nieuws

Cobouw-rondetafelgesprek

bouwbreed

Het Cobouw-rondetafelgesprek ging over de gevolgen van de ontwikkeling van de informatietechnologie op de bouw.

Op deze pagina een collage van de uitspraken van de acht deelnemers aan het gesprek.

P. Vrolijk:

Coordinator Axis, namens de BNA

De regelgeving

“Een constructeur kan nog niet een kolom in een gebouw verschuiven en meteen in het productmodel de constructieve consequenties laten zien. Zover zijn wij nog niet, maar over vier jaar misschien wel.

Wil je van die technieken gebruik maken, dan zul je er ook bepaalde protocollen voor moeten ontwikkelen. Wij ke dat model nu nog niet aan een aannemer geven, omdat ons risico nog niet gedekt is. Stel dat er een tekenfoutje in het productmodel zit. Dan krijgen wij een claim van een paar miljoen aan onze broek, terwijl ons honorarium misschien maar een paar ton is.

Ik had het over regelgeving. Misschien moet ik meer over protocollen spreken. Je moet iets met elkaar regelen. Je zult je tekenmethodiek moeten aanpassen aan hetgeen technisch mogelijk is. In de structuur van de Nederlandse bouwwereld zitten nog een paar hobbels die de techniek op dit ogenblik tegenhouden. Als wij die hobbels ke weghalen door protocollen, kun je de techniek ruim baan geven.

Dan kun je ook kijken wat er gaat gebeuren als je met een rudimentaire vorm van een productmodel naar de aannemer gaat.”

J.van der Helm

Voorzitter Stabu

De toekomst

“Ik meen dat het toch geen tien jaar meer duurt voordat je door hightech, bij 1:1-contracten, elektronisch wordt ondersteund. Over tien jaar houd je je bezig met de integrale beheersing van het bouwproces en van de bouwcommunicatie. De informatietechnologie breekt door. Het is een stuwdam die op springen staat. De mens, waar ik mij eerst zo’n zorgen over maakte, groeit mee.

Het gevolg is dat de bouworganisatie, de bouwcommunicatie in een ander perspectief komt te staan. Ik zeg niet dat de handel of de traditionele architect verdwijnt, maar zij zullen wel andere waarden gaan toevoegen aan het bouwproces. Stenen blijf je nu eenmaal stapelen. Maar de logistieke processen en de besluitvorming zal volstrekt anders worden georganiseerd. De architect heeft een unieke positie als de man die de creatieve daad stelt. Ik doe ze tekort, dat weet ik, maar ik kom ook uit dat vak dus ik mag dat. De aannemer weet hoe je moet stapelen. De leverancier weet hoe hij een product moet maken. Dat wordt straks gemeengoed. Het is de aannemer die in de creativiteit kan duiken van de architect. Het is de aannemer, de assembleur van het bouwproduct, die in staat is om in de logistiek van de toeleverancier te kijken. Men is in staat om daarover heel snel met elkaar te communiceren. Het zou nog veel aardiger zijn als de consument van het bouwproduct, nog voordat de eerste streep op papier is gezet, zijn specifieke wensen zou kenbaar maken. Dat leidt dan tot een beheerslogistiek proces.”

D. Regenbogen

Directeur Bouwcenter

De bouwmaterialenhandel

“Ik zal zeggen hoe wij onze rol zien. Als wij die niet goed invullen, lopen wij dik het risico dat wij in het traject van toelevering van materialen naar de bouwplaats geen plaats meer hebben of een kleinere plaats. Misschien vinden grote fabrikanten het ook wel gemakkelijk om rechtstreeks te leveren aan grotere poen, met uitsluiting van de handel. Ik geloof niet in het argument dat je de handel nodig hebt voor de financieringsfunctie. Dat is allemaal flauwe kul. Wat wij ke verzekeren kan een ander ook verzekeren. Die centen komen wel binnen, mag ik hopen.

De rol van de handel is er met name in het traject waar wij ons druk over maken, van het midden- en kleinbedrijf. Een heel groot deel van de bouwproductie in Nederland wordt daardoor gerealiseerd. Wij moeten het een breed pakket van materialen aanbieden. Wij hebben dat de bouwsector-formule genoemd.

Om te beginnen komen wij natuurlijk met goede adviezen. Vervolgens komen wij met een breed pakket, zodat de aannemer voor een badding niet naar de houthandel moet en voor het hang- en sluitwerk naar de ijzerhandel, maar een groot deel van de producten die hij voor een klus nodig heeft op een adres kan kopen. Als die vent dan vindt dat hij het niet moet komen halen, vinden wij dat geen enkel probleem. Dan bezorgen wij dat. Er rijden keurig auto’s van Bouwcenter rond. Je moet kennis hebben van je regio. Je moet je klanten goed kennen, vooral in het midden- en kleinbedrijf.

Ik ben ervan overtuigd dat fabrikanten de menselijke maat die wij hebben op veertig of zestig locaties in Nederland waarderen. Als je die toegevoegde waarde kunt leveren, ben ik ervan overtuigd dat er een goede plek blijft voor de handel in bouwmaterialen.

Wat mij betreft gaat de automatisering nu zo snel mogelijk. Ook bij ons begint het lampje te branden. Ik denk dat wij daar in de loop van het volgend jaar, of misschien al eerder, een start mee moeten maken. Ik heb het dan over de datacommunicatie tussen de producent, de distribuerende organisatie en de aangesloten bedrijven.”

J. Esmeijer

Hoofd automatisering ERA

Afwachten

“Het probleem is dat de bouwbedrijven die in de keten zitten, een afwachtende houding aannemen: wat komt er op ons af? Vaak is dat ook wel logisch, omdat zij in die keten het uitvoerend bedrijf zijn.

Zelf ervaren zij alle technieken en nieuwe kreten die op hen afkomen, ook als een probleem. Zij vragen zich af hoe zij die ke inpassen in nieuwe investeringen. Als je aan research en development wilt doen, zal je toch moeten investeren. Voor de bouwplaats houdt dat toch wel automatisering en zonder meer informatisering in. De afwachtende houding is dus een probleem.

Soms nemen deze bedrijven wel het voortouw of zouden ze het voortouw moeten nemen, maar hebben zij daarvoor dan ook de technologische kennis in huis? Ook dat is een stuk van de problematiek. Er zijn namelijk niet alleen grote bouwbedrijven in het veld, maar ook middelgrote bedrijven. Om de keten rond te maken, zullen ook zij moeten investeren.”

M. Wabeke

Directeur HCP-EDIbouw

De cultuur

“Ik meen dat het een cultuurverhaal is en dat het zelfs niet eens zo uniek is voor de bouw. Het lijkt mij vooral iets van het midden- en kleinbedrijf. Dat zijn toch bedrijven die gewend zijn om op korte termijn te denken en die niet geneigd zijn heel sterk te veranderen. Zij kijken vooral intern, naar hun eigen zaken. Wij merken dat zelf ook wel met de introductie van telematicatoepassingen.

Bedrijven bekijken eerst hoe zij intern alles ke optimaliseren. Zij zijn niet geneigd naar de partner aan de andere kant te kijken om te bezien hoe zij samen ke verbeteren. Samen verbeteren en gezamenlijk de klant bedienen, is niet de cultuur die in het midden- en kleinbedrijf zit. Daardoor komt die automatisch niet voor in de bouw en wordt het bedrijf ook niet gedwongen vooruit te lopen. Dan moeten de nieuwe ontwikkelingen wel van de systeemhuizen komen. Het zou beter zijn als die van de bouwpartners zelf kwamen, maar de systeemhuizen moeten het voortouw nemen omdat de bouwpartners dat laten liggen.”

R. Pijpers

Bouwsysteemhuis Kraan en Vereniging Bouwen Nieuwe Stijl

Spreken van dezelfde taal

“Ketenintegratie is een voorwaarde voor het afschaffen van de ‘eilandenautomatisering’. De systeemhuizen voeren de slag door om die eilandenautomatisering af te schaffen, in ieder geval binnen een discipline, in dit geval de uitvoerende discipline. Wij blijven communiceren met de andere disciplines. Met de toeleveranciers gaat dat over het algemeen goed. Die zijn even druk bezig met het maken van plannen als wij. In het voorbereidingstraject hebben wij veel meer moeite. Een goede ontwikkeling is het productmodel. Een andere ontwikkeling op korte termijn is die van workflow-management, gebaseerd op Internet. Door toepassingen als Lotus-Notes wordt de communicatie tussen bedrijven veel en veel gemakkelijker. Dat is wel een communicatie a la de Postbus, maar er worden wel drempels mee weggenomen. Wil je bedrijfsgericht automatiseren, dan communiceer je met andere disciplines. Dan moet je dezelfde taal spreken, want anders kun je niet automatiseren. En daar ontbreekt het op dit moment aan. Wij zouden blij zijn als morgen een norm zou worden afgekondigd voor het communicatieprotocol in de zin van ‘dit is een wand en dit is een dak’, en als elke discipline zo zou werken.”

D. Lahuis

Directeur business centre dak Rockwool

Wie is verantwoordelijk

“Als ik de samenstelling tot nu toe bekijk van deelnemers aan de HCP-EDIbouw, dan blijkt dat dit of automatiseerders zijn of hoofden van binnendienst. Of het zijn de directeuren die op basis van een formele status aan het overleg deelnemen. Maar er zitten weinig toeleveranciers bij die vanuit een functionele betrokkenheid met de informatisering aan EDIbouw hebben deelgenomen.

Je moet maar eens zien wat er gebeurt als alle toeleveranciers naar elkaar zitten te kijken. Als je dat in kaart brengt, blijkt dat 20 toeleveranciers met 20 partijen op een totaal verschillende manier werken. Niemand heeft ooit gezegd: laten wij de koppen bij elkaar steken en ons afvragen waarom hij het zo doet en ik niet. Waarom? Omdat de automatiseerder er zat. En dat interesseert hem. Hij kreeg een opdracht van zijn baas: ik betaal hem nogal wat geld, dus ik moet daaraan deelnemen, wij moeten die pilot van de grond trekken. Dat is de kern van het probleem. Binnen de bedrijven is het te lang de financiele man geweest die het getrokken heeft en binnen EDI, in de bouw, is het te lang de binnendienst of de automatiseerder geweest die het getrokken heeft.

De beleidsmatig verantwoordelijke op dit soort gebieden lieten verstek gaan. Waarom? Omdat er toentertijd te weinig eer aan te behalen was. Maar dat zal snel veranderen. Ik voorspel dat in 1999 60% van de transactiecommunicatie via een elektronisch vorm plaatsvindt, of dat nu via EDI gaat of via iets anders. En dan heb ik het over 1:1-transacties.”

C. Kakes

Aannemer

De macht

“Ik maak het wel eens anders mee. En dan kom ik op het verhaal over de macht. De administrateur heeft veel macht. Ik heb het ook eens op een bijeenkomst van automatiseerders naar voren gebracht. Daar werd gevraagd wie van de aanwezigen in de zaal uit de administratieve hoek kwam. Iemand stak zijn vinger op. ‘U moet onmiddellijk vertrekken’, zei men toen. Er werd wat gelachen, maar daar zit in feite het probleem. Een niet-techneut beslist over wat een techneut moet gaan doen. En daarop zeg ik: eruit met die mannen! Binnen mijn bedrijf heb ik een financiele knip gemaakt tussen techniek en geld. Er zijn geen koppelingen tussen. Het ene werkt onder AS400 en het ander onder DOS. Dat hebben wij dus lekker opgelost: die diskettes vreten elkaar niet meer. Vervolgens heb ik alle bewakingscodes aangepakt. Want als je die nagaat, blijkt dat een spijker wordt bewaakt, want die stond toevallig ergens in een regel, f. 3,25. En wat nu? Die spijker wordt niet gebruikt, die wordt niet ergens van een bouwplaats weggesleept. Dan ga je er vanuit dat die verwerkt is. Over efficiency gesproken! Wij brengen alles terug tot maximaal 65 codes. Als je het een beetje efficient doet, houdt dat 65 planningsregeltjes in.

In die zin is een heel grote slag te maken. Dat heeft niets met spullen maar uitsluitend met interne efficiency te maken. De aanleiding tot een grotere efficiency komt bij de architect vandaan. De diskette die je van hem krijgt lees je in en je waardeert de tekening. Dan gaan we naar de begroting, want daar draait het in feite om. Zo heb je toch al weer een hoop van de automatisering te pakken. De papieren slag die daartussen zit, hoeft absoluut niet. Maar ik wil de tekening wel graag geplastificeerd zien, liefst 1 op 10, want dat valt goed te lezen voor iedereen, met alles erop en eraan, overeenkomstig de stukken van de aanbesteding. Daar begint het dus: de macht. Hoe voorkom ik dat wij tegenkomen dat een muurtje toch weer 2,5 m langer is omdat dat toevallig goed uitkwam. Als je dat niet signaleert en dat komt 100 keer voor, dan lever je een paar ton in. Om die 2,5 m eruit te halen, gaat het dus weer door die menselijke maat heen. En dat is dan het punt: waar houdt het automatiseren op en waar begint die geplastificeerde tekening?”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels