nieuws

Baggerbeleid in Friesland opeenstapeling van fouten

bouwbreed

De provincie Friesland heeft op het terrein van baggerverwerking en opslag van bagger over een lange reeks van jaren steken laten vallen. Het afgeven van een verkeerde vergunning of het niet actualiseren van vergunningen is de afgelopen tien jaar schering en inslag geweest bij de provincie, zo luiden de harde conclusies van onderzoeksbureau Coopers en Lybrand.

Het bureau onderzocht in opdracht van de provincie zelf, het omgaan van de provincie met inrichtingen ten behoeve van baggerberging. Aanleiding is het onlangs afgeronde justitieel onderzoek naar het overbrengen van vervuild slib vanuit het baggerdepot De Gouden Bodem bij Heeg naar een depot bij Wartena. De volgens de vergunning toegestane hoeveelheid getransporteerd slib werd bij dat transport ruimschoots overschreden. Binnenkort wordt de strafmaat voor die foute handeling bepaald.

‘Te pragmatisch’

Voor de provincie was het justitieel onderzoek aanleiding om het beleid ten aanzien van andere depots uitgebreid onder de loep te nemen. Coopers en Lybrand heeft in totaal 21 dossiers onderzocht en de conclusie van het bureau liegt er niet om. Veel procedures zijn onzorgvuldig afgehandeld. Met name bij de implementatie van het baggerbeleid zijn over een reeks van jaren fouten gemaakt met een min of meer structureel karakter, veelal ontstaan uit onkunde met de bestaande regelgeving.

Het gaat in het onderzoek met name om gevallen waarin de provincie zowel vergunningverlener, vergunninghouder als toezichthouder is. Doordat de provincie bij de opslag en verwerking met drie petten op zit, zijn procedures onzorgvuldig afgehandeld. Zo ontbreken belangrijke dossierstukken en heeft de provincie het met tijdstippen waarop vergunningen moesten worden vernieuwd niet zo nauw genomen.

“Laten we zeggen dat medewerkers van de Hoofdgroep Wegen en Kanalen de grenzen van de vergunningsvoorschriften hebben afgetast”, zo bagatelliseert collegewoordvoerder Lex Valk de provinciale miskleunen.

Coopers en Lybrand concluderen in algemene zin dat de huidige Hoofdgroep Wegen en Kanalen in het verleden “te pragmatisch” te werk is gegaan. Ook wordt een hard oordeel geveld over de invulling van de provinciale rol als vergunningverlener voor en toezichthouder op baggeractiviteiten. De provincie heeft niet op de juiste wijze invulling gegeven aan de verantwoordelijkheden die het heeft op dit terrein, aldus het rapport.

Strengere eisen

Het college erkent de fouten die er zijn gemaakt, maar voert daarvoor verzachtende omstandigheden aan. Zo is het van oudsher de vaarwegbeheerder die altijd heeft moeten zorgen voor het op diepte houden van de vaarwegen; maar de randvoorwaarden waaronder wordt gewerkt zijn sinds 1985 drastisch gewijzigd. Vanaf dat jaar werd de provincie, in de rol van beheerder van vaarwegen en slibdepots, geleidelijk aan geconfronteerd met de milieuaspecten van vrijkomende bagger.

Dit betekende onder andere dat steeds strengere eisen werden gesteld aan de omgang met en de opslag van geproduceerde bagger. Aan die eisen kon niet altijd meteen worden voldaan. Ook de snel en sterk wisselende regelgeving en de groeifase waarin dit onderdeel van het milieubeleidsterrein zich tot voor enkele jaren terug nog bevond, is een reden voor de gemaakte fouten, zo stelt het college.

Weinig op schrift

“Bagger is pas de laatste jaren een echt milieu-item, maar had nog niet zo lang geleden niet direct prioriteit bij de provincie. Dat is een inschattingsfout geweest”, aldus Valk.

Verantwoordelijk gedeputeerde Kobus Walsma liet Omroep Fryslan weten dat “een aantal dingen beslist niet goed is uitgevoerd. Waar het aan ontbroken heeft is dat er te weinig zaken zijn doorgesproken met het bevoegd gezag. Te veel zaken zijn mondeling geregeld en er is te weinig op schrift gesteld.”

Op basis van de conclusies heeft het college van GS besloten op zeer korte termijn orde op zaken te stellen. Daarvoor zijn inmiddels concrete voorstellen gemaakt voor Provinciale Staten. Zo wil het college uiterlijk voor 1 januari 1998 de toestand van alle baggerbergingen in overeenstemming brengen met de geldende milieuvoorschriften.

Verder is aan de directeur van de huidige Hoofdgroep Maatschappij en Omgeving opdracht gegeven om uiterlijk voor 1998 alle relevante dossiers op het baggerbeleidsterrein te onderzoeken op naleving van de gestelde vergunningvoorschriften. Daarbij zal ook de feitelijke situatie vergeleken worden met de vergunde situatie. Dat kan ertoe leiden dat eerder dan gepland vergunningen moeten worden geactualiseerd om ze in overeenstemming te brengen met de huidige regelgeving en beleidsinzichten.

Herhaling voorkomen

Het college rekent erop dat met het gehele pakket van maatregelen de kritiek in beide rapporten dusdanig constructief worden verwerkt, dat herhaling van de gemaakte fouten in de toekomst wordt voorkomen. Opmerkelijk is dat het college van GS de gemaakte fouten geen reden vindt om op te stappen.

“In het rapport worden geen opmerkingen gemaakt die het vertrouwen in de integriteit van de organisatie of van de betrokken medewerkers hebben aangetast. Dat is een belangrijke constatering waarmee een wezenlijke vraag is beantwoord” aldus het college in een persbericht.

Valk stelt dat alle fouten zijn gemaakt uit onkunde of onzorgvuldig handelen. “Er zit echter geen kwade wil bij. We hopen alle fouten dit jaar op te lossen. Je moet niet vergeten dat er de afgelopen twee jaar wel degelijk structuur in het baggerbeleid is aangebracht. Het heeft gewoon zijn tijd nodig gehad om structuur in het beleid te krijgen.”

De collegevoorstellen ten aanzien van de baggerproblematiek worden 5 februari besproken door Provinciale Staten.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels