nieuws

Collectieve bouwvakantie rationeel

bouwbreed Premium

Over een goede maand is het weer zover. De jaarlijkse bouwvakvakantie begint. In het kader van de vakantiespreiding tegenwoordig over drie perioden gespreid. De bouw ligt drie en vaak vier weken stil. En dat in een tijd, waarin klimatologisch gezien vrijwel onbeperkt gebouwd zou ke worden. De collectieve sluiting van bouwbedrijven begon begin jaren dertig. Bescheiden, want als ik het goed heb telde de eerste bouwvakvakantie niet meer dan drie dagen.

De collectieve vakantie viel samen met de introductie van de vakantiezegel. Voor ouderen een begrip, voor jongeren alweer historie. Het recht op vakantie bouw je op per gewerkte dag. Een frequente wisseling van werkgever maakte het bezwaarlijk het loon tijdens de drie vakantiedagen door de actuele werkgever te laten betalen. Door per dag de tegenwaarde van het loon tijdens vakantie in de vorm van een zegel te geven, werd door iedere werkgever naar rato meebetaald.

Vooral na de Tweede Wereldoorlog werd de vakantiezegel het voertuig voor tal van voorzieningen. Pensioenrechten werden op dezelfde manier per dag opgebouwd, evenals het recht op een vorstuitkering. In 1971 werd zelfs een 400 gulden-uitkering op deze manier aan bouwvakarbeiders verstrekt. Het Sociaal Fonds Bouwnijverheid is er groot mee geworden. Op enig moment werden de zegels vervangen door girale rechten (het RBS), thans is er sprake van het VIP-systeem. De technische mogelijkheden werden benut om fraude uit te bannen. Collectiviteit was een belangrijk kenmerk van tal van afspraken tussen werkgevers en werknemers in de bouw.

Begin jaren tachtig werd afgesproken de collectieve bouwvakvakantie uit de cao te verwijderen. De bouwvakvakantie is echter nog volop aanwezig. En zoals gezegd niet voor drie dagen, maar minimaal voor drie en dikwijls zelfs voor vier weken. De vierde week ruimt dan flink wat atv- dagen op.

In de bedrijfstak wordt vaak geklaagd over discontinuiteit in het werk. Slecht weer in de winter, opdrachtgevers die op de markt komen wanneer ze er zin in hebben. Opdrachtgevers komen vaak op de markt. Alleen al in de b en u worden jaarlijks 40.000 bouwvergunningen afgegeven. Voor nog veel meer klussen is geen vergunning nodig. Opdrachtgevers melden zich dus meer dan 100.000 keer bij aannemers. Velen daarvan vinden de collectieve sluiting van de bedrijfstak in de zomer maar vervelend. Opdrachtgevers ervaren op hun beurt een discontinuiteit.

Wie heeft er nu reden tot klagen? Het bouwbedrijf of de klant?

Kennelijk is de collectieve sluiting van de bouw economisch rationeel. Als hoofdaannemers, onderaannemers, handel en toeleveranciers gelijktijdig hun poorten sluiten zijn er de geringste afstemmmingsverliezen. Als vanuit sociaal oogpunt sluiting in de zomer – de zon – de voorkeur heeft, dan maar liever radicaal. Dus niet met halve ploegen, onderaannemers die niet beschikbaar zijn, enz.

Ik heb het niet berekend, maar gevoelsmatig – de praktijk is sterker dan de leer – vermoed ik, dat de collectieve bouwvakvakantie uiterst rationeel is. Overigens hoe waardeer je een zonvakantie boven een koude of verregende?

Reageer op dit artikel