nieuws

Bakeliet als bekijks

bouwbreed Premium

Veel wegwerpartikelen gaan langer mee dan je denkt. Dat geldt zeker voor de bakelieten gebruiksvoorwerpen die vanaf 1910 onze consumptiemaatschappij vorm gaven en nu als collectors items een tweede leven leiden. Constructieve eisen bepaalden in die beginjaren de vormgeving van de elektrische apparaten. Pas eind jaren ’30 gingen ontwerpers van naam serieus met bakeliet aan de slag. Evoluon-architect ir. L.C. Kalff was een van de eersten die zich als intermediair tussen constructeur en publiek opwierp. Zijn ‘eitje’ is een van de spraakmakende bakelieten gebruiksvoorwerpen die momenteel zijn te bezichtigen op de tentoonstelling ‘Bakeliet 2000 keer’.

De Belgische wetenschapper Leo Baekeland (1863-1944), de uitvinder van bakeliet, omschreef zijn ontdekking zelf als ‘the material of a thousand uses’. Het eerste plastic dat vanaf 1910 in de meest uiteenlopende verschijningsvormen de fabriek verliet is een schaars goed geworden en populairder dan ooit. Bakeliet dat met name tussen 1925-1950 veelvuldig werd gebruikt heeft zich echter in de loop der tijd weten te ontdoen van het etiket goedkoop. De meest alledaagse gebruiksvoorwerpen zijn nu gewilde verzamelobjecten waarvoor grof geld moet worden neergelegd.

Twee van die verwoede collectioneurs is het echtpaar Becht. Zij wisten een omvangrijke bakeliet-collectie op te bouwen die in menig musea was te bewonderen. Een selectie uit deze prive-verzameling is momenteel te zien in de Beurs van Berlage in Amsterdam.

Bakeliet, in Van Dale omschreven als harde kunsthars, zou daadwerkelijke een ander licht op het alledaagse leven werpen vanwege haar vele toepassingsmogelijkheden. Door haar goed isolerende eigenschap leende het eerste synthetische plastic zich bij uitstek om stroomverbindingen op een veilige manier tot stand te brengen. De elektrische industrie deed er dan ook als eerste haar voordeel mee.

In rap tempo kwam begin deze eeuw de massaproductie van stekkers, fittingen, stopcontacten, contactdozen en schakelaars op gang. Miljoenen exemplaren werden vanaf de beginjaren ’20 door de bakelietfabriek uitgespuwd. Een van de vitrines waarover de Becht-attributen in de Beurs zijn verdeeld bevat een bonte verzameling van dergelijke ‘lichtverschaffers’ die slechts op kleine details van elkaar verschillen. Zo bij elkaar achter glas uitgestald vormen ze op zich al een piece of art. ‘Schakelen en contact maken’ is een van de twintig thema’s die duidelijk maken dat bakeliet een nieuw tijdperk inluidde.

Veiligheid

Tot de uitvinding van bakeliet in 1907 was het gebruik van elektriciteit maar een hachelijke onderneming. Materialen als porselein, messing of micaniet werden tot dan toe – bij gebrek aan beter – gebruikt en niet altijd met gunstige afloop. Het is dan ook niet verwonderlijk dat in 1927 de KEMA het leven zag om zich met de controle en keuring van elektrische materialen en apparaten bezig te houden. Mede door de aanscherping van de veiligheidsvoorschriften nam het gebruik van bakeliet een hoge vlucht.

In ons land was het Philips dat dankbaar inhaakte op deze ontwikkeling. De lichtproducent had vanaf 1923 een eigen bakelietfabriek en produceerde daar onder andere in grote getale Philite-veiligheidsfittingen die aan de gestelde eisen voldeden.

Bakeliet was niet alleen hittebestendig – het kon tegen een temperatuur van 100 graden oplopend tot 180 graden – maar daarnaast goed bestand tegen vocht, sterk en bovendien zuurbestendig. Daarbij was het licht zodat het zich uitstekend leende als trommeldeksel bij stofzuigers, handvat van een scheerapparaat of voet van een ventilator. Alleen als serviesgoed functioneerde het niet naar behoren omdat een warme vloeistof of maaltijd een vreemde lucht achterliet.

De tentoonstelling omvat de meest uiteenlopende voorwerpen die alle gekenmerkt worden door die karakteristieke (afge)ronde vorm, die inherent was aan het productieproces; alleen zo kwamen ze het gaafst uit de mal. Hun matte of glanzende uiterlijk werd verkregen door aan het fenolhars houtvezels of cellulosevezels toe te voegen. Het van oudsher zwart/bruine plastic kreeg vanaf 1924 een vrolijkere uitstraling door het gebruik van kleurstoffen. Of ook deze kleurrijke creaties als bakeliet mogen worden aangeduid bestaat onder de kenners verschil van mening.

Bij de meeste elektrische toepassingen werd de uiteindelijke vorm bepaald door de constructieve eisen die aan een apparaat werden gesteld. Bruikbaarheid en functionaliteit waren van het grootste belang; het esthetische aspect was slechts bijzaak. Daarin kwam pas verandering in de jaren ’30 toen ontwerpers zich intensief met bakeliet begonnen bezig te houden.

‘Gekalfft’

Een van de eerste industriele vormgevers die de constructieve eisen in een voor het grote publiek aantrekkelijk product wist te transformeren was ir. L.C. Kalff. De architect van onder andere het Evoluon was een van de eerste ontwerpers die zich ten doel stelde om het ‘ethisch bewustzijn’ onder het publiek te vergroten. Vanaf de jaren ’20 was hij veertig jaar lang de drijvende motor achter de Philips-vormgeving.

Kalff benadrukte het belang van een aantrekkelijk omhulsel en verweet de constructeurs dat ze te technisch bezig waren. “Ze gaan meestal van het standpunt uit dat het product goed is als het goed functioneert. Dan is hun deel van de taak eraan gedaan; het ding moet dan maar eens naar de heer Kalff om ‘gekalfft’ te worden.”

Het ‘eitje’, een ‘aerodynamisch’ versie van een elektrische scheerapparaat, is een van zijn creaties waarmee hij furore maakte. Deze destijds vooruitstrevende stroomlijnstijl die in de jaren ’30 en ’40 immens populair was in Amerika, had evenwel ook zijn nadelige kanten voor met name de gebruiker. Een sneller ogend omhulsel wekte bij de consument de indruk dat een elektrisch apparaat ook technisch gezien zou zijn vernieuwd, iets wat niet per definitie het geval hoefde te zijn maar moeilijk was te controleren.

Philips zou zich mede door de brede vormgevingsvisie van Kalff al snel van haar concurrenten onderscheiden door haar ‘voor ieder wat wils-assortiment’. Het brede scala geluid- en beeldapparatuur in de kast ‘horen, zien en zwijgen’ zijn hiervan tastbare bewijzen. Levend beeldmateriaal is afkomstig van Joris Ivens. Hij nam in 1931 een kijkje in de Philips-keuken en legde het arbeidsintensieve fabricageproces van een Philips-radio op de gevoelige film vast.

Overigens maakten niet alleen producenten optimaal gebruik van het zwarte plastic. Wie zijn radioapparatuur liever zelf wilde wegwerken kon in de doe-het-zelfwinkel bakelieten platen en staven aanschaffen. Bakeliet was makkelijk te bewerken; het liet zich makkelijk zagen en boren en trok bovendien niet krom.

Comeback

De meeste bakelieten creaties bleven echter anoniem massagoed. Door de relatief goedkope vervaardiging baande het zich niet alleen een weg in alle uithoeken van het huis maar drong ook op grote schaal het kantoor binnen. Waar zijn ze gebleven, de inktpotten, kroontjespennen, potloodslijpers, pennenhouders, calendaria en minder makkelijk te verslepen telmachines? Alleen de inklapbare bureaulamp ‘Jumo’ maakte daadwerkelijk een come-back; de lamp van Franse origine werd een aantal jaren geleden weer in productie genomen. Centimeters, schroevendraaiers, elektrische boren en tal van meetapparatuur kwamen binnen handbereik van bouwers en klussers.

Zeldzamer zijn de sport- en spelattributen als een bridgeklok, een bewaarkast voor bakelieten biljartballen of schaaltjes voor golfballen. Ze tonen aan dat bakeliet ook in de betere kringen haar weg vond.

Ook de Beurs is niet aan het bakeliettijdperk ontkomen. In het uit begin deze eeuw daterende complex werden bakelieten objecten als schakelaars, telefoontoestellen en toiletbrillen aangetroffen die in de laatste vitrine zijn te bewonderen. Wie daarna nog niet is uitgekeken kan nog zijn gang maken naar de klokkentoren van het architectuurinstituut en het kijkgenot afsluiten met een oneindige blik op Amsterdam.

De tentoonstelling “Bakeliet 2000 keer, van gebruiksvoorwerp tot verzamelobject” is nog t/m 9 februari te zien in de Beurs van Berlage, Damrak 243 in Amsterdam. Dagelijks geopend van 11.00-17.00 uur. Op zondag wordt er (gratis) erwtensoep geschonken op de toren. Toegang: f. 12,50. De Engelstalige catalogus ‘Bakelite, the material of a thousand uses’ kost f. 55.

Reageer op dit artikel