nieuws

Procedures nieuw vliegveld duren lang

bouwbreed Premium

Aanleg van toekomstige infrastructuur voor de luchtvaart op het land of in het water vergt minimaal zeven jaar proceduretijd. Op deze periode komt nog de tijd die de aanleg vraagt. Deze varieert per locatie en beloopt minstens vijf en hoogstens tien jaar. Het gaat hierbij om een indicatie. In het recente verleden bleek dat een groot aantal projecten aanmerkelijk langer duurden dan gedacht, schrijft DHV Milieu en Infrastructuur in het rapport ‘Procedureversnelling TNLI’.

Jean Quist

TNLI staat voor Toekomstige Nederlandse Luchtvaart Infrastructuur. Voor de aanleg van dergelijke voorzieningen acht DHV een ‘Wet grote projecten’ uitermate zinvol. Het kabinet is nog niet zover en wil eerst ervaringen opdoen met de project-PKB, de Tracewet en de Nimby-regeling. Wel overweegt het kabinet om in navolging van de Tracewet vergelijkbare regelingen te treffen voor niet-trace gebonden projecten.

Als het besluit valt om op een bepaalde locatie infrastructuur voor de luchtvaart aan te leggen moeten er in elk geval maatregelen komen die vertragingen verminderen. Willen de voorzieningen binnen de gestelde tijd gereed komen dan vereist dat eenheid in besluitvorming en een forse aandacht voor projectbeheer.

Projectminister

De minister die namens de overheid het projectinitiatief voert zou volgens DHV duidelijk(er) als projectminister moeten kunnen optreden. Voldoende invloed van de particuliere sector houdt de vaart in de voorbereiding. De particuliere sector kan in de uitvoeringsfase het initiatief overnemen. Hier doen zich geen formeel-juridische belemmeringen voor.

Te denken valt ook aan verbeteringen in het projectbeheer bij de overheid door tijdig voldoende mensen vrij te maken. De hogere overheid moet de lagere overheden tijdig wijzen op de verwachte bijdragen en ondersteuning. Tijdig overleg stelt bijvoorbeeld ook de Raad van State in de gelegenheid om het werkplan naar het project te richten. Droog oefenen met procedures geeft vooraf inzicht in eventuele problemen.

Mobiliteit

Verkeer en vervoer dat met de luchtvaart samenhangt blijft in vergelijking met de totale landelijke (auto)mobiliteit gering. Dit transport vereist desondanks een forse uitbreiding van de infrastructuur. De Adviesdienst Verkeer en Vervoer (AVV) van Rijkswaterstaat schat de bijbehorende kosten op f. 4 tot f. 23 miljard, afhankelijk van de locatie en de uitvoering.

Uitstraling

Schiphol en West-Brabant bieden wat dat betreft de beste kansen voor uitbreiding van de luchtvaart. Deze locaties veroorzaken weinig extra autokilometers en vergen ook weinig investeringen in extra infrastructuur. De Maasvlakte ziet er in dat opzicht ook gunstig uit.

Alleen een directe aansluiting op het HSL-net vraagt een behoorlijke investering. De AVV merkt op dat er in 2025 niet plotseling een luchthaven voor 103 miljoen reizigers en 7,7 miljoen ton vracht met bijbehorende infrastructuur nodig is. De prognoses houden bijvoorbeeld ook geen rekening met mogelijk nieuw beleid voor de inperking van het autoverkeer. Hetzelfde geldt voor de infrastructuurprojecten die het MIT op de middellange- en lange termijn plant.

Failliet

Zodra de luchtvaart krimpt of zelfs maar minder snel groeit zullen investeringen die aan een sterke toename tegemoet komen weggegooid geld blijken. Een haperende ontwikkeling veroorzaakt volgens het adviesbureau Peeters uit Haarlem een sterk neerwaartse spiraal. Ervaringen uit het verleden onderbouwen die stelling.

Grote maatschappijen gaan failliet, de technologische ontwikkeling stagneert, service en veiligheid nemen af en de prijzen lopen op. Een krimpende wereldwijde luchtvaart maakt een zeer groot Nederlands knooppunt overbodig.

De luchtvaart groeit daarbij alleen wanneer er een toenemende behoefte aan reizen ontstaat. Die behoefte daalt zodra het tij voor de luchtvaart keert. De oorzaak daarvan ligt bijvoorbeeld in gestegen brandstofkosten, tekort schietende veiligheid en milieuproblemen.

Globale kosten

landzijdige infrastructuur

in miljarden guldens

(exclusief de kosten voor een snelle verbinding en de kosten voor de ontsluiting van een luchthaventerminal)

Locatie NNL NLI* Schiphol 5,1 3,6 Groningen 23,4 12,4 Flevoland 11,6 11,8 Markermeer 14,7 11,7 Maasvlakte 11,0 10,8 Achterhoek 8,7 10,8 De Peel 12,1 13,2 West Brabant 5,8 6,5 * = inclusief de kosten van Schiphol NNL = nieuwe nationale luchthaven

Reageer op dit artikel