nieuws

Invloed op beleid Europa wel degelijk mogelijk

bouwbreed Premium

Graag zou ik willen reageren op het artikel ‘VGBouw heeft schoon genoeg van regelzucht Brussel’ dat vrijdag, 17 april in Cobouw verscheen. Heel vaak wordt er gesteld dat er veel regels komen vanuit Brussel en dat de bureaucratie een halt moet worden toegeroepen. Bij dit soort uitspraken valt me iedere keer weer op, dat er misverstanden bestaan over hoe deze regels eigenlijk tot stand komen. Graag zou ik dat hierbij in het kort willen verduidelijken.

Wanneer er ontevredenheid bestaat over Europees beleid of regels, ‘waar men niet op zit te wachten’, wordt dit nogal eens gewijd aan de Brusselse bureaucratie, terwijl het uiteindelijk de nationale overheden zijn die tot die regelgeving besluiten. Het initiatief ligt inderdaad bij de Europese Commissie, maar de uiteindelijke beslissingen worden genomen door de lidstaten zelf. Dit na lang beraad in vergaderingen van het Europees Parlement enerzijds en de Permanente Vertegenwoordiging bij de EU, als ook in werkgroepen van nationaal betrokken ambtenaren van de ministeries van alle lidstaten anderzijds. En dit geldt niet alleen voor Europese regels zoals richtlijnen of verordeningen. Ook bij de ontwikkeling van groen- en witboeken, worden zowel het Europees Parlement als de Raad van Ministers geraadpleegd.

Neem nu de richtlijnen openbare aanbestedingen voor werken, leveringen en diensten. Deze richtlijnen zijn onderdeel van het Interne Markt programma, waar de Raad van Ministers van de Interne Markt zich in 1985 al over hebben uitgesproken. De Nederlandse regering stond dus achter de vrije markt voor overheidsopdrachten in de EU.

Bovendien zijn de richtlijnen de afgelopen jaren nogal eens gewijzigd. De richtlijn werken alleen al kent zo’n 3 variaties. Het was dan ook mogelijk geweest voor betrokken partijen, om in dit lange ontwikkelingsproces eerder aan de bel te trekken en te proberen de besluitvorming in hun eigen voordeel te beinvloeden.

Terugkomend op het artikel, treft mij dan ook de machteloosheid die het artikel uitstraalt, wanneer de VGBouw zich uitspreekt over het witboek, waarin ‘de geldende richtlijn werken ongetwijfeld zal worden aangescherpt’.

Weer haalt men uit naar de Europese bureaucratie die ‘zijn eigen ritme en dynamiek heeft en weinig waarde hecht aan ervaringen en het oordeel van degenen, die met deze richtlijn van doen hebben’, terwijl door de Commissie juist om hun mening wordt gevraagd.

Ik zou willen concluderen dat betrokken partijen wel degelijk invloed ke uitoefenen, maar dan wel bij de juiste instellingen en de juiste mensen en op de juiste manier en het juiste tijdstip. Beinvloeding, niet alleen bij de Europese Commissie en het Europese Parlement in Brussel, maar vooral ook bij de betrokken Nederlandse ministeries en het Nederlands Parlement. Want uiteindelijk is het aan de ministers om te besluiten wat goed is voor Nederland en wat goed is voor Europa. Om te winnen in een verenigd Europa kun je eigenlijk niet meer aan de zijlijn blijven toekijken en later klagen als het fout gaat, want dan is het vaak te laat.

Ir. Marit de Haan is adviseur Europese Zaken in de bouw.

Reageer op dit artikel