nieuws

Aquaduct Veluwemeer particulier voorbereid

bouwbreed

In de N302 tussen Harderwijk en Flevoland komt een nieuwe oeververbinding. Het wordt geen tunnel en geen hoge brug. Er komt een verbinding met een aquaduct en een half hoge brug. De voorbereiding van het werk wordt gedaan door het advies- en ingenieursbureau Grontmij Maunsell. Dat is uitzonderlijk want tot nu toe deed Rijkswaterstaat de aquaducten zelf.

De oeververbinding wordt voorbereid door het advies- en ingenieursbureau Grontmij Maunsell. Een combinatie van brug en aquaduct heeft de voorkeur. Dit bleek uit een onderzoek uit 1991 van de provincies Flevoland, Gelderland, de gemeenten Harderwijk, Zeewolde en Rijkswaterstaat naar een betere oeververbinding bij Harderwijk. Een vast hoge brug zou met 17 meter een te grote inbreuk op het landschap zijn. Bovendien zou het een grote hindernis zijn voor de fietsers. Gekozen werd voor een halfhoge, vaste brug voor de beroepsvaart met een doorvaarthoogte van 8 meter en een waterdiepte van vijf meter en een aquaduct met een waterdiepte van 3,5 meter en een onbelemmerde doorvaarthoogte.

“Het is gebruikelijk dat de Bouwdienst van Rijkswaterstaat wordt ingeschakeld bij het voorbereiden van de plannen. Dat gebeurde bijvoorbeeld bij de aquaducten in Friesland, bij Gouda en bij Alphen aan den Rijn. Dat een particulier bedrijf dat doet is bijzonder”, zegt ir. H. van Diggelen, projectleider van Grontmij Maunsell in een toelichting op het project. De advies- en ingenieursbureaucombinatie deed bij een aanbesteding met voorafgaande selectie de aantrekkelijkste aanbieding van de tien gegadigden voor het voorbereiden van het project. Het hoofdkantoor van Grontmij in De Bilt doet het ontwerp van het aquaduct en van de brug. Grontmij Flevoland neemt de rest waaronder het ontwerp van de wegen en het grondwerk voor zijn rekening. Maunsell levert de expertise voor sloop- en opruimwerk.

Het budget van de vijf betrokken partijen aan opdrachtgeverszijde bedraagt f. 53 miljoen (inclusief BTW). Grontmij heeft zelf een raming gemaakt. Volgens Van Diggelen van Grontmij zit die net onder het budget. “Maar als bij de aanbesteding in ’98 blijkt dat het werk te duur is, dan wordt het realiseren van het hele project alsnog afgeblazen.”

Aanbesteden

Het project zal volgens de Europese richtlijnen worden aanbesteed. Het gehele project is in vijf afzonderlijke bestekken gedeeld. Begin ’98 wordt het eerste, meest omvangrijke deel aanbesteed. Het betreft de zandsuppletie voor het dijklichaam naast de oude Knardijk en de aanleg van het aquaduct (in den droge). In de zomer van ’98 volgt dan een wegenbestek. De andere data worden gekozen zodra voorgaand werk zover gevorderd is dat het werk aan het nieuwe deel goed terecht kan. De aanbesteding moet dan een bepaalde tijd daarvoor worden gehouden.

Van Diggelen denkt niet dat Europees aanbesteden een voordeel is. Volgens hem zijn er hier in Nederland voldoende aannemerscombinaties die het werk kunnen uitvoeren. Combinaties met uitsluitend buitenlandse aannemers, verwacht hij niet bij de aanbesteding. Wel zullen volgens hem mogelijk buitenlandse bedrijven deelnemen in de Nederlandse combinaties die in het werk geinteresseerd zijn.

Het huidige autoverkeer over de N302 op de Knardijk moet door de werkzaamheden zo min mogelijk gestoord worden. Dat geldt ook voor de scheepvaart door de Hardersluis. Daarom voorzien de plannen van de Grontmij in een gefaseerde uitvoering van het werk. Allereerst wordt naast de bestaande dijk het aquaduct gebouwd. Ook het nieuwe dijklichaam voor de weg en de toerritten naar de brug horen tot deze eerste fase. Het zand dat daarvoor nodig is komt uit het Wolderwijd en het Veluwemeer.

Het verkeer gaat dan nog over oude weg. Medio ’99 begint de tweede fase. Dan wordt het wegverkeer omgelegd. Het gaat dan door het aquaduct en over het oude sluiseiland. Drie maanden later wordt in een volgende fase de oude Knardijk doorgebaggerd. Dan wordt ook de scheepvaart omgelegd. Is dat gebeurt dan kan het viaduct worden afgebouwd. In een laatste fase, in het voorjaar van 2000 gaat het verkeer al over de oeververbinding. Maar dan moeten bijvoorbeeld de resten van de oude verkeersweg en het sluiscomplex nog worden opgeruimd. Eind 2000 moet alles klaar zijn.

Kunstwerken

Het aquaduct is allereerst bedoeld voor de zeilvaart. De doorvaartbreedte is 19 meter. De waterdiepte is 3 meter.

Het aquaduct zal bestaan uit verankerde stalen damwanden en onderwaterbeton vloer met daarop een constructieve betonnen vloer. De zijkanten zijn fors uitgevoerd om de krachten van het water op te kunnen nemen. Het zijn kistdammen in de vorm van een boot. Het dwarsprofiel bestaat uit twee maal een rijstrook voor het autoverkeer en een baan voor langzaam verkeer en de bus. Dan komt er nog een aparte vrijliggend fietspad. De weg ligt op 8,6 meter min en het fietspad op 6,2 meter min.

De brug die in de verbinding komt, is voorzien in beton met vier overspanningen van 27 meter. Voor het dek is gekozen voor liggers van voorgespannen beton waarop een druklaag wordt aangebracht. Dit in verband met de snelheid van bouwen bij de laatste twee overspanningen. De middelste twee kunnen afgebouwd worden als het scheepvaartverkeer door het aquaduct kan. De dwarsdoorsnede van de weg is dezelfde als van het aquaduct. De bovenkant van de brug komt op 8,5 meter boven de waterspiegel te liggen. De vaargeul onder de brug krijgt een doorvaartbreedte van 2×25 meter bij een waterdiepte van 5 meter en een doorvaarthoogte van 7 meter.

Met het aquaduct en de brug wordt een directe verbinding gemaakt tussen het Veluwemeer en het Wolderwijd. Bij opwaaiing ontstaat stroming door de kunstwerken. De grootte van het doorstroomgat van de brug is bepaald op de maximaal toelaatbare stroomsnelheid tussen de twee meren bij Zuidwesterstorm. Die is gesteld op 0,7 meter per seconde. En die stroomsnelheid mag dan in de doorstroomopening maar in 2% van de tijd worden overschreden.

TEKST: JAN VAN STAVEREN

ILLUSTRATIES: GRONTMIJ

Projectgrootheden

Bouwbudget: f. 53 miljoen (inclusief BTW)

Bouwtijd: 3 jaar.

Ingebruikname: eind 2000.

Lengte nieuw wegvak totaal: 1900 meter.

Aquaduct: 11.000 m3 onderwaterbeton.

Aquaduct: 11.400 m3 gewapend beton.

Lengte aquaduct: circa 650 meter.

Lengte brug: 115 meter, vier overspanningen van 27 meter.

Tweeledig doel

De nieuwe oeververbinding betekent een grote verbetering zowel voor het verkeer op de weg als voor het beroeps- en recreatieverkeer te water. Na voltooiing worden de huidige dijk (Knardijk) en de Hardersluis gesloopt. Met de verbinding ontstaat een aaneengesloten watersportgebied van 32 kilometer lengte. Nu moeten nog jaarlijks zo’n 30.000 schepen in de Hardersluis worden geschut. De brug en het aquaduct zijn ook economisch van groot belang. Over de Randmeren ontstaat een vrije route voor de beroepsvaart tot 1300 ton. Nu kunnen maar schepen tot 600 ton door de Hardersluis in de Knardijk. De dijk en de sluis zijn aangelegd in 1952. Ze waren bedoeld voor werk- en vissersschepen die de dam tussen het oude land en het in aanleg zijnde Flevoland wilden passeren.

Reageer op dit artikel