nieuws

Belgische bouwgigant CFE opent aanval op Nederlandse bouw

bouwbreed

Het Belgische bouwconcern Compagnie d’ Entreprises (CFE) vestigt zich definitief in Nederland. De aannemer uit Brussel was alleen op projectbasis actief. CFE en haar Vlaamse dochter MBG waren onder andere betrokken bij de bouw van de Erasmusbrug en de Piet Heintunnel. De doelstelling is om in een periode van 5 tot 7 jaar uit te groeien tot een omvangrijke speler in het veld van de beton- en waterbouw.

CFE is geen onbekende op de Nederlandse bouwmarkt. Sinds 1987 duikt de onderneming met de regelmaat van de klok op. Op dit moment is het bedrijf – met een omzet van f. 1,4 miljard de grootste in Belgie – actief in Den Haag (aanleg Koningstunnel), in IJmuiden (renovatie sluizen) en Rotterdam (Dintelhavenbruggen). Maar toch, de onderneming hoorde er niet echt bij. Er werd door de Nederlandse concurrenten gezegd, dat ze alleen maar hier waren om de slechte thuismarkt te ontvluchten.

Lode Franken, directeur CFE Nederland, bevestigt dat het bar en boos is op de Belgische markt. “De situatie op de Belgische markt is schrijnend. Nederland is een explosieve markt”, aldus Franken, die in gesprek terzijde wordt gestaan door mededirectielid Bert Groot. “In Belgie zijn investeringen op een bijzonder laag peil. De komende jaren zullen in Nederland miljarden guldens richting infrastructuur vloeien. CFE wil daar een graan van meepikken en daarom vestigen wij ons hier vast.”

Voor Franken zijn er nog twee argumenten. “Collega’s zien ons toch als buitenlanders. Ze zien je als minder volwaardig. Door ons hier (Rotterdam) te vestigen zijn we een Nederlands bedrijf. We begonnen ons ook steeds meer op ons gemak te voelen. Daarnaast geeft het ook een stukje vertrouwen richting onze opdrachtgevers. Het op ad hoc basis werken is over. Je kunt een relatie gaan opbouwen. CFE Nederland wordt ook gewoon lid van organisaties als NVOB en VOCBetonbouw.”

Voor Franken en Groot staat vast dat CFE Nederland – omzetniveau van circa f. 50 miljoen – geleidelijk zal groeien. Groot: “We behoren nu tot de middelgrote beton- en waterbouwers. In circa vijf jaar willen we tot de grote ondernemingen behoren. Maar het gebeurt gecontroleerd. Gestage groei is goed, explosieve groei niet.”

Franken vult aan dat het een Nederlandse aannemer wordt ‘met een vleugje Vlaanderen’. “Met de gemengde mentaliteit van Nederlanders en Belgen zullen we het uitgangspunt van onze moeder blijven volgen, namelijk gedegenheid en kwaliteit.”

Ook utiliteitsbouw

Nu het een in Nederland gevestigd bedrijf is, komt het zelfstandiger te staan ten opzichte van de moedermaatschappij. Wat men wel overneemt, is dezelfde structuur. Het betekent dat onder de Nederlandse holding de beton- en waterbouw in een bedrijf is ondergebracht. “Daarnaast is ook industrie- en utiliteitsbouw in een nieuw bedrijf ondergebracht”, aldus Franken. In onderaanneming wordt door dit onderdeel het dienstgebouw bij de sluizen van IJmuiden neergezet en voor DSM bouwen we een kantoor.

Buiten de structuur blijft het wegenwerk. De twee heren vinden deze markt sterk concurrerend. “We zouden dan ook investeringen moeten doen in bijvoorbeeld een asfaltcentrale”, aldus Franken. “Als het moet kunnen we via onze moeder het Belgische ‘wegenisbedrijf’ Van Wellen, inschakelen. CFE heeft een belang van 50 procent in dit bedrijf.”

De wegenbouwkennis van Dumez/GTM, die een belang heeft in CFE, heeft men in Nederland niet gelijk nodig. Het Franse bouwconcern, dat behoort tot het nutsconcern La Lyonnaise des Eaux, heeft in Frankrijk veel tolwegen aangelegd. Franken: “Op technisch vlak werken we wel samen. De boortunnelcombinatie Comol, waarin wij participeren, profiteert onder andere van de kennis van Dumez.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels