nieuws

Zonne-energie wordt te weinig groen gefinancierd

bouwbreed Premium

De regeling Groen Beleggen wordt nog weinig voor poen met zonne-energie gebruikt. Voor kleine poen is de regeling nauwelijks te gebruiken. Grote poen en verhuurpoen voor zonneboilers ke er wel degelijk goed gebruik van maken. Met de Energie Investerings Aftrek (EIA) en de Vamil kan het bedrag hoger uitvallen dan dat van de huidige subsidieregelingen. De Novem verwacht dat door de toepassing van deze regelingen meer zonne-energiepoen tot uitvoering ke komen.

Inleggen in groenfondsen is volgens B. Krouwel van de Rabobank Utrecht tegenwoordig mede door de aantrekkelijke opbrengst uitermate populair. Op een bijeenkomst in Utrecht van de Novem legde hij uit dat er evenwel nog te weinig poen zijn, temeer omdat de ambtelijke afhandeling nogal wat tijd in beslag neemt.

Momenteel beheren vijf banken zeven groenfondsen. De gelden komen onder meer beschikbaar voor de clusters natuurbouw, alternatieve energie en sinds 1 november vorig jaar ook voor duurzame bouw. Elk po moet kredietwaardig zijn; de fondsen mijden elk risico. In de voorwaarden staat dat elk po ‘enig rendement’ moet hebben maar niet zoveel winst mag opleveren dat het ook zonder steun kan worden gerealiseerd. Die omschrijving is echter voor meerdere uitleg vatbaar zodat tijdens de besprekingen ‘enig probleem’ kan ontstaan.

Belasting

Groen beleggen of groene financiering is een vorm van sparen en beleggen voor particulieren en bedrijven waarvan de rente en het dividend zijn vrijgesteld van inkomstenbelasting. De gelden staan volgens Krouwel open voor poen van minimaal f. 50.000. Iedereen die een ‘groen’ plan wil uitvoeren kan daarvoor een laagrentende lening aanvragen. De bank of het groenfonds moeten vooraf een groenverklaring aanvragen. Deze geldt voor maximaal tien jaar. In het geval van energiepoen beoordeelt de Novem namens VROM de aanvraag. De regeling is te combineren met de EIA en de Vamil-regeling en in combinatie met subsidies van de overheid en het energiebedrijf. In de praktijk kan mede daardoor de financieringsrente 1 tot 2 procent lager uitvallen. Vooralsnog vragen groenfondsen per concreet po een verklaring aan. Te overwegen valt of de fondsen mettertijd op een goedgekeurd po ke bieden.

Zonne-energie

In het geval van zonne-energie zet de groene financiering volgens P. de Bree van Energie Delfland nog weinig zoden aan de dijk. Het zijn vooral corporaties, ontwikkelaars en bouwers die bepalen of de bijbehorende technieken worden toegepast. De uiteindelijke gebruiker heeft nagenoeg geen invloed op deze beslissing en krijgt ook weinig zeggenschap over de keuze van de voorzieningen.

Een energiebedrijf kan iets meer gewicht in de schaal leggen en voorstellen doen voor bijvoorbeeld een grootschaliger installatie van zonneboilers. In het verlengde daarvan ligt een lagere prijs die weer de belangstelling van de markt vergroot.

De producent kan vervolgens maatregelen treffen die tot productieverbetering leiden, vergroting van het rendement en verlaging van de kostprijs. Zonne-energie blijft dan niet langer een incidenteel experiment maar krijgt een structureel karakter.

Terugverdienen

Wanneer dat alles eenmaal in gang is gezet kan zonne-energie beter concurreren met de normale energielevering. De Vinexlocaties bieden volgens De Bree mogelijkheden om die gedachte verder uit te werken. Te denken valt dan ook aan een combinatie met een warmtenet. Woningkopers tonen weinig weerstand tegen zonne-installaties. In een niet nader omschreven po van 60 woningen voorzag Delfland 18 woningen van pv-cellen. De desbetreffende kopers betaalde f. 6300 voor de installatie. De cellen verdienen zich door middel van een lagere energierekening terug. De energie uit de cellen komt de bewoners ten goede. Een eventueel overschot koopt Delfland tegen een bescheiden vergoeding in. De ‘zonnewoningen’ bleken als eerste uitverkocht. Zo’n 70 procent van de kopers liet weten dat de zonne-installatie de doorslag voor de koop gaf.

Actieve stimulering

Terugverdientijden van vijftien jaar en meer beperken de toepassing van grote systemen voor zonne-energie. Wanneer de rijkssubsidie in 1998 vervalt wil de overheid met nieuwe fiscale instrumenten de toepassing van thermische zonne-energie verder steunen. Te denken valt aan de fiscale groenregeling.

Energiedistributiebedrijven ke hier ene belangrijke rol spelen. Ze onderhouden contacten met de afnemers, weten rekeningen te incasseren en ke zeer goedkoop geld lenen uit een groenfonds. Groenfondsen lenen energiebedrijven tegen rente die tot 2 procent onder het staatstarief (obligatierente van de Nederlandse Staat) ligt. Tot op heden is voor geen enkel thermisch zonne-energiesysteem groene financiering aangevraagd. Aanpassing van de regeling en de ontwikkeling van aanvullende stimulerende instrumenten zijn dus nodig. Ook is voorlopig nog een actieve stimulering van de overheid nodig om de markt voor grote zonne-energiesystemen te ontwikkelen. EnergieNed kan duurzame energie en groene financiering opnemen in het energiebesparingsfonds voor de zakelijke markt. Met overheden, koepels en energiebedrijven moet worden overlegt over de garantstelling bij investeringen in thermische zonne-energie. Te denken valt ook aan het initiatief voor wijzigingsvoorstellen waarmee VROM de huidige fiscale instrumenten kan aanpassen. De groenfondsen moeten op hun beurt hun producten beter afstemmen op de financiering van thermische zonne-energie. Andere instellingen ke de fondsen helpen geschikte poen te verwerven.

Reageer op dit artikel