nieuws

Gemeentearchief Amsterdam belicht werk architecten Gerlof en Abraham Salm Specialisten in elke gevraagde stijl

bouwbreed

Veel 19e eeuwse architecten beperkten zich niet tot een bepaalde bouwstijl. Eclectici waren van mening dat een moderne samenleving pluriform was. Om het individuele te benadrukken bedienden zij zich van de meest uiteenlopende historische stijlen. FOTO’S: GEMEENTEARCHIEF AMSTERDAM Bouwmeesters van Amsterdam G.B. Salm en A. Salm GBzn is tot en met 30 november 1997 te zien in het Gemeentearchief Amsterdam, Amsteldijk 67. Een van de hoogtepunten uit het werk van Abraham Salm. De woningen hebben een verscheidenheid aan vormgeving en detaillering maar vormen toch een geheel. Een ingekleurde presentatietekening van stalgebouw, woning en remise voor de Amsterdamse Schinkelhaven. Voor een crematorium ontwierp Abraham Salm een orientaalse koepel, waarbij het rookkanaal is weggewerkt in de ruimte tussen de dubbele wand van de koepel. Het ontwerp, dat ook op de Parijse wereldtentoonstelling van 1900 was te zien, zou door geldgebrek en een meningsverschil niet worden gerealiseerd. Een villa naar voorbeeld van het Zwitserse chalet. Het gebouw zou verrijzen aan de Berg en Dalseweg in Beek. De voorgevel van een steendrukkerij in Amsterdam; een curieuze mengeling van gotische en renaissancistische vormen.

Vader Gerlof en zoon Abraham Salm zijn twee van deze eclectische architecten die met hun fantasierijke ontwerpen het 19e eeuwse Amsterdams verrijkten. Het Gemeentearchief Amsterdam toont een selectie uit hun veelzijdig oeuvre.

“De eclectische architect is bij uitstek zakelijk en praktisch, niet verslingerd aan een of ander stijlperiode van vroeger, hij droomt ook niet van een architectuur van de toekomst. Hij denkt heel aards over de bouwkunst: goed construeren, zo goed mogelijk voldoen aan de eisen van comfort en een harmonische vormgeving, en bovenal: de klant het naar de zin maken.” Zo omschreef de hoofdredacteur van een toonaangevend Frans architectuurblad in 1863 het eclecticisme. Parijs geldt als de bakermat van deze ontwerpmethode die, mede door de vernieuwingen onder leiding van baron Haussmann, grote populariteit genoot. Deze zou tot de eeuwwisseling duren.

Ook in Nederland waren er veel ontwerpers die hun inspiratie uit het verleden putten. In Amsterdam behoorden Gerlof (1831-1897) en zijn zoon Abraham Salm (1857-1915) tot de eclectici wiens ontwerpen zich kenmerkten door het gebruik van uiteenlopende historische bouwstijlen. Deze eclectici verzetten zich tegen de normatieve opvattingen van Berlage, die een collectieve ontwerpstijl nastreefde. Zij waren marktgericht en schrokken niet terug om de stilistische voorkeur van een opdrachtgever te volgen. De idealisten die de ‘zuivere beginselen’ van de constructie van Berlage aanhingen, verweten eclectici als het duo Salm beginselloosheid en artistiek onvermogen. Wederzijdse waardering was uitzonderlijk.

Opmerkelijk zijn dan ook de lovende woorden – met cynische ondertoon – van Berlage voor het woonhuis van de tabaksmakelaar Nienhuys van de hand van Abraham Salm. “De bouwmeester ‘plus royaliste que le roi’ heeft de vormen der Fransche renaissance toegepast, op een wijze, zoals de Franschen zelven dit ter nauwernood hebben gedaan ….”

Exorbitant

Vader en zoon Salm waren in hun tijd gewaardeerde architecten. Zij hebben in een halve eeuw met hun fantasierijke ontwerpen een belangrijke bijdrage geleverd aan het 19e eeuwse Amsterdamse stadsbeeld. Tientallen fabrieken, pakhuizen, villa’s, raffinaderijen en kantoren zijn van hun hand. Hun werk onderscheidt zich door een grote diversiteit want ook een crematorium, kathedraal, synagoge of manufacturenbazar behoorden tot de opdrachten. Buiten Amsterdam is hun naam verbonden met een groot aantal villa’s, waarvan de in Weesp gebouwde Villa Casparus als de meest eclectische te boek staat.

Vader Salm was onder andere 35 jaar de vaste ontwerper van Artis en de Nederlandsche Bank, de geestelijke vader van de Amstelbrouwerijen en verantwoordelijk voor de uitbreidingen van hotel Krasnapolsky. Tot een van zijn hoogtepunten op constructief gebied behoort ongetwijfeld de wintertuin van het cafe-restaurant. In zijn ontwerpen voor de utiliteitsbouw zijn de rondboogvensters terugkerende elementen.

Zijn ontwerpstijl is strakker en soberder dan die van zijn zoon Abraham. Deze was veel exorbitanter qua vormgeving, had meer oog voor detaillering en meer afwisseling in de vormentaal. Zijn werk verraadt een fantasierijke geest. Abraham bezat het talent om de meest uiteenlopende kunsthistorische bouwstijlen te klutsen maar er uiteindelijk toch een samenhangend geheel van te maken.

Documentatie

Abrahams veelzijdigheid laat zich het best illustreren aan de hand van een van zijn ontwerpen: een woonblok aan de Weesperzijde uit 1886. De details op de gevels van de vijf herenhuizen zijn divers: een renaissance trapgevel, klassieke timpanen, gotische spitsboogjes afgewisseld met natuur- en baksteen vormen desondanks een samenhangend geheel. Op een foto uit die tijd valt ook de diversiteit in gevels op.

In tegenstelling tot zijn ontwerpende vader, een autodidact, werd Abraham in het buitenland geschoold. Hij volgde een opleiding aan de Ecole des Beaux-Arts in Parijs die hij voortijdig afbrak. Zijn inspiratie vond hij niet alleen in de architectuur van het verleden.

Ook in het buitenland gaf hij zijn ogen goed de kost. Hij documenteerde zich door foto’s uit het buitenland van Franse kastelen, Zwitserse chalets of Engelse cottages; stijlen waaruit de opdrachtgevers desgewenst konden kiezen.

Ook oosterse invloeden zijn in zijn ontwerpen te vinden. Al in zijn Franse tijd maakte hij een ontwerp voor een openbaar toilet waarvan hij de ontluchtingskanalen in Moorse stijl versierde. Voor een crematorium ontwierp hij een orientaalse koepel. Het ontwerp werd door geldgebrek en een verschil van mening bij de opdrachtgevers niet gerealiseerd. Nog stille getuigen hiervan zijn een twintigtal kleurrijke tekeningen.

Deze oosterse verwerking bleef ook buiten de landsgrenzen niet onopgemerkt. Voor het gebruik van de orientaalse motieven in de voorgevel van het Blindeninstituut aan de Vossiusstraat was zelfs belangstelling uit Sint Petersburg. Het ontwerp zou de basis vormen voor een nieuw gebouw. Abraham kreeg er een Russische onderscheiding voor.

Correspondentie

Het Blindeninstituut was het eerste grote gezamenlijke project waaraan vader en zoon werkten. De opdracht werd verkregen na een besloten prijsvraag. Het architectenkoppel maakte hiervoor zo’n 26 ontwerptekeningen, die deel uitmaken van het grote Salm-archief dat in 1994 onder beheer van het Gemeentearchief Amsterdam kwam.

De omvangrijke nalatenschap van de Salms bevat ruim 1300 bouwtekeningen, waaronder ontwerpschetsjes, geaquarelleerde presentatietekeningen en bestektekeningen met uitgewerkte details. Daarnaast zijn er nog twintig schetsboeken en zo’n 500 foto’s.

Bijzonder is de grote hoeveelheid correspondentie tussen vader en zoon, waaruit een warme vriendschap, betrokkenheid, wederzijds respect en een prettige samenwerking spreekt. Uit de brieven blijkt onder andere dat Abraham zijn vader al in zijn Parijse studietijd in woord en beeld voorzag van allerlei ontwerpaanwijzingen.

De briefwisseling maakt onder andere duidelijk dat de clientele van beider uit zeer vermogende stadsburgers bestond. Tot de opdrachtgevers behoren veel industrielen, zakenlieden, bankiers en kooplieden voor wie vader en later ook zoon Salm prestigieuze gebouwen ontwierpen.

Pluriformiteit

In een tijdsbestek van 50 jaar was het architectenbureau verantwoordelijk voor een groot aantal gebouwen, waarvan er tegenwoordig nog meer dan honderd zijn te bewonderen. Ondanks de omvangrijke bijdrage in de totstandkoming van de Amsterdamse stad, komt de naam Salm nauwelijks voor in de 19e eeuwse architectuurgeschiedenis.

Volgens hoogleraar architectuurgeschiedenis Auke van der Woud moet de oorzaak hiervan gezocht worden in het feit dat de opvattingen van Berlage voor deze tijd bepalend waren en door geschiedschrijvers als norm werden gehanteerd. Om dat achterhaalde beeld bij te stellen is volgens hem een andere manier van denken en kijken nodig.

“Er is behoefte aan aan een geschiedbeeld van de negentiende eeuw waarin de architectuur de grote pluriformiteit terugkrijgt die ze toen had” schrijft hij in de bij de tentoonstelling verschenen catalogus. De expositie zal hieraan een bijdrage leveren.

Reageer op dit artikel