nieuws

Met Portland Cement op oorlogspad

bouwbreed Premium

Het is jammer, maar begrijpelijk, dat het Haags Gemeentearchief, dat van de familie Ten Hagen alle exemplaren van Cobouws directe voorgangers en gedeeltelijk ook van Cobouw zelf ten geschenke heeft gekregen, niet kan toestaan de meeste in boeken gebonden afleveringen op de kopieermachine te leggen. Ze zijn er te broos voor.

Anders zouden we de advertenties ke tonen, die het ‘Advertentieblad’ rond de zeventiger jaren van de negentiende eeuw werden geplaatst over de levering van cement. De uitgever bracht zo’n woordentwist extra geld in het laadje en degenen, die met het materiaal moesten werken, zaten zich al lezend te verkneuteren.

Er ontstond, om er nog even op terug te komen, tijdens de Frans-Duitse oorlog (1870-1872) tussen twee importeurs van Engelse fabrikanten van Portland Cement een heftige ruzie over de kwaliteit van het door hen geimporteerde product. De firma Albert Otto en Co vertegenwoordigde de fabriek van Burham en de heer J. Simonis verzorgde de belangen van de fabriek Robins.

De herrie ontstond toen er door beide importeurs verschillende gegevens werden gepubliceerd over het breekgewicht van de toegepaste cementsoorten. De heren bestookten elkaar met brede kolommen vergelijkend cijfermateriaal. Daarbij bleef het niet. Zij namen elkaar ook persoonlijk op de korrel en bedienden zich daarbij van woordgebruik dat even deftig als honend was.

Oneerlijke manoeuvres

Simonis beschuldigde Otto van eigenmachtige vervanging van de breekgewichtgegevens, waarop deze over drie kolom repliceerde en sprak over; ‘de zich noemende General Cessionar van Robins en Co Etd, die zich toont in heel zijn jammerlijkheid en weer een nieuwe aanval beproeft. ‘Wij komen hierop terug’, dreigt hij en vervolgt: ‘Op het oogenblik is het genoeg er op te wijzen, dat deze nieuwe illoyale aanval niettegenstaande zijn kwade gunsten in het geheel niets vermag tegen de iedere lezer in het oog loopende waarheid dat het cement van Burham….etc’.

Simonis laat het er echter niet bij zitten en herhaalt zijn beschuldigingen. En hij doet het nog eens over in een gelijkluidende advertentie in het duits. Twee weken later als Otto de betrouwbaarheid van de gegevens over het breekgewicht van het Robincement opnieuw, en eveneens tweetalig, heeft betwijfeld antwoordt Simonis: ‘Dat de heeren Otto en CO wel niet ophouden met hun hatelijke advertenties, echter zijn zij niet in staat de in dit blad voorgelegde waarheden te betwisten, namelijk dat Robincement onbetwistbaar het sterkste is’.

Zijn tegenstander, ook niet van gisteren, spreekt in een grote advertentie geplaatst pal onder het verhaal van zijn vijand over ‘Oneerlijke manoeuvres en over zijn naiviefst tentoongesteld breekgewicht’. Ook hij herhaalt alles nog eens in het duits.

Wel een bewijs dat het blad aan gene zijde van de oostgrens – Simons had een kantoor in Keulen – een niet onbelangrijke lezerskring had, die bereikt diende te worden. Daarna viel de stilte die aan het sluiten van de vrede vooraf pleegt te gaan.

Hopelijk hebben partijen na hun reclameveldslag alles afgedronken.

Opleving van de economie

Al deze grote en kleine gebeurtenissen, die bewezen dat het weekblad een vaste lezerskring had verworven hebben er zeker toe bijgedragen dat de oprichter meer aandacht ging besteden aan de inhoud. In de tweede helft van de jaren zeventig kon een opleving in de economie worden geconstateerd. De rubriek Aanbestedingen nam weer in omvang toe en de toeleveranciers vulden met reclame voor hun artikelen meer pagina’s dan ooit te voren.

Reageer op dit artikel