nieuws

Ook OMA’s jongste is niet sentimenteel

bouwbreed Premium

Staal, glas en beton, heel veel beton – dat zijn de ongenaakbare materialen waarmee OMA het Educatorium voor de Universiteit van Utrecht heeft vormgegeven. De producten uit de stal van Rem Koolhaas zijn nooit sentimenteel. Ook dit zalen- en restaurantcomplex voor de Uithof is niet ontworpen om de gebruikers te vertroetelen maar om te provoceren tot onconventioneel gebruik.

Na vier jaar ontwerpen en bouwen (door BAM Bredero) is het Educatorium net op tijd klaar voor het nieuwe schooljaar. Het is een uit de kluiten gewassen complex van 11.000 m2. In de drie grote tentamenzalen staan respectievelijk 150, 200 en 300 tafeltjes al in slagorde gereed. Er zijn twee flinke collegezalen (400 en 500 plaatsen) en een enorme kantine (900 plaatsen). Op de Uithof, de campus van de Utrechtse Universiteit, zal het een centrale plaats innemen.

Dit zijn getallen die Rem Koolhaas en diens bureau OMA wel aanstaan – hoe groter hoe leuker. Ook het programma vol actie past bij hun opvatting van werken. Beweging en verandering vinden zij leuker dan stilstand. Hun gebouwen zijn ook nooit bedoeld om de gebruiker op zijn gemak te stellen en te vertroetelen. Nee, het mooist is het als gebruikers geprovoceerd worden tot onverwachte acties en associaties. Zowel het grote getal als het onverwachte gebruik zijn voor OMA ontsnappingsroutes naar de vrijheid, weg van de onderdrukkende cliches en conventies van alledaagse architectuur.

Voorspelbaar

Het Educatorium voldoet geheel aan deze theorie van beweging, grootte en gebruik.

De openheid in plattegrond en doorsnede, vol hellingbanen en vloerbrede trappen, vrijwel zonder conventionele gesloten trappenhuizen, stimuleert de vermenging van alle gebruikers en dus de kans op onverwachte confrontaties. Het beeld dat de ontwerper wil oproepen is dat van een continue ruimte en een doorlopende vloer waarmee door middel van vouwen en knippen verdiepingen zijn geconstrueerd. In de zijgevel is het zinnebeeld hiervan te herkennen: de vloer van de collegezalen, met daaronder het restaurant, is omgevouwen tot dak. Daaromheen gevouwen de vloeren/daken van de tentamenzalen.

Koolhaas’ stelling is dat heel grote gebouwen geen facade meer kennen. Er is geen compositie meer mogelijk van afgewogen onderdelen en een overzichtelijk geheel. De facade is de willekeurige plek in de doorsnede waar het gebouw simpelweg ophoudt. Zo ook bij het Educatorium; genoemde zijgevel is gewoon de doorsnede op die plek; representatie of compositie speelt in theorie geen rol.

Ook in het interieur is het streven deze hoofdopzet zo ‘naakt’ mogelijk te tonen. Dus zijn de materialen zeer primair gehouden: veel beton van de hoofdconstructie, her en der stalen constructiedelen en veel glas als helderste scheiding tussen binnen en buiten.

Het zijn elementen die we al kennen van de Kunsthal en van Koolhaas’ (niet uitgevoerde) ontwerp voor het Luxortheater in Rotterdam. Daarmee is het Educatorium keurig in de leer maar heeft het ook een hoge mate van voorspelbaarheid. Dat doet geen afbreuk aan de ingenieuze ruimtelijkheid die ook dit ontwerp kenmerkt; mogelijk wel aan Koolhaas’ faam altijd net wat anders te doen dan men van hem verwacht.

Innovaties

Het consequent vasthouden aan de theoretische uitgangspunten heeft tot innovaties in de constructie geleid.

Om boven de twintig meter brede collegezaal een dun dak te kunnen maken is de twintig centimeter dunne betonplaat voorzien van een spectaculaire onderspanning. De wapening is er als het ware onderuit getrokken. De gebogen vormen spelen mooi samen met de rondingen in de zaal zelf.

Om in het restaurant aan de raamkant zo min mogelijk kolommen te krijgen is de bovenliggende collegezaal uitgevoerd als een soort vakwerkbrug. Ook hier is de uitdrukking teruggebracht tot het primaire: de drukstaven in beton, de trekstangen in staal.

De kromming in vloer/dak is allicht meer schijn dan werkelijkheid – betonplaten kun je nu eenmaal moeilijk buigen. Het zijn halfronde stalen spanten, van buiten voorzien van spuitbeton, van binnen afgetimmerd. Deels is het staal in het zicht gelaten, vanwege de onverwachte constructieve schoonheid.

Geraffineerde afwerking

Zo simpel als deze beschrijving van de hoofdzaken klinkt, en zo simpel als het zich op het eerste oog voordoet, is het natuurlijk niet. Een betonnen plafond, waarin alles is weggewerkt aan leidingen en dergelijke, vergt oneindig meer zorg dan een verlaagd plafond. Vanuit de theorie van de architectuur mag alles simpel en eenduidig zijn, gezien vanuit het bouwproces is het gebouw allerminst logisch. Ook in de afwerking heeft design het primaat boven bouwproces en ambacht, hoe ambachtelijk al dat beton, hout en staal ook aandoet. Onmiskenbaar is hier veel tijd en raffinement in gaan zitten.

Opmerkelijkste onderdeel is de dubbele glazen wand van de ronde collegezaal. Het glas is voorzien van een film waar men wel haaks doorheen kan kijken maar niet schuin. Dus kan er volop licht binnenkomen, zonder dat de studenten volledig door het uitzicht worden afgeleid. Alleen wie zijn hoofd helemaal opzij draait ziet een smalle strook van de buitenwereld.

Niet sentimenteel

De bijzondere glasgevel van de collegezaal is het enige onderdeel dat jammerlijk is gedetailleerd en uitgevoerd. De rest van het gebouw is behoorlijk gemaakt, waarmee OMA bewijst dat het odium dat het bureau niet kan detailleren niet langer terecht is. Alleen bij extreme glasgevels is het dus nog oppassen geblazen, zoals ook bij de Congrexpo in Lille al te zien was.

Dat het gebouw behoorlijk is gemaakt, wil niet zeggen dat het niet hard en soms grof is. Dat is het zeker. Net zo hard als de akoestiek her en der. Maar wie heeft gezegd dat architectuur lief en altijd aaibaar moet zijn? Studenten zijn geen poezelige types en bouwen is een grofstoffelijke bezigheid. In een Educatorium – hoe beschaafd die naam ook mag klinken – mag dus wel iets van het ruwe leven te voelen zijn. Ruwheid die binnen het oeuvre van Koolhaas niet nieuw of onverwacht is. Het zijn familietrekken – ook OMA’s jongste is niet sentimenteel.

De buitenkant van het Educatorium toont schematisch de continuiteit van de binnenruimten: hoe de vloer van de collegezalen, met daaronder het restaurant, is omgevouwen, met daaromheen weer de tentamenzalen gevouwen.

Om boven de twintig meter brede collegezaal een dun dak te kunnen maken is de betonplaat voorzien van een spectaculaire onderspanning. De wapening is er als het ware onderuit getrokken.

Voor een deel zijn vloer en dak van een van de collegezalen uitgevoerd als vakwerkbrug. De drukstaven in beton, de trekstangen in staal. In het restaurant daaronder levert dat een kolomvrije overspanning en dus vrij uitzicht van 35 meter.

De glasgevel van de collegezaal is diffuus als men er schuin doorheen kijkt; alleen haaks erdoorheen biedt het glas een helder uitzicht aan afdwalende studenten.

Reageer op dit artikel