nieuws

Nieuwe Britse steden voorbeeld voor duurzame stedenbouw

bouwbreed Premium

De zogeheten nieuwe steden van Groot-Brittannie hebben een grote mate van duurzaamheid. Mede daardoor bieden ze ook een kwalitatief hoogwaardige woonomgeving. Met de realisatie van nieuwe steden vermindert ook de verkeersdruk. Openbaar vervoer in en rond deze steden moet de resterende behoefte aan vervoer verzorgen.

Volgens voorzitter van de Town en Country Planning Association P. Hall van de Britse nieuwe stad Stevenage kent zijn gemeente net als de andere nieuwe steden een hoge mate van verkeersveiligheid. De infrastructuur biedt voetgangers en fietsers meer dan voldoende ruimte terwijl het openbaar vervoer de wijken op afdoende wijze ontsluit. De steden zijn daarbij zodanig opgezet dat de meeste mensen lopend naar hun werk ke. Stevenage richtte als eerste Britse gemeente een voetgangersgebied in.

Werk

Stevenage ontstond vijftig jaar geleden op het platteland noordelijk van Londen. Nadien volgden nog eens 32 nieuwe steden. Die bieden momenteel onderdak aan zo’n twee miljoen inwoners en werk aan ruim een miljoen mensen. De nieuwe steden vertegenwoordigen het langst lopende bouwprogramma van Groot-Brittannie en staan te boek als het belangrijkste sociale experiment van deze eeuw. Ook zijn zij een voorbeeld voor de rest van de wereld. Dat blijkt onder meer uit het veelvuldige bezoek van stedenbouwers uit bijvoorbeeld Thailand, Indonesie, Korea, Japan en Egypte.

Waar ter wereld ook kijken regeringen bij de opzet van nieuwe steden eerst naar het Britse voorbeeld, zegt dr. M. Dobbin van het De Montfort University Centre for New Town Development Studies uit Milton Keynes; de laatste en grootste nieuw gebouwde stad. De toenmalige Labourregering begon het bouwprogramma in 1946. Aanvankelijk was het bedoeld voor de herhuisvesting van Londenaren die de Blitz hadden overleefd en in provisorische woningen tussen de bomkraters leefden.

Budget

Het plan bood talloze gezinnen een nieuwe woning, zegt Dobbin, schonere lucht, straten met bomen, speelplaatsen, minder spanningen en bovenal een betere plek om kinderen groot te brengen dan de hoofdstad en vele andere steden. Niet zelden vonden de bewoners vlak bij huis werk. Het is ook om die te reden dat later nieuwe steden werden gebouwd. In de loop van de tijd vestigden zich er ruim 1300 toonaangevende industriele bedrijven van bijvoorbeeld het Europese vasteland, de Verenigde Staten, Japan en Taiwan.

De nieuwe steden ontstonden na de Tweede Wereldoorlog als oplossing voor de woningnood. Het idee voor dergelijke steden stamt evenwel uit het begin van deze eeuw. Bedenker ervan was E. Howard die de Garden Cities Association stichtte en in 1903 noordelijk van Londen de eerste Britse tuinstad Letchworth realiseerde.

Alle 32 nieuwe steden kwamen onder dezelfde wettelijke regels tot stand en maakten gebruik van dezelfde beheervorm. Volgens deze opzet steunt de landelijke overheid de bouw met middelen die voornamelijk uit het budget van de minister van Financien komen. Semi-onafhankelijke Development Corporations zien onder de directie van de minister voor Town en Country Planning toe op de besteding van de gelden.

Tussen 1946 en 1951 begon de bouw van vijftien nieuwe steden. De betrokken Development Corporations konden door hun riante positie gemakkelijk de beste planners, architecten en ingenieurs aantrekken zoals ze ook de beste financieringsdeskundigen, rechts- en bestuurskundigen konden vragen. Al deze mensen brachten de expertise in waarmee de volgende nieuwe steden konden worden gebouwd.

Elke Development Corporation draagt na twintig of dertig jaar, wanneer de nieuwe stad naar behoren functioneert, het mandaat over aan de semi-openbare Commission for New Towns. Die onderhoudt de interesse voor het gebied en verkoopt bouwgrond. Volgens directeur J. Walker van de Commission betaalden vrijwel alle nieuwe steden de oorspronkelijke overheidslening inclusief 6rente terug. Gezien het aantal van circa 500.000 woningen leverden deze langlopende leningen een behoorlijk resultaat op.

*) S. Mapp is een Britse journaliste.

Reageer op dit artikel