nieuws

Minder werk op de plank voor schilders

bouwbreed

Het gaat niet goed in de schildersbranche. Nadat zich in het eerste kwartaal een daling in de orderportefeuille inzette, lag er in het tweede kwartaal opnieuw minder werk op de plank bij de schildersbedrijven. Desondanks blijft er optimisme over de toekomst.

Dat blijkt uit de Economische Barometer voor de Schildersbranche, de conjunctuurenquete die het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB) ieder kwartaal uitvoert in opdracht van het Bedrijfschap Schildersbedrijf. Ondanks de tegenvallende uitkomsten van de enquete blijft het EIB echter optimistisch over de toekomst voor de schildersbranche. Het instituut noemt het weliswaar zorgelijk dat de orderportefeuille terugloopt, omdat dat op termijn kan zorgen voor dalende omzetten. Of dat ook werkelijk gebeurt hangt af van de conjuncturele ontwikkelingen in de hele bouw. En daaruit put het EIB moed. De EIB-ramingen wijzen namelijk op een groei van het onderhoud in de bouw.

Ook de nieuwbouw in de utiliteitssector zal na een stagnatie in dit jaar, weer wat toenemen. Ook de algemene economische groei in Nederland herstelt zich volgens het EIB op tijd. “Anders dan in enkele omliggende landen zal in ons land van een recessie geen sprake zijn. Het zijn vooral de consumptieve bestedingen die de economische groei aantrekken. Voor het onderhoudsschilderwerk is dat een goed vooruitzicht.” Ook de schildersbedrijven zelf tonen zich redelijk optimistisch: vergeleken met het vorige kwartaal verwachten meer bedrijven een verbetering van de situatie.

Vergelijking

De conjunctuurenquete werd medio mei gehouden en geeft een vergelijking met de situatie in het tweede kwartaal van vorig jaar. Evenals vorig kwartaal blijkt dat de orderportefeuille voor alle drie sectoren (onderhoud, nieuwbouw en metaalconservering) slinkt. Er lag nog voor 15 weken werk op de plank voor onderhoudsschilderwerk. In het tweede kwartaal van 1995 was dat nog 18 weken. De werkvoorraad voor nieuwbouwschilderwerk bedroeg 9 weken (1995: 13 weken) en voor metaalconservering 12 weken (1995: 16 weken). Werd bij de enquete in het vorige kwartaal het aanhoudende koude weer als mogelijke oorzaak genoemd, volgens een woordvoerder van het bedrijfschap ligt er nu minder werk op de plank van schildersbedrijven doordat opdrachtgevers op een later moment de schilder inschakelen en het werk op kortere termijn gerealiseerd willen zien. De totale hoeveelheid werk die schildersbedrijven onderhanden hebben blijft volgens het bedrijfschap redelijk.

In onderhoud en nieuwbouw beoordelen de ondervraagde schildersbedrijven de winstgevendheid van hun bedrijf niet beter of slechter dan in het tweede kwartaal van 1995. Dat geldt ook voor de omzetontwikkeling in het onderhoudsschilderwerk. De omzet ontwikkeling in het nieuwbouwschilderwerk wordt wel slechter beoordeeld dan vorig jaar. Een nadere kwantificering van de omzet- en winstverwachtingen kon het Bedrijfschap Schildersbedrijf niet geven.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels