nieuws

Verwerking vuile bagger praktisch zo duur als storten Minister Jorritsma kent de prijzen niet

bouwbreed Premium

In de Vierde nota waterhuishouding wordt pure onzin verkocht. De jammerklacht van Rijkswaterstaat dat het ontbreken van verwerkingsmogelijkheden van vervuilde baggerspecie heeft geleid tot achterstallig onderhoud van waterwegen, klopt domweg niet. De kosten van verwerking en storten zijn praktisch gelijk. Alleen kent minister Jorritsma blijkbaar de prijslijst niet.

Projectmanager J.M. Gubbens van Ecotechniek uit Maarssen, dochter van Volker Wessels Stevin, maakt zich niet eens echt boos. Maar in zijn brief aan de Tweede Kamer maakt hij wel duidelijk op zijn zachtst gezegd verbaasd te zijn over de houding van Rijkswaterstaat.

Gedurende een aantal jaren is zijn bedrijf al bezig met de bouw van een fabriek voor de verwerking van klasse 3 en 4 specie tot ecogrind. De Commissie voor de Milieueffectrapportage (mer) heeft eveneens al een paar jaar geleden positief geadviseerd over het door Ecotechniek bedachte concept.

Het wachten is echter op voldoende aanbod aan baggerspecie. Je investeert niet zomaar f. 135 miljoen als er geen garantie is dat je voldoende specie krijgt. En daar zit hem de kneep.

Teleurstellend

Nog in januari dit jaar liet minister Jorritsma Ecotechniek weten dat er geen garantie komt. “Een beslissing daarover kan eerst worden genomen als de Vierde Nota waterhuishouding is vastgesteld”, zo liet de bewindsvrouwe weten.

Vol verwachting klopten derhalve de harten toen op Prinsjesdag die nota verscheen. Welgeteld acht regels heeft de minister over voor verwerking. De inhoud daarvan gaf Ecotechniek weinig reden tot vreugde.

“De aandacht bij verwerken zal in het bijzonder worden gericht op de toepassing van eenvoudige technieken. Concreet betekent dit dat vooral het winnen van zand uit baggerspecie zal worden toegepast op de specie die niet mag worden verspreid. Hiervoor zullen, naast de huidige voorzieningen op de Slufter, ook op andere grootschalige depots voorzieningen worden getroffen. Verdergaande verwerkingstechnieken komen vanwege de kosten-rendement verhouding voorlopig nog niet voor grootschalige toepassing in aanmerking.”

Onzin

Onzin dus, zo rekent Gubbens de Kamerleden voor. Het verwerken van standaard specie tot ecogrind kost in een installatie die 250.000 ton per jaar droge stof kan verwerken f. 69 per m3. In een kleine installatie, goed voor 100.000 ton, is die prijs f. 99. Storten in het depot IJsseloog in het Ketelmeer kost f. 88 per m3. Althans voor derden. Rijkswaterstaat betaalt maar f. 59. Droge stort tenslotte kost f. 95. Voor zandarme specie liggen al die prijzen iets hoger, voor zandrijke specie lager.

“Dat Rijkswaterstaat zelf veel minder betaalt, heeft te maken met het feit dat de investering in een keer wordt afgeschreven. Daar kan uiteraard geen bedrijf tegenop. Dat is ook de reden dat storten in de Slufter goedkoop is met f. 52 per m3”, verklaart Gubbens de prijsverschillen. “Gemeenten en waterschappen betalen dus wel de volle mep.”

Niet ongestraft

Erger vindt hij het nog dat er voor de overheid blijkbaar andere normen gelden dan voor het particuliere bedrijfsleven als het gaat om het naleven van milieuvoorschriften. “Het bedrijfsleven kan niet ongestraft stellen ‘ik heb geen geld dus ik laat mijn gevaarlijk afval niet verwerken’.”

Reageer op dit artikel