nieuws

Oekraine vaart wel bij technische assistentie

bouwbreed Premium

“Het is niet ons dagelijkse werk in Oekraine maar zo nu en dan dragen we ideeen aan voor technische assistentie. Wanneer die in de programma’s passen van Senter, de Oosteuropabank, de Wereldbank of het programma TACIS van de EU worden die veelal ook uitgevoerd. Die poen ontstaan uit contacten met plaatselijke mensen. Te denken valt bijvoorbeeld aan de industriele energiebesparing. Oekraine vaart daar wel bij want olie en gas komen voor het overgrote deel uit Rusland dat voor deze leveringen marktprijzen in harde valuta berekent.”

“Oekraine betaalt die rekeningen deels met de pachtopbrengst van grond voor de grote Russische gasleidingen”, zegt directeur A. van Delft van Tebodin Consultants en Engineers Kiev. “Daar stroomt per jaar zo’n 170 miljard kubieke meter door die uiteindelijk in het westen terecht komt. Om de gasleveranties veilig te stellen wil Shell ongeveer f. 2,8 miljard in deze infrastructuur investeren. Er zit enige haast achter de aanpak. Het leidingstelsel is de afgelopen jaren niet afdoende onderhouden. Compressiestations vergen aanpassing en soms nieuwbouw. Er bestaan plannen om buiten deze infrastructuur om leidingen te leggen maar die zijn nog weinig concreet.”

“Energie kostte vroeger nagenoeg niets en dat breekt nu op”, vindt Van Delft. “Kijk bijvoorbeeld naar de woningsector. De gebruikers betalen een lage huur waarin de energiekosten zijn verrekend. Voor hen maakt het dus weinig verschil of ze veel of weinig afnemen. Diverse poen voor technische assistentie moeten nu meer inzicht in energie-efficientie teweeg brengen. Deels door meters te installeren, deels door mensen meer te laten betalen voor energie, deels door het aanbrengen van adequate isolatie. Hoe meer mensen voor energie moeten betalen hoe sneller ze geneigd zullen zijn minder te verbruiken. In Oekraine loopt die tendens gelijk op met de mate waarin de overheid de subsidie op energie verlaagt.”

“Echter: wanneer mensen maanden achtereen geen salaris ontvangen komen ze door de hogere energieprijzen nog verder in de problemen”, merkt Van Delft op. “De overheid verkeert daarmee in een dilemma. Toch zal het land dit beleid moeten voortzetten wil men tot kostendekkende energieprijzen ke komen. Daar komt bij dat de Wereldbank dergelijke maatregelen voorschrijft in de voorwaarden voor hulpprogramma’s. In het verlengde daarvan ligt een volledige herstructurering van de energiesector. Leveranciers, transporteurs en verdelers worden elk ondergebracht in aparte bedrijven waar ieder voor zich verantwoording draagt voor het aanbod en de bijbehorende infrastructuur. Momenteel vormen deze onderdelen nog een groot conglomeraat. Eenvoudig zal die opdeling niet verlopen omdat iedereen belang heeft bij het behoud van de bestaande situatie.”

Basis

“Energie legde zo’n 4,5 jaar geleden de basis voor onze activiteiten in Oekraine”, legt Van Delft uit. Het begon met een opdracht van de Wereldbank voor technische assistentie bij enkele industriele energiepoen. Daar hielden we wat aan over en besloten dat geld ter plaatse te investeren. Wil je hier werken dan moet je bepaalde vergunningen hebben. Ons bureau is een volledig Oekraiense onderneming. De markt biedt meer dan voldoende bezigheden voor onze ruim 130 werknemers. Zodra de economie aantrekt en mensen het wat beter krijgen zullen ze als eerste meer besteden aan bijvoorbeeld eten en kleren. Die ruimere vraag schept groeimogelijkheden voor de (buitenlandse) fabrieken die dat maken. Die schakelen daarvoor onder meer ons bureau in.”

“Oekraine maakt veel werk van het aantrekken van particuliere buitenlandse investeerders”, weet Van Delft. “Het geheel overziend krijgen de voornemens ook een praktisch beslag. Wat niet wegneemt dat soms moeilijke bureaucratische procedures zijn af te werken. Zo realiseren we in Donetsk een fabriek voor Cargill en beschikken we op het landcertificaat na over alle vergunningen om met de bouw te beginnen. Tebodin deed de basic- en detail engineering en voert ook het bouwmanagement uit. Cargill deelt met ons een kantoor zodat we als groep aan het po ke werken. We werken ook samen met plaatselijke instituten. Dat is heel belangrijk, ondanks onze autorisatie om hier zelfstandig te werken, omdat je anders tegen nogal wat weerstanden oploopt. Om die reden besteden we ook zoveel mogelijk opdrachten uit aan plaatselijke aannemers en toeleveranciers. Dat vergt weer extra aandacht voor planning en kwaliteit.”

Personeel

“Technisch gesproken ke de medewerkers van die instituten zich meten met ons personeel”, stelt Van Delft. “Het ontbreekt hen alleen aan adequaat zakelijk inzicht. Om ze ook die inzichten bij te brengen nemen we ze vaak mee naar bouwlocaties waar ze ke zien dat de manier van werken die ze zijn gewend niet de enige is waarmee je een po tot een goed einde brengt. Niet afwijken van een eenmaal ingeslagen weg is iets wat je ook elders in Oekraine tegenkomt. De normen zijn zo dat je niet het ene kunt doen als het voorgaande nog niet gereed is. Om de tijd te beperken proberen wij een soort paralleltraject te beginnen. Volgens de huidige normen en regels moet je alles precies specificeren voordat je aan de slag gaat. Wij zijn gewend om vanuit niets sneller tot iets te komen. Niet in de laatste plaats omdat het computergebruik in Oekraine kleiner is dan bij ons. Rond 10 procent van het bestand bestaat uit westerse medewerkers. Die brengen hun kennis en ervaring over op het plaatselijke personeel. Een aantal daarvan sturen we voor drie maanden opleiding en training naar Nederland. Waarmee ik maar wil zeggen dat met het opbouwen van een slagvaardig bureau wel wat tijd is gemoeid.”

Aat van Delft: ‘Oekraine maakt veel werk van het aantrekken van particuliere buitenlandse investeerders.’

Reageer op dit artikel