nieuws

Convenant opent weg naar de ‘eeuw van de zon’

bouwbreed

Het convenant dat het ministerie van Economische Zaken gisteren heeft gesloten met energiebedrijven, industrie en bouwbedrijven moet de weg openen naar een grootschalige toepassing van fotovoltaische zonne-energie in de volgende eeuw. Deze is door de Nederlandse Onderneming voor Energie en Milieu (Novem) immers uitgeroepen tot ‘eeuw van de zon’, waarin zonne-energie concurrerend moet zijn met andere energiebronnen. In 2000 moet volgens de afspraken in het convenant het aandeel van zonne-energie in de gebouwde omgeving meer dan vertienvoudigd zijn.

Om de introductie van fotovoltaische zonne-energie verder van de grond te krijgen, heeft EZ, evenals enkele jaren geleden bij de zonneboiler, zijn toevlucht genomen tot een convenant. Zes energiedistributiebedrijven (Edon, Eneco, Energie Delfland, ENW, Nuon en Remu, samen goed voor 60 procent van de elektriciteitsmarkt), vier bouwbedrijven (Bouwfonds Woningbouw, Mabon, Sunergy en Thomasson Dura), de enige Nederlandse fabrikant van zonnepanelen (Shell Solar Energy) en het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) waren gisteren medeondertekenaars.

Ook EnergieNed heeft het convenant ondertekend met als doel andere energiedistributiebedrijven eveneens zo ver te krijgen dat ze meedoen.

Volgens de afspraken in het convenant moet tot het jaar 2000 naast de nu reeds aanwezige 6000 m2 nog 77.000 m2 zonnepaneel worden geplaatst. Dat betekent dat het huidige aantal van 250 woningen en gebouwen dat in de elektriciteitsbehoefte voorzien door zonnestroom, moet oplopen tot ten minste 3000 in het jaar 2000. Daarbij wordt uitgegaan van grote zonnedaken. Bij toepassing van kleinere zonnesystemen kan het aantal woningen dat voor een deel zonnestroom ontvangt oplopen tot meer dan 10.000.

Voor de langere termijn reiken de doelstellingen van EZ nog veel verder: 1 miljoen m2 in 2007, 2,5 miljoen in 2010 en 14 miljoen in 2020. Dat laatste komt overeen met een zonnestroomcentrale op het dak van meer dan 550.000 woningen. Tien procent van de energiebehoefte komt dan uit duurzame bronnen.

Prijsdaling nodig

De prijs van zonnepanelen bedraagt nu gemiddeld ongeveer f. 1600 per m2. Dat komt neer op een investering van f. 40.000 per woning. Met een oppervlakte van 25 m2 kan een gemiddeld huishouden namelijk in zijn eigen elektriciteitsbehoefte voorzien. Dat betekent dat er nog een flinke prijsdaling nodig is, voordat zonnestroom ook economisch een interessante optie is.

In 2005 rendabel

Novem heeft uitgerekend dat de prijs van zonnepanelen nog moet zakken naar ongeveer f. 250 per m2, wil een bewoner even duur uit zijn als met de stroom die hij nu uit het stopcontact haalt. Voor poontwikkelaars en woningbouwverenigingen is het break-even-point al eerder bereikt, als rekening wordt gehouden met het feit dat zonnepanelen andere bouwmaterialen (dakbedekking, gevelbekleding) vervangen en als de bijdrage aan de energieprestatienorm in aanmerking wordt genomen. Zo’n f. 500 per m2 zou dan al voldoende zijn om zonnestroom rendabel te maken. Volgens de scenario’s die door Novem zijn opgesteld is het in 2005 zover.

De ondertekenaars van het convenant hebben op zich genomen te werken aan een verdere prijsreductie. Shell Solar Energy en ECN door een verdere ontwikkeling van de technologie, de energie- en bouwbedrijven door het garanderen van een markt voor de systemen.

Het ministerie van Economische Zaken heeft voor de periode tot en met 2000 jaarlijks f. 33 miljoen beschikbaar gesteld voor onderzoek en marktintroductie van zonne-energiesystemen.

Reageer op dit artikel