nieuws

Cement

bouwbreed Premium

Er zijn materialen in de bouw die zo vanzelfsprekend zijn, dat je er niet bij stilstaat dat er ooit iemand was die ze bedacht heeft. Dat geldt bijvoorbeeld voor cement. Op 21 oktober 1824 kreeg de Engelse metselaar Joseph Aspdin uit Leeds voor zijn vinding cement een octrooi. Zijn vondst betekende het begin van een geheel nieuwe fase in de bouwtechniek. Intussen zijn we 173 jaar verder en worden er over de gehele wereld miljoenen tonnen cement geproduceerd.

Uit de omschrijving van dat beroemd geworden octrooi voor cement staat: “Het slib of het stof van met kalksteen verharde wegen of – als dit materiaal niet in voldoende mate aanwezig is – gebrande kalksteen, en een bepaalde hoeveelheid klei worden door handenarbeid, of met behulp van een machine met water vermengd tot een brij. De aldus verkregen plastische massa wordt door zonnewarmte of andere verwarming gedroogd totdat het water volledig is verdampt. Het droge materiaal wordt daarna in stukken gebroken en in een kalkoven gebrand tot al het koolzuur is ontweken. Het gebrande product wordt ten slotte door malen, stampen of walsen veranderd in een fijn poeder, dat direct te gebruiken is. Dit poeder noem ik Portland cement.” Aspdin bedacht de naam op de kleur. Zijn cement leek veel op het toen in Engeland veel gebruikte natuursteen uit de buurt van Portland.

In Nederland kwam de cementindustrie goed op gang in 1928 lees ik in een blad uit 1968. In dat jaar wordt er net als nu in het parlement volop gediscussieerd over het wettelijk minimumloon. En hoewel het niks met cement te maken heeft, pleitte de huidige minister-president in dat jaar voor invoering van dat wettelijk minimumloon en nu bijna 30 jaar later voor afschaffing ervan. In 1968 werd er ook volop gesproken over nut en noodzaak van medezeggenschap en vermogensaanwasdeling. En arbeidstijdverkorting in de bouw en andere sectoren was ook een belangrijk onderwerp.

En een Franse econoom ontwikkelde de theorie van de 40.000 uren. Nog voor het jaar 2000 zo beweerde Jean Fourastie zullen we per jaar 40 weken werken. De vijfdaagse werkweek en een werkdag van zes uur. Op jaarbasis kom je dan uit op 1200 uur en bij een gemiddeld arbeidsleven van 35 jaar betekent dat 40.000 uren.

In datzelfde jaar 1968 was er een prijsvraag onder leerlingen van de Stichting Vakopleiding Bouwbedrijf. Een opstel schrijven over “De vakman in het bouwbedrijf in het jaar 2000″. De prijsuitreiking vond plaats in het nieuwe stadhuis van Arnhem. De drie winnende verhalen en het juryoordeel plus een oorkonde zullen op 3 januari 2000 weer tevoorschijn komen. Die dag zal de directeur van de SVB de ingemetselde koker openbreken. Leerling-timmerman J. Huurman won in 1968 met zijn winnende verhaal een brommer. Hij schrijft dat in het jaar 2000 alleen nog flats en wolkenkrabbers gebouwd zullen worden. Met wegen onder de flats. De bouwtijd is een week. De werktijd vijf uur. Over het timmervak schrijft hij in 1968: Het timmeren is in 2000 een eentonig werk geworden. De vakman wordt massawerker. Vloeren van betonnen platen. De wapening zit er al in en is gemaakt van een netwerk van nylon kabels. De trappen worden gemaakt van kunststof en het dak van plastic. Glas is er niet meer en is vervangen door hard geslepen plastic. De computer zegt wat je moet doen.” En er is een bad op het werk, een plastic overall met veel gaatjes en een voedselpil.

Er zijn wel veranderingen in het bouwbedrijf maar nog niet zo vergaand als Fourastie en Huurman in 1968 verwachtten. Nou heeft cement niet zo veel met de werktijd van doen. Het kan natuurlijk nog wel: nu 36 uur en nog een onderhandelingsronde te gaan voor het jaar 2000 om de 25- of 30-urige werkweek af te spreken.

Reageer op dit artikel