nieuws

Afrekening met een tijdperk

bouwbreed Premium

Met chirurgische precisie wordt van de Rotterdamse bibliotheek de hoek Binnenrotte/Hoogstraat afgezaagd. Sommigen laten zich voor hun verjaardag een nieuwe neus aanmeten, dit gebouw krijgt voor zijn vijfentwintigste verjaardag een nieuwe hoek. Plastische chirurgie die het failliet van een tijdperk moet verhullen.

De bibliotheek was het resultaat van een prijsvraag. Een titanengevecht tussen Bakema en Weeber, met een omstreden jury en verhitte discussies. Inzet toen – we schrijven 1977 – was het afrekenen met het tijdperk van kneuterigheid. De keuze ging tussen architectuur of kneuterigheid, of nog simpeler gezegd: architectuur of geen architectuur.

Bakema en diens paladijn Boot hadden geen gebouw maar een compleet environment getekend. Allemaal knusse zithoekjes met boekenkasten als terloops strooiwerk ertussenin. Een duidelijke voordeur was er niet, de zithoekjes liepen bij wijze van spreken zo het gebouw uit de stad in. Ja, dat binnen en buiten onmerkbaar in elkaar over zouden lopen, en de hele stad een aaneenschakeling zou zijn van knusse hoekjes, dat was het grote streven van dat tijdperk dat toen ten einde liep. Dus zat de tijdschriftenzaal niet in het gebouw maar was een vooruitgeschoven kiosk op de hoek Binnenrotte/Hoogstraat. Tussen kiosk en gebouw liep een duistere passage. Daarin bevonden zich de entrees.

Weeber had een heel wat simpeler ontwerp, dat grotendeels de rooilijnen volgde. Hard en gevoelloos werd het door tegenstanders genoemd; krachtig en helder door de voorstanders. Het gebouw bestond uit lange wanden, evenwijdig aan de rooilijn, en daartussen eindeloze reeksen boekenkasten in marsorde opgesteld. In de binnenwanden en gevels waren reusachtige cirkels uitgesneden, die nu niet zouden misstaan bij het cirkelvormige dak van station Blaak.

Bakema won.

Toen het gebouw in 1983 werd geopend was het eigenlijk al ouderwets. De huizenmarkt was ingestort, de hypotheekrente torenhoog, dus met dure kneuterigheid was het voorlopig afgelopen.

In de bibliotheek waren de boeken moeilijk te vinden in die schots en scheve boekenkasten. Van het onmerkbaar in elkaar overlopen van binnen en buiten kwam weinig terecht want al gauw moest een stevig geuniformeerde bewaker postvatten bij de onoverzichtelijke entree. De vooruitgeschoven kiosk met tijdschriften en kranten werd een geliefd honk van junks en andere roesuitslapers.

Ook het alvast getekende woud van kriskras verspringende gebouwtjes op het trace van de spoortunnel is er niet gekomen. Er is integendeel, naar de te mode, een geheel en al lege, onmetelijke vlakte gemaakt in diverse tinten grijs.

De bibliotheek is het concrete bewijs dat architectuur niet voor gezelligheid kan zorgen, zoals de hypothese van de kneuterigheid veronderstelde. Dat moeten mensen zelf doen.

Bakema’s overwinning is een

Pyrrhus-overwinning geweest. De plastische chirurgie aan de entree treft het gebouw op precies dat punt waar de hele ideologie om draaide, de onmerkbare overgang tussen binnen en buiten. Dat wordt nu ‘hard en gevoelloos’ als in Weebers ontwerp: gewoon een deur.

Weemoed overheerst op dit historische moment. Het is niet alleen de definitieve afrekening met een al langer geleden afgelopen tijdperk van kneuterigheid, er is ook weer een illusie verloren. De wereld is niet gezellig.

Reageer op dit artikel