nieuws

Bestekschrijver is eindverantwoordelijke

bouwbreed

Als niet alle werkzaamheden in de ontwerpfase van een bouwpo door de architect worden verricht, maar bijvoorbeeld de opdrachtgever er een of meer zelf wil doen, ke er problemen ontstaan als de resultaten van dat werk niet met elkaar in overeenstemming zijn.

Als de fout in voorgaande werkzaamheden niet door latere wordt weggenomen rijst de vraag wie de schade moet dragen die door die fout wordt veroorzaakt. Zoiets kan gebeuren als bijvoorbeeld in de tekeningen van het voorlopige ontwerp of in de tekeningen op schaal die voor het definitieve ontwerp gemaakt zijn, bepaalde onderdelen van de bouw niet zijn aangegeven. Als in het bestek die onderdelen niet alsnog worden opgenomen, is voor de bouwer van belang wie voor het niet aanbrengen daarvan verantwoordelijk is. Het kan immers gebeuren, dat er dan gebouwd is in strijd met de gemeentelijke bouwverordening of andere wettelijke voorschriften.

Het alsnog in overeenstemming brengen van de bouw met zo’n regeling van de overheid kan grote financiele consequenties hebben. De vraag voor wiens rekening die komen is er een die meestal door de rechter of een arbitrage-instituut beantwoord moet worden.

Zo iets speelde ook tussen de architect van een poontwikkelaar, die voor de aanvraag van de bouwvergunning de tekeningen die bij die aanvraag ingediend moesten worden zou maken. Dat zijn de tekeningen die worden omschreven in artikel 17 van de SR 1988 en behoren tot de werkzaamheden van het voorlopige ontwerp. Bovendien moest de architect schaaltekeningen (1:100) maken van alle gevels, van alle plattegronden en een doorsnede (1:50) voor de brochure, waarmee geinteresseerden een indruk kon worden gegeven van de woningen in dit po.

Dat omvatte elf vrijstaande woningen, die in series van vijf en zes werden gerealiseerd door de poontwikkelaar. Toen de eerste serie gereed was constateerde een ijverige ambtenaar van Bouw- en Woningtoezicht, dat de vloer tussen de inpandige garage en de bovenliggende slaapkamer niet was geisoleerd. Dat was in strijd met de gemeentelijke bouwverordening, artikel 178 om precies te zijn. Dat die isolatie niet was ingetekend, althans niet was aangegeven op de tekening van de architect was het eerste foutje; dat werd overgenomen door de poontwikkelaar, die het nodig had gevonden het hele bestek voor dit po zelf te schrijven.

Ook de gemeente was wat erg laat met het constateren dat er wel volgens het bestek, maar niet helemaal volgens de eigen verordening was gebouwd. Dat had natuurlijk bij het bekijken van de aanvraag voor de bouwvergunning moeten gebeuren.

Maar in zulke gevallen is een gemeente niet aan te spreken voor de financiele gevolgen van het alsnog in overeenstemming met de verordening moeten brengen van het bouwsel. De opdracht om dat te doen kreeg de poontwikkelaar van de gemeente, niet alleen voor deze woning, maar ook voor de andere in dit project.

Gelukkig kon de architect goed opschieten met de bevoegde ambtenaar; die ging ermee akkoord, dat de vloeren van de bewuste slaapkamers aan de onderkant geisoleerd zouden worden met houtwolcementplaten. Dat kostte wel – 925 (exclusief btw) per woning, zodat de poontwikkelaar voor acht woningen een dikke acht mille schade leed, die hij niet aan de kopers kon doorberekenen. Hij bofte nog dat drie woningen op verzoek van de kopers zo waren gewijzigd dat daar de isolatie niet meer nodig was.

De achtduizend gulden probeerde hij te verhalen op zijn architect, want die had het belangrijkste foutje gemaakt, vond hij. Die was echter van mening, dat de schrijver van het bestek de vereiste isolatie daarin had moeten opnemen en dat een tekening zich daar niet zo voor leent.

De arbiter van het Arbitrage Instituut Bouwkunst, die de zaak te behandelen kreeg, begon met zich af te vragen of het tot de verplichtingen van de architect behoort om – ook in een beperkte opdracht – aanwijzingen op te nemen, waaruit de aannemer kan opmaken dat een bepaalde vloer geisoleerd moet worden. Ja, zegt de arbiter tegen zichzelf, maar niet waarom. Was hij even vergeten, dat hij niet alleen aan zichzelf antwoord moest geven, maar ook aan de lezers van zijn vonnis, zoals u en ik?

De motivering van zijn conclusie had hij ke vinden in de omschrijving van de inhoud van zijn beperkte opdracht; hij vertelt ons, dat tot die opdracht niet alleen behoorde het voor uitvoering gereed maken van de tekeningen, maar ook het omschrijven van de toe te passen constructies, installaties, materialen enz. Tot die laatste behoorde natuurlijk ook het te gebruiken isolatiemateriaal.

Toch leidde die fout van de architect niet tot een veroordeling om de schade aan zijn opdrachtgever te vergoeden. Die had immers het bestek geschreven en daarbij had de poontwikkelaar de tekening van de architect dienen te controleren en de omissie daarin moeten aanvullen. Het schrijven van het bestek komt in tijd altijd later dan de ontwerptekeningen zodat de laatste controle bij de bestekschrijver ligt.

Daarom vond de arbiter het niet redelijk om de gevolgen van de laatste fout aan de architect toe te rekenen.

Waarom onze scheidsman het nodig vindt eraan toe te voegen, dat het voor hem niet zeker is of die schade voor de opdrachtgever voorzienbaar was, begrijp ik niet. De poontwikkelaar had toch de moeite ke nemen om in de gemeentelijke bouwverordening te kijken of zijn bestek wel in overeenstemming met die regeling was!

De aannemer trouwens ook. Die krijgt in het vonnis wel een veegje uit de pan: hij ging immers niet, althans niet geheel, vrijuit omdat hij overeenkomstig de plaatselijke bouwverordening diende te bouwen.

(BR 1996 p. 607)

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels