nieuws

Vliegveld in zee kostbaar

bouwbreed Premium

Een vliegveld in zee blijkt bijzonder kostbaar. De bouwdienst van Rijkswaterstaat becijfert de kosten op f. 47 tot f. 85 miljard. De stemmen om Schiphol meer ruimte te geven te groeien op de bestaande luchthaven worden iets luider.

De bedragen van de bouwdienst liggen aanzienlijk hoger dan tot nu toe werd aangenomen, f. 30 miljard. Een deel van het verschil is te verklaren uit een bijtelling van 35 procent op de ramingen vanwege de onzekerheidsfactoren.

Daarbij gaat het niet zozeer om de kosten voor eiland en landingsbaan, want die zijn redelijk betrouwbaar te berekenen. De politiek maakt de kosten echter in hoge mate onzeker. Een op het oog simpele politieke wens kan al snel miljarden kosten. Dat is gebeurd bij de Oosterscheldewerken, de Hogesnelheidslijn en de Betuwelijn. Waarom, zo redeneert de bouwdienst, dan ook niet bij een luchthaven in zee.

Het eigenlijke vliegveld is overigens niet de grootste kostenpost. Slechts 10 tot 15 procent van het geraamde bedrag gaat daaraan op. Het grote geld gaat zitten in de ontsluiting. Als het vliegveld moet gaan functioneren als satelliet van Schiphol, dan zal er een snelle shuttle-verbinding moeten komen van zo’n f. 25 miljard. Als het vliegveld zelfstandig moet opereren, dan moeten er wegen en spoorwegen heen, hetgeen eveneens vele miljarden vergt.

Dat is ook de reden dat een vliegveld elders, Markermeer of tweede Maasvlakte, evenmin goedkoop zal zijn.

Daarnaast duurt de bouw van een vliegveld in zee behoorlijk lang. De bouwdienst verwacht niet dat het voor 2024 volledig in gebruik kan worden genomen. Dat heeft nog niet eens te maken met lange besluitvormingsprocedures. Die kunnen in zeven jaar worden afgerond.

De aanleg zelf vergt echter veel tijd. Voor de aanleg is circa 25 procent van de relevante wereldbaggervloot nodig. Nog meer capaciteit inzetten zou de prijs onevenredig verhogen.

Reageer op dit artikel