nieuws

Er is veel grond en veel partijen willen er hun voordeel mee doen Strijd tussen vele kapers op de kust van VROM

bouwbreed

Omdat niet meer duidelijk is hoe en door wie Nederland moet worden ingericht, melden zich vele kapers op de kust. Van Brinkmans bouwers in het AVBB – ‘geeft u ons het geld en de zeggenschap en het komt voor elkaar’ – tot regionale bestuurders die claimen dat de toekomst van Europa in de regio’s ligt. Het heeft er alle schijn van dat het ministerie van VROM en de Rijksplanologische Dienst het nakijken hebben. Of is die bewering van PvdA-Kamerlid Duivesteijn slechts “popie jopie-gedrag” zoals een woedende secretaris-generaal van VROM riposteert?

Het slotdebat dat de studieclub Ontwerpen voor Nederland (OvN) donderdagmiddag in Den Haag belegde had veel weg van een opmaat voor het begrotingsdebat van VROM dat komende week op de agenda van de Tweede Kamer staat. OvN zwoegt al tweeenhalf jaar om “vernieuwende gedachten omtrent de toekomstige ruimtelijke inrichting van Nederland” te concretiseren. Eind van dit jaar moet er een boek met ruim dertig schetsen liggen, “maar we weten het nog steeds niet”, moest directeur drs. Ger Middelkoop melden. Misschien dat daarom tijdens deze laatste bijeenkomst de ontwerpers nauwelijks aan de bak kwamen en politici en beleidsmakers het hoogste woord konden voeren. Landschaparchitect Sijmons: “Het metier van regionaal ontwerpen hebben wij nog lang niet onder de knie. Daarvoor is een vernieuwing binnen het vakgebied nodig.”

Alles in een hand

AVBB-voorman Brinkman had daar blijkbaar minder moeite mee gezien zijn pleidooi om private partijen meer dan vroeger weliswaar te laten meebetalen maar ze dan ook de vrijheid te geven te bepalen wat er precies komt. Het liefst in gecombineerde projecten van infrastructuur en bebouwing, bijvoorbeeld rond hoofdcorridors. Zelfs op regionaal niveau zou alles het best in een hand kunnen worden gegeven. Hij noemde als voorbeeld een combinatie van zandwinning bij de Kagerplassen tot aan de verdere inrichting van de Haarlemmermeer tot aan de Amsterdamse Zuidas.

Hij probeerde de speelruimte te claimen die voorzitter Donner van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid daarvoor had gegeven. Donner had het huidige sturingsmechanisme van de overheid via bestemmingsplannen ter discussie gesteld. “We kunnen niet alles meer sturen via het vastleggen van de bestemming van grond. De nadruk moet verschuiven van sturen vanaf gemeentelijk niveau, met alle fragmentering die daarvan het resultaat is, naar de rijksoverheid. Die moet duidelijker beslissingen nemen over de grote projecten, dan kun je de precieze uitvoering veel soepeler overlaten aan de gemeenten.” Een apart bestuursorgaan – een doeloverheid werd het genoemd – voor die projecten was zijns inziens ongewenst; dat zou alleen maar meer conflicten scheppen. Waar het vooral op aan kwam was een goede nut en noodzaak-discussie vooraf, afgerond door duidelijke besluitvorming. Dan voorkwam je dat, zoals tijdens de debatten over de Betuwelijn, elk lokaal gevecht over een weiland of brug ontaardt in de strijdvraag over nut en noodzaak van het geheel.

Regio’s kern van Europa

Behalve de bouwers van het AVBB melden zich ook andere kandidaten om het machtsvacuum op te vullen dat er door onduidelijke besluitvorming nu blijkbaar is. Vanuit de provincie Noord-Holland (M. van den Berg, directie ruimte en groen) kwam de constatering dat, Europees gezien, het zwaartepunt steeds meer bij krachtige regio’s komt te liggen. “Die zijn vitaal voor de toekomst van Europa.” Dus laat maar meer aan hen over wat en hoe gebouwd wordt.

Is echter wel vast te stellen wat nuttig en noodzakelijk is? Voorzitter Blankert van VNO/NCW was duidelijk over het verleden: “De corridors die zijn gegroeid met bedrijvigheid tussen de steden in Brabant, langs de noord- en zuidrand van de Veluwe – daar is geen zak aan gepland.” Maar hij toonde zich ook sceptisch over de toekomst: “Bij de nut en noodzaak-discussie over uitbreiding van de Maasvlakte is het probleem dat volstrekt onduidelijk is wat er over dertig jaar nodig is. Dat is een soort ondernemersbeslissing op basis van visie en durf.”

Gerucht opheffing RPD

Bij al deze claims kon de vraag niet uitblijven wat de Rijksplanologische Dienst (RPD) ondertussen uitspookt. Die zou toch richtinggevend moeten zijn? De positie van die dienst is blijkbaar zo verzwakt dat het gerucht al rondging dat bij de volgende kabinetsformatie de RPD zou worden opgeheven. Secretaris-generaal Den Dunnen van VROM speelde publiekelijk met de gedachte om met behulp van “buitenboordmotoren zoals Riek Bakker” de creativiteit van de RPD op te peppen. Hij gaf als excuus voor de huidige slapte de handicap dat de RPD “altijd politiek correct moet blijven bij het uitdenken van plannen – anders komen er kamervragen”.

Om die verstikkende band op te heffen vond D’66 Kamerlid Versnel-Schmitz het “een interessante gedachte” om er een apart instituut van te maken, gescheiden van het beleid, zoals nu het Sociaal Cultureel Planbureau.

Toen de aanwezige paarse Kamerleden vervolgens aan het debat deelnamen, leek het wel een opmaat tot de komende begrotingsbespreking van VROM. Er klonk onverholen kritiek op de kennelijke stuurloosheid van dit ministerie. Verbugt (VVD) miste node de bijstand van de RPD bij de grote beslissingen over bijvoorbeeld Schiphol waar de Kamer nu voor staat. “Het moet voor de RPD een uitdaging zijn om te laten zien wat de ruimtelijke gevolgen van deze zeer ingrijpende beslissingen zijn”. D’66-er Jeekel signaleerde in plaats daarvan “een geweldige ruimtelijke visie” in de zogenaamde ICES-brief, een beleidsstuk dat gaat over de verdeling van tientallen miljarden ter versterking van de economische structuur. Dat was de kans voor Duivesteijn om zijn oude kritiek dat VROM het heft uit handen heeft gegeven aan te scherpen. De regie ligt zijns inziens nu meer bij andere ministeries: bij Economische Zaken via de verdeling van het ICES-geld, en bij Verkeer en Waterstaat wat infrastructuur aangaat, getuige het daarvan afkomstige idee om vooral te bouwen langs railcorridors. “Het is toch onbestaanbaar dat VROM geen rol speelt in de discussie over de plaats van Schiphol!”, hekelde hij de onmacht van dat ministerie en met name van de RPD “die ondertussen zit te spelen met scenario’s voor 2030”.

Met een woedend “popie jopie!” probeerde secretaris-generaal Den Dunnen dit tij van aanzwellend gemor over zijn RPD te keren. Toch bleef duidelijk de indruk achter dat de hoogtij-dagen van VROM voorbij zijn. Sinds de oorlog kon dit ministerie zijn stempel drukken op de inrichting van Nederland omdat alles toen draaide om de woningbouw. Dat is niet langer zo, had regerings-raadgever Donner al gesignaleerd. Ook de traditioneel sterke rol van de agrarische sector valt weg. Er is nu veel grond beschikbaar, constateerde hij. En tijdens dit debat van OvN kon worden geconstateerd dat er vele partijen staan te trappelen om daar hun voordeel mee te doen.

Web-city – een van de ideeen van Ontwerpen voor Nederland. Rond. Een zee van huizen die begint met maximaal twintig woningen per hectare en kan verdichten naarmate activiteiten toenemen, rond knooppunten van vervoer. Door de ligging op dit knooppunt is de woon-werkafstand van ondergeschikt belang.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels