nieuws

Duitse wet regelt werk in bondsrepubliek

bouwbreed Premium

De arbeidsovereenkomst voor werkzaamheden in Duitsland valt meestal onder de Duitse wetgeving. De hoofdregel is dat Duits recht opgaat bij werk in Duitsland. Bij uitzending naar Duitsland geldt Nederlands recht. Voor Nederlandse grensarbeiders in dienst bij een Duitse werkgever luidt de hoofdregel dat Duits recht geldt. Bij twijfel moeten steeds de sterkste aanknopingspunten met een van de rechtsstelsels worden gezocht, benadrukte mr. P. Strick van het gelijknamige advocatenkantoor uit het Duitse Kleve op een bijeenkomst in Utrecht van de Fenedex.

De Duitse wet beperkt de werkdag tot acht uur. Verlenging tot tien uur is mogelijk zolang het gemiddeld aantal gewerkte uren op een dag in zes maanden of 24 weken de acht uur niet overschrijdt. De overheid kan een werkgever toestemming verlenen langer te werken in ruil voor extra arbeidsplaatsen. Personeel mag maximaal zes uur achtereen zonder pauze werken. In een werkdag van zes tot negen uur moet een pauze van minimaal 30 minuten zitten. Die ke worden verdeeld in blokken van 15 minuten. Bij een werkdag van meer dan negen uur moet de pauze meer dan 45 minuten bedragen. Een werknemer heeft ook recht op minimaal 24 vakantiedagen. In de praktijk gaat het vaak om meer dagen. Pas als een werknemer meer dan zes maanden in dienst is mag hij een aaneengesloten vakantie opnemen. Daarvoor kan alleen een vakantiedag per maand worden opgenomen. De bondsrepubliek kent geen wettelijk vastgelegd vakantiegeld. Wel vermeldt vrijwel elke cao een vakantieregeling. Het vakantiegeld beloopt meestal een half maandloon.

Minimumloon

In Duitsland bepaalt het algemene begrip ‘sittliche Lohnuntergrenze’ de ondergrens van het loon. De bondsrepubliek kent geen wettelijk geregeld minimumloon. Het begrip betekent volgens Strick zoveel dat het loon niet zo laag mag zijn dat het ‘immoreel’ is. Een woord met gelijke strekking is in dit geval ook ‘woeker’. Zodra dat aannemelijk kan worden gemaakt doet de rechter een uitspraak. Een ‘veilig’ uurloon bedraagt DM17 bruto. Over het geheel genomen is de werkgever verplicht het loon onder alle omstandigheden door te betalen. Er zijn nauwelijks uitzonderingen te maken, want de rechter beschouwt bijvoorbeeld een afgebrand pand dat het werken onmogelijk maakt tot de normale bedrijfsrisico’s. Raakt de ondernemer in het faillissement, dan is het loon van de werknemers een preferente schuld. Het gaat om de reeds vervallen aanspraken tot maximaal drie maanden voor het faillissement. Provisies die verband houden met niet meer uitgevoerde zaken zijn niet opeisbaar. Wordt het faillissement afgewezen wegens gebrek aan boedel, dan neemt het arbeidsbureau de verantwoording voor de loonbetalingen. Tijdens het faillissement blijven de algemene ontslagregels gelden. De curator kan dus geen personeel ontslaan zonder de wettelijke termijnen in acht te nemen.

Arbeidsongeschikt

Raakt een werknemer arbeidsongeschikt door ziekte die niet door eigen grove nalatigheid ontstond, dan moet de werkgever maximaal zes weken het loon doorbetalen. Daarna neemt het ziekenfonds de verplichtingen over en keert 80 procent van het normale loon uit. De uitbetalingstermijn van de werkgever wordt volgens Strick beperkt wanneer een werknemer bij herhaling wegens dezelfde ziekte verzuimt. Er wordt slechts een tweede keer zes weken loon doorbetaald wanneer de eerste ziekte meer dan zes maanden terug ligt. Bij arbeidsongeschiktheid wordt in beginsel voor onbepaalde tijd ziekengeld betaald. Is de arbeidsongeschiktheid aan dezelfde ziekte te wijten, dan wordt voor maximaal 78 weken (1,5 jaar) in drie jaar overgemaakt. Het ziekenfonds keert de gelden uit tot 80 procent van het (premie)inkomen tot maximaal het nettoloon. Hierop worden nog wel de premies voor de ww en de pensioenverzekering ingehouden.

Premie

Wie door invaliditeit gedeeltelijk arbeidsongeschikt wordt, ontvangt tot aan de 66ste verjaardag een uitkering. In de laatste vijf jaar voor de invaliditeit moet premie zijn afgedragen en zijn voldaan aan de algemene wachttijd van vijf jaar. Perioden waarin geen premie werd afgedragen tellen niet mee zolang het om kwesties als werkloosheid of opleiding na het 16de jaar gaat. Een uitkering wegens volledige of nagenoeg volledige arbeidsongeschiktheid volgt wanneer de verzekerde door ziekte of handicap niet binnen afzienbare tijd een beroep kan uitoefenen. Dat beroep moet dan meer opleveren dan 1/7 van het maandelijkse salaris. Het gaat hier om een bedrag van DM500. Bedrijfsverenigingen voeren de verzekeringen voor ongevallen en beroepsziekten uit. Op grond van het omslagstelsel betalen alleen de werkgevers deze uitkeringen. Elke werknemer is bij wet verzekerd. Wie door een ongeluk arbeidsongeschikt raakt ontvangt 80 procent van het gederfde nettoloon. Er bestaat geen beperking voor de duur. Een werknemer die door een bedrijfsongeval voor minstens 50 procent arbeidsongeschikt raakt en niet meer in het levensonderhoud kan voorzien, kan een pensioenverhoging van 10 procent verwachten. Dat gebeurt wanneer hij geen pensioen ontvangt uit een wettelijke renteverzekering.

De ww-uitkering bedraagt gemiddeld 63 procent van het netto-inkomen. Zij stijgt tot 68 procent wanneer de ontvanger minstens een kind onder de 16 jaar of een schoolgaand kind heeft. De uitkering kan worden gestaakt wanneer aanspraken bestaan op onder meer loondoorbetaling, ziekengeld of invaliditeitspensioen. De uitkering vervalt ook wanneer de werkloze zijn arbeidsovereenkomst verbreekt, verwijtbaar ontslag heeft gekregen of een baan van het arbeidsbureau weigerde. De blokkeertijd beloopt bij verlies van de arbeidsplaats in beginsel twaalf weken en in andere gevallen acht weken. Bestaat er weer aanleiding de blokkeertijd in te voeren, dan verliest de werkloze de aanspraak op een uitkering volledig. In dat geval treedt de werklozensteun in werking. Dat gebeurt echter alleen zodra in het jaar voor het kwijtraken van de baan minstens een dag werkloosheidsuitkering is ontvangen en tenminste 150 kalenderdagen in loondienst zijn doorgebracht. De te eis vervalt als in het voorafgaande jaar minimaal 240 kalenderdagen wegens ziekte of arbeidsongeschiktheid uitkeringen zijn ontvangen die op dit moment niet meer worden overgemaakt.

Reageer op dit artikel