende bouwproductie zal die schaarste in de komende tijd alleen maar toenemen. Kansen voor vrouwen en allochtonen op werk in de bouw derhalve.

Om dit laatste werkelijkheid te doen worden zal er echter heel wat moeten veranderen. Om te beginnen: wie weet hoeveel vrouwen de bouwplaatsen in Nederland bevolken? Het EIB heeft ze geteld. Het zijn er nog geen 200. Tweehonderd, ik heb niet een of meer nullen vergeten. Werken in een bouwberoep lijkt voor vrouwen niet weggelegd. Nog niet een promille van de werknemers in een beroep op de bouwplaats zou in politieke termen betekenen dat een wereld te winnen is.

De vraag is hoe je dat moet doen. Hoe overtuig je ouders dat zij hun dochter adviseren zich in timmeren, metselen of asfalteren te gaan scholen? En als het je dan niet lukt, kun je dan de jonge vrouwen zelf een aantrekkelijk beroepsperspectief in het bouwvak bieden? Ik zou het niet zo gauw weten. Meisjes in de bouw, daar kun je – zoals een oud-medewerkster van het EIB eens zei – naar fluiten.

Meer kans op succes voor het oplossen van de personeelsproblemen in de bouw zijn te verwachten door het werven van allochtonen. Er is een omvangrijke groep waaronder geworven kan worden. Daarbij zijn er relatief zeer vele allochtonen zonder werk. De gebieden waarin de meeste allochtonen wonen, sporen bovendien goed met de plekken waar het werk in de bouw te vinden is.

Het aantal in de bouw werkzame allochtonen hoeft niet in een promillage uitgedrukt te worden. Tussen 2 a 3 procent van de werknemers in de bouw kan tot de doelgroep gerekend worden. Werkgevers- en werknemersorganisaties hebben een afspraak zich in te spannen voor het werven van allochtone werknemers. Dit lukt redelijk.

Wat niet lukt, is het vasthouden van mensen die in de bouw zijn komen werken. Er blijken zich in de praktijk nogal wat problemen voor te doen die het moeilijk maken de allochtone werknemers te binden. Rond 3 procent allochtonen in de bouw is een belachelijk laag percentage. Zo’n 10 tot 15 procent zou veel meer voor de hand liggen. Dit gelet op opleidingsniveau, woonplaats van allochtonen en vooral ook de werkloosheid onder allochtonen.

Onderzoek leert echter, dat werkgevers in de bouw niet echt gek zijn op allochtone werknemers. Naar mijn gevoel hangt dit direct samen met het gegeven, dat ook autochtone werknemers zich niet direct uitnodigend opstellen tegenover hun allochtone collega’s. Een gebrek aan harmonie is geen goede basis voor samenwerken. Een handleiding voor verfijnde omgangsvormen schijnt in de bouw niet bepaald gehanteerd te worden. Allochtonen zullen zich moeten invechten in het bouwberoep. En daarmee zijn we bij de derde partij, de allochtonen zelf. Het is veelzeggend te zien hoe de omvang van de instroom bijna even groot is als de uitstroom.

Alleen met een beroep op een uitnodigende instelling van werkgevers en een collegiale opstelling van autochtone werknemers komen we er niet. De allochtone werknemer zal zich, zoals gezegd, vastberaden moeten invechten.

De toekomstige schaarste aan personeel zal een belangrijke steun in de rug zijn voor allochtonen in het bouwberoep. Mogelijk kunnen ook de uitzendbureaus zich verdienstelijk maken als schakel tussen werkzoekende allochtonen en bouwbedrijven met onvervulde vacatures. Dan zou de opheffing van het uitzendverbod in de bouw zonder meer als een positief besluit erkend worden.

Reageer op dit artikel