nieuws

Wat is er voor experimenteels aan een inkomenswijk?

bouwbreed Premium

In de artikelen over de geruchtmakende DHV AIB-studie ‘Sociale woningbouw: wat mag het kosten?’ ontbreekt nou net de zin die een direct antwoord geeft op de titelvraag: “Het is prachtig, maar het kost dan ook een paar centen”. Een opmerking van een medewerker aan een Amsterdams woningbouwpo die voor het onderzoek is geinterviewd.

De zin verwoordt precies het probleem waarmee de hoofdstad worstelt: de kosten zijn ondergeschikt gemaakt aan de kwaliteit van de woningbouw. Er klinkt in door dat de hoge kosten graag voor lief worden genomen, mits er iets moois wordt gebouwd.

Het gaat waarschijnlijk nog verder: alles wordt voor lief genomen als we achteraf maar ke zeggen dat het de moeite waard was. Het verklaart waarom er zo verwonderd op de publicaties wordt gereageerd. “Hoezo verstoorde verhoudingen? Kunnen gemeenten en corporaties niet meer door een deur? Wij?”

Natuurlijk is het waar wat er in het DHV-rapport staat. Natuurlijk liggen corporaties, gemeenten, aannemers en architecten met elkaar in de clinch. Wat DHV er niet bij schrijft, is dat de betrokkenen vertrouwd zijn met stevige omgangsvormen. En dat een mooi po als het eenmaal klaar is alle ellende vergoedt. Voor een mooi po zijn de partijen tot heel veel bereid. Architecten slijpen opgewekt een verse punt aan hun potlood voor weer een onbetaalde prijsvraag. Aannemers laten zich hulpeloos tegen elkaar uit spelen. De nijd over een gemiste klus zit zo diep dat zij – naar analogie van het prisoners dilemma – liever geld op een karwei toeleggen dan een concurrent er een stuiver aan laten verdienen. Allemaal heel normaal. Behalve als het op papier staat. En er een direct verband wordt gelegd met de sterk gestegen stichtingskosten.

“Eenzijdig en overdreven”, zegt Martien Maten van de Stedelijke Woningdienst over de DHV-rapportage. En: “We hebben er nooit geheimzinnig over gedaan.” Ten bewijze stuurt Maten een verslag toe van de aan de studie gewijde bijeenkomst uit het periodiek ‘De Amsterdamse VH-Krant’. Niks te verbergen, maar ook niks te melden. Geen woord in het verslag over de perikelen waar de DHV-onderzoekers Van der Veek en Dreimuller uitvoerig melding van maken. In plaats daarvan verhullende woorden als ‘factoren’, ‘overgangsfase’, ‘aanknopingspunten’ en ‘noodzaak kostenbewaking’.

Het is de verdienste van Van der Veek en Dreimuller dat zij zonder omhaal van woorden schrijven waar het op staat: “De grondprijs lijkt autonoom te worden vastgesteld met als enige doel winstmaximalisatie. De hoge grondprijs gecombineerd met het streven van alle partijen een kwalitatief hoogstaand product op te leveren, zet de planontwikkeling zwaar onder druk.”

Oftewel de overheid als zakkenvuller en als structurele stressfactor. “Onder de zware druk hebben de onderlinge verhoudingen zeker geleden, hetgeen het vinden van oplossingen niet ten goede komt”, stellen de DHV-onderzoekers.

De Stedelijke Woningdienst kan het rapport terzijde schuiven. In een diepe la opbergen. En het werk aan de markt overlaten. Het is niet zo moeilijk aan de hand van de bevindingen van DHV te voorspellen wat er dan gaat gebeuren. Wanneer de combinatie van koop en sociale huur betekent dat de stichtingskosten van de sociale huurwoningen relatief hoog uitvallen, zoals DHV constateert, dan bouwen we toch weer gewoon aparte woonwijken voor mensen met een hoog en met een laag inkomen?

Het hemd is nader dan de rok. De door de Stedelijke Woondienst en de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties ingestelde Werkgroep stichtingskosten doet de aanbeveling in de Akerpolder honderd goedkopere ‘een beetje minder mooie’ huizen te bouwen. Het bedrieglijke is dat dit een ‘experiment’ wordt genoemd. Er is niks experimenteels aan het aloude concept van de inkomenswijk.

Het woord is aan de politiek. Sociale woningbouw: wat mag het kosten?

Reageer op dit artikel