nieuws

Bevriezen van kwelwater geeft overlast in Heinenoordtunnel

bouwbreed

Het afvoersysteem van kwelwater in de Heinenoordtunnel is bevroren. Toch blijft er kwelwater door een slechte dilatatievoeg komen. Dat zoekt zich een uitweg en bevriest op de linker rijstrook van de westelijke tunnelbuis. Buiten de spits is daarom maar een rijstrook beschikbaar voor autoverkeer van Rotterdam naar Oud-Beierland.

Afgezonken tunnels zijn nooit voor 100% waterdicht, ook de Heinenoordtunnel niet. De tunnel uit 1969 heeft een totale lengte van 1064 meter. Het gesloten gedeelte is 614 meter lang. De toeritten zijn aangelegd volgens de open-bouwputmethode. Voor het gesloten gedeelte zijn vijf tunnelelementen afgezonken, elk met een lengte van 115 meter. Elk element bestaat uit zes tunnelmoten, die gescheiden zijn door dilatatievoegen, voorzien van rubbermetalen voegstroken. Door deze voegen kunnen de tunnelmoten de zettingen van de ondergrond goed volgen. De krachten worden daardoor gelijkmatig naar de ondergrond afgevoerd. In een dilatatievoeg in het eerste tunnelelement aan de noordzijde zit een slechte plek. Die lekt meer dan de hoeveelheid die bij tunnelbouw als gebruikelijk wordt gehanteerd.

Lekwater

De afvoer van kwelwater verloopt doorgaans ongestoord. Een afvoersysteem onder het wegdek zorgt ervoor dat lekwater wordt afgevoerd naar een centrale verzamelgoot in het midden van de tunnel. Het loopt naar het diepste gedeelte van de tunnel. Vandaar wordt het weggepompt.

Bij de Heinenoordtunnel komt water uit de naad tussen twee rijstroken. Dat gebeurt aan het begin van de tunnel in de westelijke tunnelbuis voor verkeer van noord naar zuid. Die buis heeft twee rijstroken voor autoverkeer en een voor langzaam verkeer. Het water dat door de naad tussen de rijstroken komt, loopt over de linker rijstrook naar het midden van de tunnel naar de verzamelgoot die voor langsafvoer zorgt. De lage temperaturen zorgen ervoor dat het water op het wegdek bevriest. Uiteraard is geprobeerd de slechte dilatatievoeg te dichten. Dat is gedaan door injecteren. Gedurende een tijd was de voeg wel dicht. Toch is die weer gaan lekken. Nu ziet men bij Rijkswaterstaat, de beheerder van de tunnel, geen mogelijkheid meer het probleem bij de bron aan te pakken.

Spitsuren

Een en ander betekent dat kwelwater in de westbuis op het wegdek kan bevriezen. In de tunnel is de temperatuur de afgelopen periode een graad of zeven onder nul geweest.

Het kwelwater op het wegdek zal alleen bevriezen als er weinig verkeer is. Buiten de spits wordt het verkeer van Noord naar Zuid over een rijstrook geleid. Voorafgaande aan de ochtend- en avondspits wordt de rijstrook mechanisch vrijgemaakt van ijs waarna wegenzout wordt gestrooid. Dan zijn twee rijstroken beschikbaar voor het verkeer.

Bij intensief verkeer bevriest het kwelwater niet op het wegdek. Als het verkeer afneemt kan dat wel weer gebeuren. Voordien wordt de linker rijstrook alweer afgesloten. Dan is er maar weer een rijstrook voor autoverkeer van Rotterdam naar Oud-Beierland.

De inrichting van de dwarsdoorsnede van de Heinenoordtunnel is bij de renovatie in 1990 gewijzigd. Nu zijn in de oostelijke tunnelbuis drie rijstroken voor autoverkeer ondergebracht. De westelijke tunnelbuis, voor verkeer van noord naar zuid, heeft twee rijstroken voor autoverkeer en een rijstrook voor langzaam verkeer. Naast de bestaande Heinenoordtunnel wordt een geboorde tunnel aangelegd voor langzaam verkeer. Als die in 1999 gereed is, krijgt de westelijke buis ook drie rijstroken voor autoverkeer.

De linker rijstrook van de westelijke buis van de Heinenoordtunnel kan tijdens de spitsuren bereden worden. Daarbuiten is geen verkeer mogelijk in verband met opvriezen van kwelwater. Foto: Ton Borsboom

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels