nieuws

De Grave wil onderzoek gevolgen marktwerking

bouwbreed Premium

Staatssecretaris De Grave van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wil laten onderzoeken of meer marktwerking in de sociale zekerheid er toe kan leiden dat bepaalde groepen tussen wal en schip vallen en zo ja, of de overheid daar dan iets aan moet doen.

Dat zei de VVD-bewindsman gisteren in de Tweede Kamer tijdens een discussie over de gevolgen van de Algemene Nabestaandenwet (anw). Met deze wet, die per 1 juli vorig jaar is ingevoerd, deed de overheid een flinke stap terug ten opzichte van de oude Algemene Weduwen- en Wezenwet. De gedachte hierachter was dat burgers heel goed op eigen houtje een nabestaandenverzekering kunnen regelen.

Verschillende fracties wezen echter op het probleem van terminale patienten die niet bij een commerciele verzekeraar welkom zijn. Het PvdA-Tweede-Kamerlid Kalsbeek vindt dat de overheid hier een verantwoordelijkheid heeft. Ook De Grave wil voor deze groep een voorziening treffen.

Principiele discussie

Maar Kalsbeek wil over de marktwerking in de sociale zekerheid een bredere, principiele discussie voeren. Daarbij gaat het ook om marktwerking in de Ziektewet en de vermeende marktwerking in de wao. Bij die laatste ligt het overigens anders dan bij de anw, omdat hier werkgevers de keuze hebben in het publieke bestel te blijven.

Staatssecretaris De Grave zegde toe deze kwestie voor te leggen aan de Sociaal-Economische raad (SER), die toch al bezig is met een advies voor de komende kabinetsperiode. De VVD-bewindsman wil echter geen verwachtingen wekken over de uitkomst van de discussie.

De staatssecretaris blijft bij zijn standpunt om de versoepeling van de anw hoofdzakelijk vorm te geven door een uitkering van 30 procent van het minimumloon voor alle nabestaanden. Sinds 1 juli vorig jaar geldt deze regeling alleen voor nabestaanden die voor 1941 geboren zijn.

Voor ernstig zieken komt er een betaalbare nabestaandenverzekering bij de Sociale Verzekeringsbank. Over de premiehoogte wil de VVD-bewindsman eerst overleggen met het verzekeringswezen.

Een derde versoepeling betreft een ruimere vrijstelling voor bovenwettelijke uitkeringen, de vut en het pre-pensioen. Voor deze inkomsten geldt een vrijstelling van 50 procent van het minimumloon plus een derde van het overige.

De hele operatie kost f. 200 miljoen en moet 1 januari volgend jaar ingaan. De maatregelen gelden met terugwerkende kracht tot 1 juli 1996.

Reageer op dit artikel