nieuws

Bouwbonden verwachten toename schadeclaims

bouwbreed Premium

De bouwbonden van FNV en CNV verwachten de komende jaren een toename van schadeclaims van werknemers, die door het werken met schadelijke stoffen ernstige gezondheidsklachten hebben opgelopen. Werkgevers doen er verstandig aan maatregelen te treffen om blootstelling aan gevaarlijke stoffen uit te bannen. Dit stellen de bonden in reactie op de uitspraak die het Haags gerechtshof onlangs deed in de zaak ‘De Schelde’.

Eerder deze week stelde het Haagse gerechtshof dat scheepswerf ‘De Schelde’ aansprakelijk is voor de schade die een werknemer heeft geleden als gevolg van ziekte na het werken met asbest. Volgens het hof had de werkgever vanaf 1949 moeten weten dat asbest gevaarlijk spul is een derhalve verplicht was de werknemer te beschermen tegen blootstelling eraan.

Helemaal nieuw is die stellingname overigens niet. De Hoge Raad bepaalde immers in 1993 al dat niet werknemers moesten bewijzen dat de werkgever nalatig was geweest, maar dat juist de werkgever moest aantonen alles te hebben gedaan om blootstelling aan het kankerverwekkende asbest te voorkomen.

Perspectief

Die omgekeerde bewijslast biedt volgens bestuurder R. Scheper (Hout- en Bouwbond CNV) en arbo-beleidsmedewerker W. Eshuis (Hout- en Bouwbond FNV) perspectief. En wel voor elke werknemer, die ziek is geworden doordat hij zonder bescherming met gevaarlijke materialen heeft moeten werken. “Neem de mensen die lijden aan het Organo Psycho Syndroom (OPS) als gevolg van blootstelling aan oplosmiddelen houdende produkten. Uit een studie van de Universiteit van Amsterdam, twee jaar geleden uitgevoerd, blijkt dat werkgevers al vanaf 1961 ke weten dat organische oplosmiddelen schadelijk zijn voor de gezondheid. Vanaf dat moment hadden werkgevers maatregelen moeten nemen. Hebben ze dat niet gedaan, dan ke ze door werknemers worden aangesproken”, aldus Eshuis.

Volgens hem loopt er inmiddels “een behoorlijk aantal schadeprocedures van OPS- slachtoffers”. Veel ruchtbaarheid wordt daar meestal niet aan gegeven. Dat is verklaarbaar: “Veel werkgevers gaan over tot het treffen van een schikking. Niet alleen om van het gezeur af te zijn, maar vooral om negatieve publiciteit te voorkomen”.

Toename

Eshuis verwacht een toename van schadeclaims. Zeker nu bekend is dat werkgevers zich niet langer ke beroepen op gebrek aan kennis over de schadelijkheid van asbest en oplosmiddelen.

Scheper sluit zich daarbij aan. Ook zijn bond voert momenteel “een aantal procedures tegen werkgevers”. Het betreft vier OPS-zaken en evenveel asbestgevallen.

“Het zijn schadeclaims die volgens ons kans van slagen hebben. Want je moet er wel van overtuigd zijn dat je de verwijtbaarheid hard kunt maken. Je moet echt het oorzakelijk verband met werken met gevaarlijke stoffen bliksems goed ke aantonen. Wij denken dat dit nu het geval is”, verklaart hij.

Zowel Scheper als Eshuis geeft de voorkeur aan preventief beleid boven schadevergoedingsprocessen. “We moeten er alles aan doen om werknemers te beschermen tegen blootstelling aan (hoge concentraties) oplosmiddelen. Bijvoorbeeld door toepassing van oplosmiddelarme producten en gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen”, constateert Scheper.

Eshuis is nog iets feller: “Het is tijd voor de werkgevers om te kiezen. Nu ke ze dat nog. Ze ke niet meer aankomen met het verhaal dat ze niets wisten van de schadelijkheid van asbest en oplosmiddelen.”

Geen excuus

Hij beklemtoont dat er in de schildersbranche “nu toch echt wel voldoende kwalitatief goede alternatieve producten zijn”. Kwaliteit hoeft volgens hem dan ook geen excuus meer te zijn om oplosmiddelen arme verven, lijmen en kitten toe te passen.

Maar Leon Knops van schilderswerkgeversorganisatie FOSAG bestrijdt dat. “De opdrachtgever wil een kwaliteitsgarantie. Maar de verfindustrie kan met oplosmiddelarme producten die kwaliteitsgarantie geven”, verklaart hij.

Knops vindt het op een lijn stellen van asbest en oplosmiddelen niet correct: “Van asbest is bekend dat een vezeltje al fataal kan zijn. Maar je moet echt heel lang blootgesteld zijn aan hoge concentraties oplosmiddelen om mogelijke gezondheidsrisico’s te lopen. Maar dan moet je als werknemer ook nog eens geen gebruik maken van de persoonlijke beschermingsmiddelen die de werkgever ter beschikking stelt”.

Bijval

Op dat laatste punt krijgt hij bijval van Scheper. “Niet alleen werkgevers lichten wel eens de hand met de arbo-regels. ook werknemers doen dat”, vindt hij.

Knops wil best toe naar ‘alternatieve producten’. Maar dan moet de overheid wel voor flankerend beleid zorgen. “Kijk, wat is het nut om als werkgevers te gaan werken met vrijwel uitsluitend oplosmiddelarme producten, als de werknemer vervolgens ’s avonds en in het weekeinde gaat klussen met oplosmiddelen houdende materialen? Dan moeten die producten ook niet meer om de hoek in de doe-het-zelf-winkels ke worden gekocht. Die producten moeten uit de schappen”, betoogt hij.

Bovendien zou de overheid het toepassen van ‘gezondere alternatieven’ ke stimuleren door op die producten het lage BTW-tarief van toepassing te verklaren. Dan worden ze concurrerend in prijs.

Eshuis moet daar smakelijk om lachen. ‘Het Bedrijfschap schilders heeft twee jaar geleden in een open brief aan toenmalig minister Alders van VROM nota bene opgeroepen om die alternatieven geen milieukeur te geven en ook niet onder het lage BTW-tarief te brengen. Dat zou het namelijk voor de consument te aantrekkelijk worden om zelf te gaan schilderen. En dat vond het Bedrijfschap niet in het belang van het milieu en de werkgelegenheid’, reageert hij.

Volgens hem “wekken de werkgevers niet bepaald de indruk een fatsoenlijk aanpak van de oplosmiddelenproblematiek na te streven. Als de FOSAG nu opeens pleit voor het lage BTW-tarief, daag ik de werkgevers uit actie daarvoor te voeren. Wij willen best samen bij EZ en VROM voor de deur gaan liggen.”

Voor steeds meer

beroepsziekten aansprakelijk

Werkgevers worden voor steeds meer beroepsziekten aansprakelijk gesteld, wanneer ze geen afdoende maatregelen hebben genomen om werknemers tegen mogelijke gezondheidsrisico’s te beschermen.

Na asbest en oplosmiddelen is nu ook beeldschermwerk een veroorzaker van een beroepsziekte, te weten Repetitive Strain Injury (RSI). Volgens Frank Nijman van het Nederlands Instituut voor Arbeidsomstandigheden (NIA/ TNO) moeten ook bij RSI de werkgevers aantonen dat het niet aan hen ligt dat werknemers ziek zijn geworden.

“Dat is de overeenkomst met de asbestzaak. Ook van beeldschermwerk is bekend wat de risico’s zijn en wat eraan gedaan kan worden”, meent Nijman.

Overigens komt er voor asbestslachtoffers wellicht een steunfonds, waarop ze een beroep ke doen. Het fonds zou gevoed moeten worden door overheid, verzekeraars en werkgevers. Binnenkort krijgt staatssecretaris De Grave daartoe een advies.

Reageer op dit artikel