nieuws

Rechters buigen zich over Streekplan Utrecht

bouwbreed

Tijdens een marathonzitting behandelde de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in Den Haag afgelopen week de 42 beroepen, die zijn ingesteld tegen het nieuwe, in 1994 door het provinciebestuur vastgestelde Streekplan Utrecht.

Hete hangijzers zijn onder meer de passages in het Streekplan over de woningbouwplannen in Vleuten-De Meern, de voorgenomen zandwinning in het Wijkerbroek/Den Oord (gemeente Wijk bij Duurstede ), de nieuwe stortlocatie Het Klooster bij Nieuwegein en de plannen voor de bouw van duizenden woningen bij Vat-horst in de buurt van Amersfoort.

De problemen van Vleuten-De Meern hangen samen met die van Harmelen. De provincie wil dat een grote groep glastuinders uit Vleuten-De Meern verhuist naar Harmelen om zo in Vleuten de bouw van 12.000 woningen mogelijk te maken.

In hoeverre de rechters van de Raad van State inhoudelijk op de bezwaren zullen ingaan, is maar de vraag. Mogelijk wordt het grootste gedeelte van de beroepen niet-ontvankelijk verklaard.

Vernietiging streekplan

Maanden terug spanden bezwaarmakers bij de Raad van State al een zogenoemde spoedprocedure aan tegen het Streekplan. Zij vroegen toen om schorsing van het plan. Raad van State-rechter J. de Vries weigerde daarop in te gaan.

In zijn uitspraak stelde hij dat in het grootste deel van een Streekplan beleidsvoornemens staan, die overgenomen kunnen worden door de lagere overheid. De nadruk ligt hier op het woordje kunnen. De gemeenten zouden de provinciale aanwijzingen ook kunnen negeren. Omdat het helemaal niet vaststaat dat de beleidsvoornemens (aanwijzingen) worden overgenomen door de gemeenten, zou er geen beroep tegen open staan bij de Raad van State.

Sommige beleidsaanwijzingen staan echter zo stellig in het Streekplan, dat de gemeenten er niet omheen kunnen. Als voorbeeld wordt genoemd de passage over de stortplaats Het Klooster bij Nieuwegein. Volgens het Streekplan moet die er komen en daar zou het gemeentebestuur van Nieuwegein niet omheen kunnen.

Het verschil tussen de afgelopen maanden en de vorige week door de Raad van State behandelde procedure is dat de bezwaarmakers nu geen schorsing, maar vernietiging van het Streekplan vragen. Ook in deze vervolgprocedure is de vraag aan de orde of de bezwaarmakers wel in hun beroepen kunnen worden ontvangen.

Niet-ontvankelijk

Volgens de Utrechtse gedeputeerde, mevrouw E. Korthuis-Elion, zijn de passages in het Streekplan over Vleuten-De Meern en Harmelen nog zo globaal, dat daartegen geen beroep mogelijk is. De rechters van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State gaan zich nu eerst beraden over de vraag of de gedeputeerde gelijk heeft. Mocht zij volgens hen gelijk hebben, dan worden de bezwaarmakers niet-ontvankelijk verklaard en kunnen zij terugkomen bij de Raad van State als de kwestie opnieuw in de gemeentelijke bestemmingsplannen aan de orde komt.

Wanneer de gedeputeerde volgens de rechters van de Raad van State ongelijk heeft, zullen zij een adviseur inschakelen, die moet gaan rapporteren over het Streekplan. De bezwaarmakers en de provincie krijgen dan vervolgens tijdens een nieuwe hoorzitting de kans op het rapport van de adviseur te reageren. Pas daarna zullen de rechters een inhoudelijk oordeel vellen. Voor het zo ver is, zal er een fors aantal maanden verstreken zijn. De kans dat er uiteindelijk toch door de rechters inhoudelijk wordt geoordeeld over de kwestie rond de ontzanding in Wijk bij Duurstede is vrij groot. Gedeputeerde Kort-huis gaf namelijk toe dat daarover zaken in het Streekplan staan, die de gemeente moeilijk naast zich neer kan leggen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels