nieuws

Cao-onderhandelingen schilders beloven ‘heet’ te worden

bouwbreed Premium

De onderhandelingen over een nieuwe cao voor het Schilders-, Afwerkings- en Glaszetbedrijf beloven behoorlijk ‘heet’ te worden. Tussen de voorstellen van werkgevers en werknemers zit zoveel licht dat het een heksentoer zal worden om aanvaardbare compromissen te bereiken.

Voor de werkgevers verenigd in de FOSAG wordt het credo voor de komende onderhandelingen ‘oud voor nieuw’. Daarmee wordt bedoeld dat verbeteringen in de cao slechts ke worden overeengekomen als op andere punten tot een versobering wordt gekomen. In zijn algemeenheid willen de werkgevers dat de loonkosten slechts stijgen met het percentage van de prijscompensatie.

Daarnaast willen ze een cao afsluiten met een looptijd van 32 maanden, van 1 mei 1997 tot en met 31 december 1999. Daarmee beogen ze over een langere periode zekerheid over de loonkosten. Bovendien willen ze in verband met de administratieve lastendruk nog slechts een keer per jaar aanpassing van de lonen.

De werkgeversonderhandelaars van Hout- en Bouwbond CNV en Bouw- en Houtbond FNV daarentegen willen een cao voor een jaar. Zij willen beide twee keer per jaar prijscompensatie en 0,75% structureel medio dit jaar. Daaraan wordt toegevoegd dat als tijdens de onderhandelingen blijkt dat de werkgevers werknemers willen laten bijdragen aan voorstellen, zij hun looneis zullen verhogen.

De werkgevers willen de vut wijzigen in een pre-pensioen waarbij elke werknemer vanaf 18 jaar premie gaat betalen. Daarbij willen zij handhaving van de beschikbare budgettaire ruimte van 7,75% van het CSV-loon, waarvan 3,5% voor de werkgever en 4,25% voor de werknemer.

Mocht dat percentage onvoldoende zijn voor een adequate ‘zachte landing’ voor ouderen, dan zal de premie uit de bestaande loonkosten moet komen. De pre-pensioenregeling moet in hun ogen gaan gelden vanaf 62 jaar en maximaal 210% zijn.

De werknemers willen de huidige en toekomstige tekorten in het vut-fonds dichten door gebruik van de reserve in het vakantiefonds. De premie zou moeten worden verhoogd met 1,25% waarvan 0,25% voor de werknemers.

Jeugdigen

De werkgevers willen verder de lonen van jeugdigen die nieuw instromen op een lager niveau vaststellen. Werknemers in opleiding zouden het wettelijk minimum (jeugd)loon plus 15% in het eerste jaar en plus 30% in het tweede jaar moeten krijgen. Hiermee willen werkgevers voorkomen dat zij de fiscale faciliteiten voor leerlingen kwijtraken.

Er zijn nog steeds plannen om die te schrappen voor leerlingen die meer dan 130% van het minimumloon verdienen.

Ter compensatie willen de werkgevers leerlingen wel een bonus in het vooruitzicht stellen bij het behalen van het diploma.

Ook willen werkgevers een prikkel inbouwen om de duur van arbeidsongeschiktheid te beperken. Daarom stellen zij voor de doorbetalingsplicht van de werkgever te beperken tot 100% van het grondslagloon. Ook zouden er twee wachtdagen moeten komen per ziektegeval.

Bij arbeidsongeschiktheid veroorzaakt door het niet of onjuist gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen (pmb’s) stellen werkgevers voor de loondoorbetaling te beperken tot 70% van het loon.

Daarnaast stellen werkgevers voor sancties in te voeren voor werknemers die de pbm’s niet gebruiken. Die lopen van een berisping de eerste keer via schorsing zonder behoud van loon tot ontslag bij de vierde overtreding.

Daartegenover stellen de werknemers dat als pbm’s ontbreken, de werknemer het recht heeft om het werk met behoud van loon neer te leggen totdat de pbm’s ter beschikking zijn gesteld.

Reageer op dit artikel